Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 09/842368-19
Datum uitspraak: 21 december 2020
Tegenspraak
(Promisvonnis)
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats].
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 27 januari 2020, 15 april 2020, 7 juli 2020, 24 september 2020 (allen pro forma) en 7 december 2020 (inhoudelijk).
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.R. Koenders en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 15 oktober 2019 te Den Haag, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een automatisch vuurwapen (merk CZ, model Vz61, kaliber 7.65 mm), zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 15 oktober 2019 te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
-een semi automatisch pistool (merk Walther, model P99 AS, kaliber 9 x 19 mm)
en/of
-een semi automatisch pistool (merk Glock, model 19, kaliber 9 x 19 mm) en/of
-een semi automatisch pistool (merk Glock, model 45, kaliber 9 x 19 mm) en/of
-een revolver (merk Smith & Wesson, model 686-4, kaliber .357 Magnum) en/of
-een semi automatisch pistool (merk Zastava, model M57, kaliber 7.62 Tokarev) en/of
-een semi automatisch pistool (merk Beretta, model 1934, kaliber 9mm kort)
zijnde (een) vuurwapen(s) in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 15 oktober 2019 te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen munitie van categorie III, te weten
- 26 stuks pistoolmunitie (merk diverse, kaliber 9 mm Luger) en/of
- 20 stuks geweermunitie (merk onbekend, kaliber 7.62 x 39 mm) en/of
- 66 stuks pistoolmunitie (merk diverse, kaliber 7.62 mm) en/of
- 12 stuks revolvermunitie (merk diverse, kaliber .357 Magnum) en/of
- 18 stuks pistoolmunitie (merk diverse, kaliber 7.62 Tokarev) en/of
- 6 stuks pistoolmunitie (merk diverse, kaliber 9 mm kort),
voorhanden heeft gehad;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover
daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde
betekenis te zijn gebezigd;
4.
hij op of omstreeks 15 oktober 2019 te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ( in een woonkamer) ongeveer (bruto) 110 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of
- ( in een slaapkamer) ongeveer (bruto) 180 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne,
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3. Bewijsoverwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot partiële vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde, namelijk ten aanzien van het medeplegen. De officier van justitie heeft ook gerekwireerd tot partiële vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde ten aanzien van het aanwezig hebben van (bruto) 180 gram cocaïne in een slaapkamer. Voor het overige heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Het standpunt van de verdachte
De verdachte heeft verklaard dat de wapens, munitie en de drugs in de woonkamer van hem waren. De cocaïne in ‘slaapkamer 2’ was daarentegen niet van hem.
De beoordeling van de tenlastelegging
Inleiding
Op 15 oktober 2019 werd het appartement van de verdachte in het [hotel] in Den Haag binnengetreden wegens een verdenking van het overtreden van de Wet wapens en munitie. Er werden vier personen aangehouden in de woonkamer, te weten de verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Een persoon werd aangehouden in – wat door de verbalisanten wordt aangeduid als – ‘slaapkamer 2’, te weten [medeverdachte 4].
De wapens en de munitie
Verbalisanten troffen in de woonkamer direct naast de deur een openstaande, glazen vitrinekast aan. In deze vitrinekast, op een van de planken, recht in het gezichtsveld lagen zes vuurwapens, te weten een revolver en vijf pistolen. De personen die zich in de woonkamer bevonden, bevonden zich op minder dan drie meter van deze vuurwapens.
In het achterste gedeelte van de woonkamer werd een rugzakje aangetroffen met een automatisch vuurwapen van het merk CZ, model Vz61, kaliber 7.65mm en 66 stuks pistoolmunitie, merk diverse, kaliber 7.65. Het vuurwapen is een wapen als bedoeld in artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie. De munitie betreft munitie die met het vuurwapen kan worden verschoten. De aangetroffen patronen is munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.
In de vitrinekast werd een revolver van het merk Smith & Wesson, model 686-4, kaliber .357 Magnum aangetroffen. De 12 stuks revolvermunitie, merk diverse, kaliber .357 Magnum, merk diverse, die met dit wapen kunnen worden verschoten werden aangetroffen in een zwart gekleurd kastje in de woonkamer. Het vuurwapen is een wapen als bedoeld in artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie. De aangetroffen patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet Wapens en munitie.
