RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.8521
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en
(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).
Procesverloop
Bij besluit van 2 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.8520, op 6 oktober 2021 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verder zijn verschenen [moeder van verzoeker], de moeder van verzoeker, [broer van verzoeker], de broer van verzoeker, en tolk A. Solomon. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.8520, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat gegrond verklaard.
2. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.
3. Vanwege de gegrondverklaring van het beroep, zal verweerder worden veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Het bedrag van deze proceskosten wordt overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 748 (1 punt voor het verzoekschrift, waarde per punt € 748, gemiddeld gewicht).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van tot een bedrag van € 748,-
(zevenhonderdachtenveertig euro) te betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P. van Alphen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.