ECLI:NL:RBDHA:2020:6543

ECLI:NL:RBDHA:2020:6543, Rechtbank Den Haag, 15-07-2020, NL18.7451

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-07-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL18.7451
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 13 zaken
8 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002406 BWBR0002429 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0011825 CELEX:32013L0032 EU:32013L0032

Samenvatting

Verplichting voor verweerder om een FMO te starten gelet op artikel 18 Procedurerichtlijn – waardering onderzoeksbevindingen iMMO – anders dan de Afdeling eist de rechtbank niet van het iMMO dat wordt aangegeven op welk deel van het relaas de conclusies ten aanzien van het vermogen om compleet, coherent en consistent te verklaren betrekking hebben – medisch steunbewijs moet samen met de verklaringen van eiser worden bezien en niet nadat op basis van enkel de verklaringen het relaas niet aannemelijk is geacht – beroep gegrond. De rechtbank heeft uiteengezet waarom wordt geconcludeerd dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd en zal worden vernietigd en er geen aanleiding is om de rechtsgevolgen in stand te laten. Samenvattend heeft de rechtbank overwogen dat: Artikel 18 Pri - de verplichting om op grond van artikel 18 Procedurerichtlijn forensisch medisch onderzoek te doen verrichten moet worden gelezen in samenhang met de samenwerkingsplicht zoals die is opgenomen in artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn; - verweerder had op grond van de twee adviezen van het FMMU, de informatie van de gemachtigde en het verzoek van eiser actief moeten onderzoeken of medisch onderzoek relevant was; - verweerder had forensisch medisch onderzoek vòòr het uitbrengen van het voornemen relevant moeten achten en moeten opstarten gelet op het bepaalde in artikel 18, derde lid, Pri gelezen in samenhang met artikel 4 Kri; Onderzoek door het iMMO - verweerder had het voor het nader gehoor (reeds) aangevraagde iMMO-rapport moeten betrekken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling en daarom het verzoek van eiser om de besluitvorming aan te houden totdat het iMMO-rapport beschikbaar zou zijn moeten inwilligen; - verweerder heeft eiser niet in staat gesteld om medische bevindingen in te brengen om tegenwerpingen dat hij ongerijmd en summier heeft verklaard te voorkomen of te verklaren, terwijl er vòòr het uitbrengen van het voornemen aanwijzingen waren voor het bestaan van medische problemen; - verweerder heeft eiser niet in staat gesteld om zijn asielrelaas met medische bevindingen te staven terwijl er vòòr het uitbrengen van het voornemen aanwijzingen waren voor het bestaan van medische problemen, littekens en een door eiser gesteld causaal verband; - de eis die verweerder stelt aan de rapporteurs van het iMMO om aan te geven op welke onderdelen van het relaas de conclusies ten aanzien van het vermogen om compleet, coherent en consistent te kunnen verklaren betrekking hebben, is wetenschappelijk niet aanvaardbaar en zal om die reden buiten beschouwing worden gelaten; - door niet elke gradatie van het door medisch deskundigen vastgestelde causale verband te kwalificeren als medisch steunbewijs handelt verweerder in strijd met de jurisprudentie van het EHRM; - het iMMO-rapport is een deskundigenbericht en kan als het zorgvuldig tot stand is gekomen en naar inhoud inzichtelijk en concludent is alleen worden weerlegd met een contra-expertise en niet door verweerder.

Uitspraak

Juridisch kader - Recht van de Unie

Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie

Artikel 4

Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.

Artikel 19, lid 2

(…)

2.

Niemand mag worden verwijderd of uitgezet naar, dan wel worden uitgeleverd aan een staat waar een ernstig risico bestaat dat hij aan de doodstraf, aan folteringen of aan andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen wordt onderworpen

RICHTLIJN 2011/95/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (de Kwalificatierichtlijn).

Lid 1.

(…) De lidstaat heeft tot taak om de relevante elementen van het verzoek in samenwerking met de verzoeker te beoordelen.