In de vitrinekast werd een semiautomatisch pistool van het merk Zastava, model M57, kaliber 7.62 Tokarev aangetroffen. De 18 stuks pistoolmunitie, merk diverse, kaliber 7.62 Tokarev, die met dit wapen kunnen worden verschoten werden aangetroffen in een zwart tasje de vitrinekast en in de lade van het zwart gekleurde kastje in de woonkamer. Het vuurwapen is een wapen als bedoeld in artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III sub 1 van de Wet Wapens en munitie. De aangetroffen patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.
In de vitrinekast werd een semiautomatisch pistool van het merk Beretta, model 1934, kaliber 9mm kort, aangetroffen. De 6 stuks pistoolmunitie, merk diverse, kaliber 9 mm kort, die met dit wapen kunnen worden verschoten werden aangetroffen in een zwart tasje in de vitrinekast. Het vuurwapen is een wapen als bedoeld in artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III sub 1 van de Wet Wapens en munitie. De aangetroffen patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.
In de vitrinekast werd een semiautomatisch pistool van het merk Walther, model p99 AS, kaliber 9mm (9x19mm) aangetroffen. Dit wapen is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.
In de vitrinekast werd een semiautomatisch pistool van het merk Glock, model 19, kaliber 9x19 mm aangetroffen. Dit wapen is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.
In de vitrinekast werd een semiautomatisch pistool van het merk Glock, model 45, kaliber 9 x 19 mm aangetroffen. Dit wapen is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.
In de lade van een zwart kastje in de woonkamer werden 10 stuks pistoolmunitie van het merk diverse, kaliber 9 mm Luger aangetroffen. In de lade van een nachtkastje in slaapkamer 1 werden 16 stuks van voornoemde pistoolmunitie aangetroffen. Deze munitie kan worden verschoten met de hiervoor genoemde semiautomatische pistolen van het merk Walther en Glock. De aangetroffen patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.
In de lade van een zwart kastje in de woonkamer werden 20 stuks geweermunitie van een onbekend merk, kaliber 7.62 x 39 mm, aangetroffen. De aangetroffen patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.
De verdachte heeft verklaard dat hij de zeven wapens die zijn aangetroffen in de woonkamer in zijn bezit had. Het ging om een revolver, een geweerachtig wapen en vijf pistolen. De munitie had hij erbij gekregen. Het automatisch vuurwapen heeft hij in een rugtasje gestopt. De zes andere wapens heeft hij in de vitrinekast gelegd. Een deel van de munitie had hij in het nachtkasje gestopt in ‘slaapkamer 1’ (de rechtbank begrijpt: de slaapkamer van de verdachte), een ander deel in het zwarte ladekastje in de woonkamer en de rest in een zakje in de vitrinekast.
Cocaïne
In de woonkamer zijn diverse hoeveelheden witte substantie aangetroffen. Op een van de planken in de vitrinekast werd een doos aangetroffen, waarop zich een hoeveelheid witte substantie bevond. Uit onderzoek is gebleken dat dit netto 42,3 gram cocaïne betrof. In een bullit werd wit poeder aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat dit netto 0,1 gram cocaïne betrof. In vijf vetvrije papiertjes met de opdruk ‘Snow Seals’ werd een witte substantie aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat dit netto 4,5 gram cocaïne betrof. In een gripzakje met blauw/rode rand van het merk Toppits, voorzien van opdruk “0795” werd een witte poederachtige substantie aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat dit netto 59 gram betrof. In een blender werden witte restsporen aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat dit netto 0,1 gram cocaïne betrof.
De verdachte heeft verklaard dat de cocaïne in de woonkamer van hem was.
Is er sprake van medeplegen?
Ten aanzien van feit 1
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat er ten aanzien van feit 1 sprake is van medeplegen, nu niet is gebleken dat anderen dan de verdachte de beschikkingsmacht hadden over het automatisch vuurwapen van het merk CZ, model Vx61, kaliber 7.65mm. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het medeplegen van feit 1.
