ECLI:NL:RBDHA:2021:3790

ECLI:NL:RBDHA:2021:3790, Rechtbank Den Haag, 14-04-2021, NL21.3638

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL21.3638
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2022:2879
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 BWBR0043820

Samenvatting

Beroep tegen dwangsom besluit, ingebrekestelling te vroeg ingediend, geen strijd met beginselen van behoorlijk bestuur, samenhang met NL20.14721.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.3638

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.L.J. Reijnen),

en

(gemachtigde: K. Nuninga).

Procesverloop Bij besluit van 22 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de ingebrekestelling van eiser, ingediend op 2 juli 2020, prematuur en ongeldig bevonden.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2021. Eiser en zijn gemachtigde zijn, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel is ingewilligd op 17 december 2020. De rechtbank stelt vast dat de aanvraag hier niet in geschil is.

2. Eiser heeft op 2 juli 2020 een ingebrekestelling ingediend. Eiser heeft op 29 juli 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder. Het beroep niet tijdig beslissen, te weten: NL20.14721, is bij uitspraak van 11 maart 2021 door deze rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. Het onderhavige beroep richt zicht tegen het dwangsombesluit van 22 februari 2021.

3. Eiser voert aan dat verweerder in het verweerschrift van 18 augustus 2020 heeft geoordeeld dat eiser een geldige ingebrekestelling heeft ingediend. Het dwangsom besluit gaat hier volgens eiser ten onrechte aan voorbij. Eiser betoogt dat het dwangsombesluit in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, omdat hij mocht vertrouwen op de geldigheid van de ingebrekestelling en hem de kans is ontnomen om een nieuwe ingebrekestelling in te dienen.

4. De rechtbank overweegt het volgende.

Verweerder heeft in de procedure bij deze rechtbank, met zaaknummer NL20.14721 een verweerschrift ingediend op 18 augustus 2020 waarin verweerder heeft aangegeven de ingebrekestelling van 2 juli 2020 van eiser als geldig te beschouwen. Verweerder in haar verweerschrift ook betrokken dat sprake was van overmacht sinds 16 maart 2020 en dat deze niet voor rekening kwam van verweerder.

Vervolgens heeft de Afdeling in haar uitspraak van 16 december 2020 (ECLI:RVS:NL:2020:2949) bepaald dat overmacht de termijn voor het nemen van een besluit heeft opgeschort van 16 maart 2020 tot 16 mei 2020. Voortschrijdend inzicht heeft er dus toe geleid dat de beslistermijn voor de asielaanvraag van eiser, welke zou zijn geëindigd op 29 maart 2020, tussen 16 maart 2020 en 16 mei 2020 is opgeschort. De beslistermijn zou daarmee zijn geëindigd op 29 mei 2020. Echter, de beslistermijnen in alle lopende asielaanvragen zijn met zes maanden verlengd, gelet op het besluit van 19 mei 2020, te weten WBV 2020/12 (zie tevens de uitspraak van de Afdeling van 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3020). Hierdoor is de beslistermijn in de asielaanvraag van eiser pas geëindigd op 29 november 2020. De ingebrekestelling van 2 juli 2020 van eiser is daarmee te vroeg ingediend en daardoor ongeldig. Dit is ook bevestigd in de uitspraak van deze rechtbank van 11 maart 2021, met zaaknummer NL20.14721.

De stelling van eiser dat het dwangsombesluit in strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur en dat hem de kans is ontnomen om een nieuwe ingebrekestelling in te dienen, wordt niet gevolgd, nu het in principe eiser vrij staat om op welk moment ook een ingebrekestelling in te dienen. Daarbij heeft verweerder overigens terecht opgemerkt dat hetgeen hiervoor is overwogen ook zou gelden voor een ingebrekestelling van na 2 juli 2020, nu ook dan de beslistermijn pas eindigde op 29 november 2020. Daarbij is eveneens terecht door verweerder opgemerkt dat een ingebrekestelling die is ingediend na 29 november 2020, zal vallen onder de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (in werking getreden op 11 juli 2020) waarbij een jaar lang geen dwangsommen worden verbeurd bij het niet-tijdig beslissen op asielaanvragen. Een later ingediende ingebrekestelling zou dus niet hebben geleid tot het toekennen van een bestuurlijke dwangsom.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid vanmr. D.M. Biermann, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?