(…)

RICHTLIJN 2013/32/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (de Procedurerichtlijn)

(…)

Considerans punt 29

Sommige verzoekers kunnen bijzondere procedurele waarborgen behoeven, op grond van, onder meer, hun leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, genderidentiteit, handicap, ernstige ziekte, psychische aandoeningen of als gevolg van foltering, verkrachting of andere ernstige vormen van psychologisch, fysiek of seksueel geweld. De lidstaten moeten trachten verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen behoeven als dusdanig te herkennen voordat een beslissing in eerste aanleg wordt genomen. Voor die verzoekers moet worden voorzien in passende steun, met inbegrip van voldoende tijd, om de nodige voorwaarden tot stand te brengen voor hun daadwerkelijke toegang tot procedures en voor het aanvoeren van de elementen ter staving van hun verzoek om internationale bescherming.

(…)

Artikel 2, sub d

„verzoeker die bijzondere procedurele waarborgen behoeft”: een verzoeker die ten gevolge van individuele omstandigheden beperkt is in zijn mogelijkheden om aanspraak te kunnen maken op de rechten en te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarin deze richtlijn voorziet;

Artikel 18

lid 1

Wanneer de beslissingsautoriteit dit voor de beoordeling van een verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2011/95/EU relevant acht, en mits de verzoeker daarmee instemt, regelen de lidstaten een medisch onderzoek van de verzoeker betreffende aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade. Bij wijze van alternatief kunnen de lidstaten erin voorzien dat de verzoeker dat medisch onderzoek regelt.

(…)

lid 2

2. Wanneer er geen medisch onderzoek overeenkomstig lid 1 wordt uitgevoerd, stellen de lidstaten verzoekers ervan in kennis dat zij op eigen initiatief en kosten een medisch onderzoek kunnen regelen betreffende aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade.

lid 3

De resultaten van de in de leden 1 en 2 bedoelde medische onderzoeken worden door de beslissingsautoriteit beoordeeld samen met de andere elementen van het verzoek.

artikel 24

lid 1

De lidstaten beoordelen binnen een redelijke termijn nadat een verzoek om internationale bescherming wordt gedaan of de verzoeker een verzoeker is die bijzondere procedurele waarborgen behoeft.

Juridisch kader – Nederlandse regelgeving en beleid

Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb)

Artikel 3.109

(…)

Lid 6

De vreemdeling die de in het eerste lid bedoelde aanvraag heeft ingediend wordt een medisch onderzoek aangeboden.

(…)

Artikel 3.109e

Lid 1

Indien Onze Minister het voor de beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd relevant acht, biedt hij ook een medisch onderzoek aan naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade. Dit onderzoek wordt verricht door gekwalificeerde medische beroepsbeoefenaars. De vreemdeling wordt ervan in kennis gesteld dat hij op eigen initiatief en kosten een dergelijk onderzoek kan regelen.

(…)

Lid 4

Indien de vreemdeling op eigen initiatief een medisch onderzoek naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade heeft laten verrichten, betrekt Onze Minister de resultaten ervan bij de beoordeling van de aanvraag.

Lid 5

De resultaten van de in het eerste en vierde lid bedoelde medische onderzoeken worden door Onze Minister beoordeeld samen met de andere elementen van de aanvraag.

(…)

Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) - Beleid

C1/4.4.4

Als de IND het voor de beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel relevant vindt, wordt aan de vreemdeling een forensisch medisch onderzoek aangeboden naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade. Indien de IND het onderzoek niet relevant vindt, kan de vreemdeling op eigen initiatief en kosten een forensisch medisch onderzoek regelen.

