ECLI:NL:RBDHA:2021:14877

ECLI:NL:RBDHA:2021:14877, Rechtbank Den Haag, 15-12-2021, AWB - 20 _ 4931

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-12-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 20 _ 4931
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0018472

Samenvatting

Eisers aanvraag voor huurtoeslag is buiten de wettelijke termijn van artikel 15 Awir ingediend als gevolg van een door hem succesvol ingestelde procedure bij de huurcommissie over de huurprijs. Een redelijke uitleg van de wet moet ertoe leiden dat in de onderhavige situatie de termijnoverschrijding niet aan eiser kan worden tegengeworpen. Dit brengt met zich mee dat eisers aanvraag om huurtoeslag als tijdig ingediend moet worden aangemerkt. Het beroep is gegrond.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 20/4931

(gemachtigde: mr. J.W. Landman),

en

Procesverloop

Eiser heeft tegen het hierna onder 4 te noemen besluit bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft bij beslissing op bezwaar van 2 juli 2020 het bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft daartegen op 23 juli 2020 beroep bij de rechtbank ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juni 2021.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] en [B] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiser huurt per 6 september 2017 een appartement, gelegen aan de [adres] [huisnummer] , te [plaats] .

2. Bij brief van 6 april 2020 heeft eiser een aanvraag huurtoeslag ingediend voor de maanden september tot en met december 2017 en voor de jaren 2018 tot en met 2020.

3. Bij besluit van 4 mei 2020 heeft verweerder de aanvraag voor de jaren 2017 en 2018 afgewezen wegens een te late aanvraag.

4. Bij beslissing van 2 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard.

Geschil 5.In geschil is of verweerder de aanvraag huurtoeslag terecht heeft afgewezen.

6. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder de aanvraag ten onrechte heef afgewezen. Voorts stelt eiser dat sprake is van strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het motiveringsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.

7. Verweerder neemt het standpunt in dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

Beoordeling van het geschil

8. In artikel 15, eerste lid, van de Awir is bepaald dat een aanvraag om een tegemoetkoming met betrekking tot een berekeningsjaar tot 1 september van het jaar volgend op het berekeningsjaar kan worden ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen. Indien de belanghebbende of diens partner voor de in de eerste volzin genoemde datum is uitgenodigd om over het berekeningsjaar aangifte inkomstenbelasting te doen binnen een termijn die na die datum verloopt, wordt de in die volzin bedoelde termijn verlengd tot de laatste dag van de door de inspecteur voor het indienen van die aangifte gestelde termijn.

Dit betekent dat eiser voor 2017 de aanvraag tot 1 september 2018 en voor 2018 tot 1 september 2019 kon indienen.

9. Uit de Memorie van Toelichting op de Awir (Kamerstukken II, 2004/2005, 29 764,

nr. 3, p. 18-19) blijkt ook dat het een bewuste keuze van de wetgever is geweest om het indienen van een aanvraag na de uiterlijke indieningsdatum niet toe te staan:

“Het karakter van inkomensafhankelijke tegemoetkomingen laat niet toe dat deze ook nog worden verleend als er een lange tijd is verstreken na het moment waarop de desbetreffende uitgaven zijn gedaan. De tegemoetkomingen worden immers juist gegeven omdat ervan wordt uitgegaan dat de belanghebbende de bewuste uitgaven niet zou kunnen doen zonder tegemoetkoming.”

10. Niet in geschil is dat eiser zijn aanvraag heeft ingediend buiten de wettelijke termijn van artikel 15 van de Awir. Ter verklaring hiervoor heeft eiser aangevoerd dat in de huurovereenkomst een naar zijn mening te hoge huurprijs was vastgelegd in strijd met de wettelijke normen. Op de site van verweerder was het niet mogelijk om bij de hoogte van de overeengekomen huurprijs een huurtoeslag aan te vragen. Eiser is bij de huurcommissie een procedure gestart waarin hij de hoogte van de huurprijs heeft aangevochten. En met succes. Vervolgens is de verhuurder daarover een procedure gestart bij de kantonrechter. Ook daarin is de verhuurder in het ongelijk gesteld. Vervolgens heeft eiser alsnog, op basis van de verlaagde huurprijs, een aanvraag kunnen indienen. Verweerder heeft die uiteenzetting niet betwist maar volstaan met een afwijzing op grond van het wettelijke systeem.

11. Naar het oordeel van de rechtbank dient een redelijke uitleg van de wet ertoe te leiden dat in de onderhavige situatie het bepaalde in artikel 15 van de Awir niet aan eiser kan worden tegengeworpen.

Dit brengt met zich mee dat zijn aanvraag om huurtoeslag per september 2017 (en volgende) als tijdig ingediend moet worden aangemerkt.

12. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard en het bestreden besluit zal worden vernietigd.

Proceskosten

13. De gemachtigde van eiser heeft het beroepschrift ingediend en is ter zitting van de rechtbank verschenen, zodat grond bestaat voor een proceskostenveroordeling op basis van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.496 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.J.A. Huijgens, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J.E. Steijvers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 december 2021.

De griffier is verhinderd te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.C.J.A. Huijgens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2022/292 NLF 2022/0351 V-N 2022/10.21.39 Viditax (FutD) 2022020209 FutD 2022-0453
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?