ECLI:NL:RBDHA:2021:13164

ECLI:NL:RBDHA:2021:13164, Rechtbank Den Haag, 23-11-2021, NL21.18280 en NL21.18281

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-11-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL21.18280 en NL21.18281
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823

Samenvatting

Spoedvovo – presentatie bij de Iraanse ambassade gepland terwijl de beroepen van verzoekers aanhangig zijn – verzoeken toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1] , V-nummer: [nummer 1] , verzoeker

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL21.18280, NL21.18281

[naam 2] , V-nummer: [nummer 2] , verzoekster

mede namens hun minderjarige kind

[naam 3] , V-nummer: [nummer 3]

hierna tezamen: verzoekers

(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),

en

(gemachtigde: H. Çöplü).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 8 juli 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als ongegrond.

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten (NL21.11421 en NL21.11422).

Op 17 november 2021 zijn verzoekers uitgenodigd voor een presentatie op de Iraanse ambassade te Den Haag op 25 november 2021.

Verzoekers hebben verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend.

Op verzoek van de voorzieningenrechter heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.

2. Niet in geschil is dat verzoekers zijn uitgenodigd voor een presentatie op de Iraanse ambassade te Den Haag op donderdag 25 november 2021 om 15:00 uur. De vereiste onverwijlde spoed is daarmee gegeven.

3. In de beroepen tegen de bestreden besluiten, die op dit moment bij deze rechtbank aanhangig zijn, speelt de vraag of verweerder terecht heeft overwogen dat verzoekers niet te vrezen hebben voor de Iraanse autoriteiten. Verzoekers hebben er daarom belang bij om niet te worden geconfronteerd met de Iraanse autoriteiten zolang deze vraag nog niet door de rechtbank is beantwoord. Dat de presentatie op de Iraanse ambassade hoofdzakelijk ziet op het vaststellen van de identiteit en nationaliteit van verzoekers, doet hier niet aan af. Het belang van verweerder om al eerder handelingen ter voorbereiding op een mogelijke uitzetting te verrichten, weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet op tegen het belang van verzoekers. Bovendien kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet vooruit worden gelopen op de uitkomst van de beroepsprocedure die eventueel tot de mogelijkheid tot uitzetting zou leiden.

4. De voorzieningenrechter wijst daarom de gevraagde voorlopige voorzieningen toe, inhoudende dat verweerder wordt verboden om verzoekers te presenteren bij de Iraanse ambassade tot vier weken nadat op de beroepen met zaaknummers NL21.11421 en NL21.11422 is beslist.

5. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zodat de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vastgesteld op € 748 (bestaande uit 1 punt voor het indienen van de verzoekschriften met een waarde per punt van € 748 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

 wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening toe in die zin dat verweerder wordt verboden om verzoekers te presenteren bij de Iraanse ambassade tot vier weken nadat op de beroepen met zaaknummers NL21.11421 en NL21.11422 is beslist;

 veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten ten bedrage van € 748 (zevenhonderdachtenveertig euro).

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier heeft de beslissing telefonisch bekendgemaakt op 23 november 2021 om 16:14 uur aan de gemachtigde van verweerder en om 16:15 uur aan de gemachtigde van verzoekers.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?