Bij het bepalen of een forensisch medisch onderzoek relevant is, betrekt de IND de volgende omstandigheden:

• De verklaringen van de vreemdeling omtrent de aanwezigheid van significante fysieke en/of psychische sporen;

• Eventuele door de vreemdeling overgelegde medische stukken waarin gewag wordt gemaakt van significante fysieke en/of psychische sporen;

• De aanwezigheid van ander bewijsmateriaal ter staving van de stelling dat bij terugkeer vervolging of ernstige schade dreigt;

• De verklaringen van de vreemdeling over de oorzaak van de fysieke en/of psychische sporen in relatie tot hetgeen openbare bronnen over het land van herkomst melden;

• De vraag of de uitslag van een forensisch medisch onderzoek van doorslaggevend belang is voor de beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Indicaties over de aanwezigheid van littekens, fysieke klachten en/of psychische klachten kunnen onder andere naar voren komen uit:

• Het ‘medisch advies horen & beslissen’;

• De rapporten van de gehoren; en

• Medische stukken.

(…)

Het forensisch medisch onderzoek is primair op waarheidsvinding gericht. Dit betekent dat het forensisch medisch onderzoek als instrument kan worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de geloofwaardigheidsbeoordeling bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Werkinstructie 2010/13

(…)

Doel van het medisch advies is:

- het vaststellen van eventuele functionele beperkingen bij asielzoekers, die

voortkomen uit medische problematiek en die zouden kunnen leiden tot het niet

goed kunnen verklaren over het asielrelaas.

- het adviseren aan de IND over deze beperkingen bij de gehoren en het beslissen

voordat de asielprocedure van start gaat.

(…)

Van belang bij het nemen van een beslissing is te beseffen dat een asielzoeker met

medische/psychische problemen mogelijk niet in staat zal blijken om coherent en

consistent te verklaren. Deze situatie kan zich ook nog steeds voordoen met

inachtneming van de extra voorzieningen bij het nader gehoor.

(…)

In het rapport van gehoor, maar ook in de motivering van het voornemen en de

beschikking (en in de minuut) zal aangegeven moeten worden op welke wijze

rekening is gehouden met de medische (psychische of fysieke) beperkingen én hoe

dit is meegenomen in het voorliggende besluit. Indien in voornemen en beschikking

wel hiaten, vaagheden en /of tegenstrijdigheden worden tegengeworpen, dient

aandacht te worden besteed aan de motivering, waarom gemeend wordt deze te

kunnen tegenwerpen

(…)

Werkinstructie 2014/10

(…)

De geloofwaardigheidsbeoordeling moet objectief, gestructureerd en transparant worden uitgevoerd. Dat betekent onder andere dat gebruik gemaakt moet worden van objectiveerbare bronnen en kenbaar gemotiveerd moet worden, waarbij inzicht gegeven wordt in de weging. Ook moet rekening worden gehouden met de persoon van de vreemdeling en diens achtergrond. Culturele en taalkundige verschillen, de (mentale, fysieke, intellectuele etc.) toestand van de vreemdeling en de (mentale, fysieke, professionele etc.) toestand van de beslisser spelen allemaal een rol tijdens het proces van besluitvorming.

(…)

Werkinstructie 2015/8

(…)

Bij de vaststelling of er sprake is van een kwetsbare vreemdeling die passende steun behoeft, kan het volgende worden betrokken:

- eigen waarnemingen tijdens of rondom gehoren;

- verklaringen en/of gedragingen van de vreemdeling;

(…)

- signalen van partners in het asielproces (bijvoorbeeld AVIM, COA, beveiliging, VWN, advocaat).

(…)

Werkinstructie 2016/4

(…)

Een FMO wordt meegewogen in de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling.

(…)

Om te bepalen of een FMO relevant is, moet een oordeel zijn gevormd over het asielrelaas en de geloofwaardigheid daarvan. Het ligt daarom voor de hand dat het FMO wordt opgestart na het nader gehoor, omdat op dat moment de asielmotieven van de vreemdeling bekend worden.

(…)

In het voornemen wordt – indien nodig - een gemotiveerde overweging opgenomen waaruit blijkt dat een FMO niet relevant is voor de beoordeling van de asielaanvraag.

(…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JV 2020/151
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?