Ten aanzien van feit 2
Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 4] blijkt dat hij de wapens in de vitrinekast heeft zien liggen. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 4] ongeveer twee tot drie keer per week in het appartement was en hij een of twee keer per week bleef slapen in ‘slaapkamer 2’. Tevens had [medeverdachte 4] de sleutel van het appartement voor de momenten dat hij in het appartement moest zijn wanneer de verdachte niet aanwezig was en stond er een fotolijstje met een foto van [medeverdachte 4] en zijn dochter op het nachtkastje in ‘slaapkamer 2’. Verder heeft medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat zij de wapens heeft zien liggen en dat zij de wapens omhoog heeft getild, bij het schoonmaken. Zij verbleef sinds ongeveer twee weken in het appartement van verdachte.
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat ook anderen dan de verdachte, wetenschap van en beschikkingsmacht over de voornoemde wapens hebben gehad, die open en bloot in de woonkamer lagen uitgestald. De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake is van medeplegen van het voorhanden hebben van voornoemde wapens.
Ten aanzien van feit 3
Uit het verhandelde ter terechtzitting zijn onvoldoende aanwijzingen verkregen dat anderen dan de verdachte de beschikkingsmacht hebben gehad over de munitie, omdat deze munitie niet in het zicht lag en er ook overigens onvoldoende bewijs is om aan te nemen dat anderen dan de verdachte wisten dat er munitie in het appartement van de verdachte lag. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van medeplegen van feit 3.
Ten aanzien van feit 4
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard zij gebruik maakte van de drugs in de doos in de woonkamer en dat ook door gasten gebruik werd gemaakt van deze drugs.
Omdat naast de verdachte ook anderen regelmatig verbleven in het appartement, de aangetroffen cocaïne in de woonkamer in het zicht lag en deze cocaïne ook door anderen werd gebruikt oordeelt de rechtbank dat ook anderen dan de verdachte de beschikkingsmacht hebben gehad over de cocaïne. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van medeplegen van het voorhanden hebben van cocaïne.
De rechtbank stelt op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vast dat het gaat om een hoeveelheid van 106 gram cocaïne, die is aangetroffen in de woonkamer.
Partiële vrijspraak aanzien van feit 4
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het bezit van de (bruto) 180 gram cocaïne, aangetroffen in de ‘slaapkamer 2’, omdat er – mede in het licht van de ontkennende verklaring van de verdachte – onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van die cocaïne.
De bewezenverklaring
De rechtbank leest het in de tenlastelegging onder feit 3, derde gedachtestreepje genoemde kaliber “7.62” als een typefout. Dit moet zijn “7.65”. Met inachtneming hiervan verklaart
de rechtbank ten aanzien van de verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:
1.
hij op 15 oktober 2019 te Den Haag een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een automatisch vuurwapen (merk CZ, model Vz61, kaliber 7.65 mm), zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad;
2.
hij op 15 oktober 2019 te Den Haag, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
-een semiautomatisch pistool (merk Walther, model P99 AS, kaliber 9 x 19 mm)
en
-een semiautomatisch pistool (merk Glock, model 19, kaliber 9 x 19 mm) en
-een semiautomatisch pistool (merk Glock, model 45, kaliber 9 x 19 mm) en
-een revolver (merk Smith & Wesson, model 686-4, kaliber .357 Magnum) en
-een semiautomatisch pistool (merk Zastava, model M57, kaliber 7.62 Tokarev) en
-een semiautomatisch pistool (merk Beretta, model 1934, kaliber 9mm kort)
zijnde vuurwapens in de vorm van een revolver en pistool voorhanden heeft gehad;
3.
hij op 15 oktober 2019 te Den Haag, munitie van categorie III, te weten
- 26 stuks pistoolmunitie (merk diverse, kaliber 9 mm Luger) en
- 20 stuks geweermunitie (merk onbekend, kaliber 7.62 x 39 mm) en
- 66 stuks pistoolmunitie (merk diverse, kaliber 7.65 mm) en
- 12 stuks revolvermunitie (merk diverse, kaliber .357 Magnum) en
- 18 stuks pistoolmunitie (merk diverse, kaliber 7.62 Tokarev) en
- 6 stuks pistoolmunitie (merk diverse, kaliber 9 mm kort),
voorhanden heeft gehad;
4.
