RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verweerder
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/3214
en
(gemachtigde: mr. J.J. van Vlerken).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 10 september 2020.
Overwegingen
1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. De rechtbank legt dit hierna uit.
2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het bericht van verweerder van 18 augustus 2020 en 31 juli 2020. In het bericht van 31 juli 2020 schrijft een medewerker van verweerder dat verweerder niets kan veranderen aan de beslissingen van de Duitse autoriteiten. In het bericht van 18 augustus 2020 schrijft een medewerker van verweerder dat de Duitse autoriteiten een positieve beslissing hebben genomen op het verzoek om rechtsbijstand, maar eiser zelf een advocaat moet zoeken.
3. De rechtbank overweegt dat verweerder aan de rechtszoekende die om verlening van rechtsbijstand vraagt voor een zaak in een ander lidstaat dan Nederland, rechtsbijstand verleent totdat de aanvraag om verlening van rechtsbijstand in overeenstemming met de richtlijn is ontvangen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de zaak verder zal worden behandeld. In dit geval hebben de Duitse autoriteiten het verzoek om rechtsbijstand in behandeling genomen en daarop beslist. Verweerder heeft vervolgens geen bevoegdheid om een beslissing te nemen over de manier waarop de Duitse autoriteiten rechtsbijstand verlenen. Dit betekent dat een bericht van een medewerker van verweerder over de wijze van rechtsbijstandsverlening in Duitsland, geen besluit is. Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar, staat daarom geen beroep open.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2021.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.