[eiser 1], eiser 1, v-nummer: [nummer 1]
[eiser 2] , eiseres, v-nummer: [nummer 2]
[eiser 3] , eiser 2, v-nummer: [nummer 3]
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Overwegingen
Naar aanleiding van de e-mail van de gemachtigde van eisers van 16 september 2022 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 15 september 2022 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de hoogte van de proceskostenveroordeling in het dictum. De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.
Beslissing
De rechtbank verbetert haar uitspraak van 15 september 2022 met zaaknummer AWB 22/940 door in het dictum op te nemen:
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt verweerder op om binnen zes weken opnieuw te beslissen op het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit met inachtneming van deze uitspraak;
veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten ten bedrage van € 1.518,- (duizendvijfhonderdachttien euro);
draagt verweerder op om het door eisers betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,- (honderdvierentachtig euro) te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, op 20 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op: