RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1], eiser 1, V-nummer: [nummer],
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.16432, NL22.16434 en NL22.16436
[naam 2] , eiseres, V-nummer: [nummer2], en
[naam3] , eiser 2, V-nummer [nummer3]
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).
Procesverloop Bij drie afzonderlijke besluiten van 15 augustus 2022 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
De rechtbank heeft de beroepen, samen met de zaken met nummers NL22.16433, NL22.16435 en NL22.16437, op 28 oktober 2022 op een zitting behandeld in Breda. Eiser 1 en eiseres zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolken zijn verschenen S. Khudaida en A. Dogan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eisers, een echtpaar en hun zoon, stellen te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum], [geboortedatum2] en [geboortedatum3] en de Syrische nationaliteit te hebben.
2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eisers al internationale bescherming hebben in Bulgarije en daarom naar Bulgarije kunnen terugkeren.
3. Eisers voeren daartegen aan dat zij niet meer beschikken over hun Bulgaarse verblijfsdocumenten en dat Bulgarije de nationale intrekkingsgrond hanteert dat statushouders die niet binnen 30 dagen na verloop of verlies van een verblijfsdocument verlenging aanvragen hun verblijfsstatus kwijtraken. Eisers verwijzen hierbij naar het rapport ‘Country Report: Bulgaria. 2021 Update’ van AIDA van februari 2022.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Als uitgangspunt geldt dat het verlopen van een verblijfstitel nog niet met zich brengt dat ook de verleende beschermingsstatus is vervallen en dat het op de weg van de vreemdeling ligt om aannemelijk te maken dat zijn verblijfsrecht in een andere lidstaat niet meer bestaat. De rechtbank verwijst hierbij naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bijvoorbeeld de uitspraak van 16 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2369.
5. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Bulgarije waarschijnlijk geen aanspraak meer kunnen maken op de eerder aan hen verleende beschermingsstatus omdat zij niet binnen 30 dagen hebben verzocht om verlenging van hun verblijfsdocumenten. Niet in geschil is dat eisers niet meer beschikken over hun Bulgaarse verblijfsdocumenten. Uit het door eisers overgelegde AIDA-rapport, in het bijzonder de pagina’s 92 en 93, blijkt dat de nationale intrekkingsgrond dat statushouders die niet binnen 30 dagen na verlies van een verblijfsdocument verlenging aanvragen hun verblijfsstatus kwijtraken in Bulgarije, in de praktijk ook daadwerkelijk wordt toegepast. Dit volgt ook de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 26 oktober 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11129, en de bijlagen daarbij. Deze intrekkingsgrond heeft echter geen basis in het limitatieve stelsel van intrekkingsgronden zoals dat voortvloeit uit het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) en de Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn).
6. Gelet hierop zijn de beroepen gegrond. De bestreden besluiten zullen worden vernietigd. De rechtbank zal verweerder opdragen om opnieuw op de asielaanvragen van eisers te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518, bestaande uit een punt voor het indienen van drie samenhangende beroepschriften en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Beslissing
De rechtbank:
verklaart de beroepen gegrond;
vernietigt de bestreden besluiten;
draagt verweerder op om nieuwe besluiten te nemen op de asielaanvragen van eisers met inachtneming van deze uitspraak;
veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten ter hoogte van € 1.518 (vijftienhonderdachttien euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.