hij op 15 oktober 2019 te Den Haag, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een woonkamer ongeveer 106 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdachte
De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij niet goed weet hoe hoog de gebruikelijke oriëntatiepunten zijn, maar dat hij – uitgaande van wat de officier van justitie als richtlijn heeft genoemd – ziet dat een eis van 36 maanden lager is dan die richtlijnen.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van zeven vuurwapens: een automatisch vuurwapen, meerdere semiautomatische vuurwapens en een revolver. Verder is een grote hoeveelheid munitie aangetroffen, die deels geschikt was om met de gevonden vuurwapens te worden afgevuurd en die deels in de voor de wapens geschikte patroonhouders zat. De wapens lagen voor iedereen die toegang had tot het appartement van de verdachte in het zicht. Ook anderen dan de verdachte hadden de beschikkingsmacht over een deel van de wapens.
Het ongecontroleerde bezit van (automatische) vuurwapens en munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het voorhanden hebben van vuurwapens leidt immers maar al te vaak ook tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien. In dat verband overweegt de rechtbank in het bijzonder dat de verdachte heeft verklaard dat hij de wapens heeft verkregen nadat hij om beveiliging had gevraagd. Hij heeft ook verklaard dat de wapens hem een veilig gevoel gaven. Gelet op de aangetroffen munitie in het appartement waren de wapens ook daadwerkelijk schietklaar te maken.
De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het gezamenlijk voorhanden hebben van een behoorlijke hoeveelheid harddrugs. Het bezit van wapens en bijbehorende munitie, in combinatie met het voorhanden hebben van cocaïne (die ook in het appartement werd gebruikt) is naar het oordeel van de rechtbank buitengewoon zorgelijk en gevaarlijk.
De rechtbank merkt ten slotte nog op dat de problematiek van het ongecontroleerde bezit van (zware) vuurwapens aan het groeien is en dat dit een extra reden is daartegen streng op te treden.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van de verdachte d.d. 21 oktober 2019. Hieruit is gebleken dat verdachte in 2012 is veroordeeld ter zake van (onder meer) de Wet wapens en munitie.
Strafmodaliteit en strafmaat
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank kennis genomen van de LOVS-oriëntatiepunten maar gelet op de hiervoor genoemde groeiende problematiek met betrekking tot vuurwapens acht de rechtbank de huidige LOVS-oriëntatiepunten niet meer op zijn plaats. De rechtbank zal dan ook een hogere straf opleggen, gelijk aan de eis van de officier van justitie.
7. De inbeslaggenomen goederen
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het blijkens de lijst van inbeslaggenomen voorwerp 1.00 STK Horloge VANCEUR ROYAL zal worden teruggegeven aan verdachte. Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen heeft de officier van justitie onttrekking aan het verkeer gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De verdachte stelt dat het inbeslaggenomen horloge voor hem emotionele waarde heeft en hij het horloge daarom graag terug krijgt.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten 1.00 STK Horloge VANCEUR ROYAL sport in een zwarte doos.
Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen voorwerpen ( 3 tot en met 10) gelast de rechtbank de onttrekking aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn daarvoor vatbaar aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
8. De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen:
- 36 b, 36c, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit
begaan met betrekking tot een wapen van categorie II ;
ten aanzien van feit 2:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 3:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 4:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 36 (ZESENDERTIG) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten 1.00 STK Horloge VANCEUR ROYAL sport in een zwarte doos;
onttrekt aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen:
3. 66.00 STK Patroon;
4. 12.00 STK Patroon .357;
5. 18.00 STK Patroon 7.62;
6. 6.00 STK Patroon;
7. 26.00 STK Patroon 9x19mm;
8. 20.00 STK Patroon 7.62 x 39;
9. 1.00 STK Patroonhouder TOKAREV 7.62;
10. 1.00 STK Patroonhouder Kl: Zwart HKS Speedloader.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.M.A Keulen, voorzitter,
mr. C.W.M. Giesen, rechter,
mr. K.C.J. Vriend, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. drs. L. Prosperini, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 december 2020.