ECLI:NL:RBDHA:2021:13671

ECLI:NL:RBDHA:2021:13671, Rechtbank Den Haag, 25-10-2021, NL21.15895

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-10-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL21.15895
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2023:474
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 4 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

asielaanvraag niet in behandeling genomen - artikel 16 en 17 van de Dublinverordenig - beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

25 oktober 2021 in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats 's-Gravenhage

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.15895

(gemachtigde: mr. P.C.M. van Schijndel),

en

(gemachtigde: mr. H. Chamkh).

Procesverloop

Bij besluit van 7 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.15896, op 25 oktober 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Makaddam. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:- verklaart het beroep gegrond;- vernietigt het bestreden besluit;- bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing neemt met inachtneming van deze uitspraak;- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.496

Overwegingen

1. Eiser voert aan dat zijn asielaanvraag ten onrechte niet in behandeling is genomen. Hij betoogt – kort weergegeven – dat verweerder zijn asielaanvraag op grond van artikel 16 of artikel 17 van de Dublinverordening in behandeling had moeten nemen.

2. De beroepsgrond van eiser over artikel 16 van de Dublinverordening slaagt niet. De rechtbank is met verweerder eens dat de overgelegde stukken onvoldoende zijn om aan te nemen dat tussen eiser en zijn moeder sprake is van afhankelijkheid zoals bedoeld in artikel 16 van de Dublinverordening. Uit de stukken blijkt weliswaar dat eiser psychische problemen heeft en dat hij gebaat is bij de aanwezigheid van zijn familie, maar niet dat hij voor hulp afhankelijk is van zijn moeder dan wel dat zijn moeder voor hulp afhankelijk is van hem.

3. De beroepsgrond van eiser over de uitspraak van 28 september 2021 van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, slaagt ook niet. De rechtbank heeft in die uitspraak niet definitief geoordeeld dat een overdracht een obstructie van eisers medisch herstel betekent waardoor bij een overdracht sprake is van onevenredige hardheid. In die uitspraak oordeelde de rechtbank alleen dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om eiser asielaanvraag aan zich te trekken. 4. De beroepsgrond van eiser over artikel 17 van de Dublinverordening slaagt wel. Verweerder heeft in het bestreden besluit en ter zitting de verschillende omstandigheden van deze zaak op zichzelf beoordeeld, maar de rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de verschillende omstandigheden in samenhang zijn beoordeeld. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Verweerder heeft terecht gesteld dat de medische omstandigheden onvoldoende zijn voor een geslaagd beroep op artikel 16 van de Dublinverordening. Dat betekent echter niet dat deze medische omstandigheden geen (zwaarwegende) rol spelen in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening. Het standpunt dat de medische omstandigheden niet voldoen aan de drempel van artikel 16 van de Dublinverordening, is daarom naar het oordeel van de rechtbank een onvoldoende motivering waarom deze medische omstandigheden, in samenhang met de overige omstandigheden, geen bijzondere omstandigheid in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening betreffen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd welk gewicht hij aan de medische omstandigheden van eiser heeft toegekend in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening, nu niet in geschil is dat eiser PTSS heeft en hij baat heeft bij de aanwezigheid van zijn familie.

Verweerder heeft verder terecht gesteld dat de aanwezigheid van eisers familie op zichzelf onvoldoende is om te spreken van bijzondere omstandigheden. Toch kan ook deze omstandigheid een zwaarwegende rol spelen en in combinatie met andere omstandigheden maken dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd hoe de aanwezigheid van eisers familie in samenhang met de andere omstandigheden is beoordeeld. De rechtbank volgt verweerder daarbij niet in het standpunt dat eiser zich in zijn eentje staande heeft weten te houden in Syrië en hij daarom nu ook kan zonder de aanwezigheid van zijn familie. Uit de door eiser overgelegde stukken volgt dat hij in Syrië onder erbarmelijke omstandigheden verbleef en hij (mede) hierdoor nu PTSS heeft en in verband daarmee juist gebaat is bij de aanwezigheid van zijn familie.

5. De rechtbank veroordeelt verweerder verder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op

€ 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2021 door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Schaaf

Griffier

  • mr. J.F.A. Bleichrodt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?