RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/5052
(gemachtigde: mr. P. Bots),
en
(gemachtigde: mr. J.V. Wieling).
Procesverloop
Bij besluit van 26 november 2019 (hierna: het primaire besluit) heeft verweerder de beoordeling over het functioneren van eiser in de periode april 2018 - december 2018 vastgesteld.
Bij besluit van 22 juni 2020 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2021 op zitting behandeld door middel van een beeldverbinding (Skype). Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
Deze zaak gaat over een beoordeling, die op verzoek van eiser – destijds (senior) beleidsmedewerker (schaal 11) bij het ministerie van verweerder – is opgemaakt. De aanleiding voor dat verzoek was dat eiser in een personeelsgesprek eind 2018 van zijn toenmalige leidinggevende had vernomen dat hij niet bevorderd kon worden naar schaal 12. Eiser heeft tegen deze mededeling van zijn leidinggevende geen rechtsmiddel ingesteld.
In het beoordelingsformulier is vastgelegd dat het functioneren van eiser in het beoordelingstijdvak voldoende (waarderingscode C) met enkele ontwikkelpunten is en dat het werkniveau van eiser een schaal 11-niveau is.
Eiser is sinds 1 februari 2021 naar schaal 12 bevorderd bij een andere directie van het ministerie.
Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
2. Eiser vindt dat hij ten tijde van het primaire besluit, op een functieniveau van schaal 12 functioneerde en daarom bevorderd naar schaal 12 had moeten worden net als zijn directe collega’s, die destijds bevordering naar schaal 12 hebben gekregen. Eiser vindt het ongerechtvaardigd dat hij de bevordering niet kreeg.
3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat, voor zover eiser nog belang heeft bij voortzetting van het beroep, de beoordeling goed tot stand is gekomen en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de scores in de beoordeling hoger hadden moeten zijn. Eiser kwam ten tijde van het primaire besluit niet voor bevordering in aanmerking, omdat hij op dat moment niet aan het functieprofiel van (senior) Beleidsmedewerker schaal 12 voldeed.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
De rechtbank is allereerst van oordeel dat eiser procesbelang bij dit beroep heeft. Uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in ambtenarenzaken volgt immers dat de waardering van het functioneren van de ambtenaar in de vorm van een beoordeling, welke haar grondslag in de geldende rechtspositionele voorschriften vindt, als een zelfstandig rechtsgevolg dient te worden aangemerkt. Dit rechtsgevolg gaat niet teniet doordat eiser op een later moment wel een bevordering naar schaal 12 heeft gekregen.
Het gaat in dit beroep om de beoordeling van 26 november 2019. Anders dan eiser meent, behelst deze beoordeling geen weigering om hem naar schaal 12 te bevorderen, maar een beoordeling of zijn functioneren aan de voor zijn eigen functie (schaal 11) geldende functie-eisen voldoet. Dit functioneren is blijkens het beoordelingsformulier positief (als voldoende) gewaardeerd. Eiser heeft tegen de gegeven scores in de formele beoordeling geen gronden ingediend in beroep. Het enkel verwijzen naar de in bezwaar ingediende gronden is hiertoe onvoldoende. Met de enkele, niet nader onderbouwde, stelling ter zitting dat de in de formele beoordeling vermeldde ontwikkelpunten niet te rijmen zijn met de zwaarte van de door hem op schaal 12 en schaal 14 niveau verrichte werkzaamheden destijds, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de scores in de beoordeling op onvoldoende gronden berusten. Ook de stelling dat collega’s van eiser destijds wel een bevordering naar schaal 12 hebben gekregen – wat hier ook van zij – kan eiser niet baten, omdat de betreffende gevallen buiten het toetsingskader (de beoordeling) van het beroep vallen.
De rechtbank overweegt ten overvloede dat verweerder in deze procedure niet over bevordering van eiser hoefde te beslissen, nu een beoordeling niet automatisch tot bevordering leidt en ten aanzien van eiser bovendien ontwikkelpunten waren geconstateerd. Ook bestaan voor een bevordering naar schaal 12, zoals door verweerder is toegelicht, andere procedures open.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.N. Powell, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2021.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.