ECLI:NL:RBDHA:2022:11640

ECLI:NL:RBDHA:2022:11640, Rechtbank Den Haag, 03-11-2022, NL22.4495

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-11-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL22.4495
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2023:145
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Asiel, uitstel van vertrek, artikel 64 van de Vw, M’bodj, toegankelijkheid, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.4495

V-nummer: [nummer 1]

en zijn minderjarige zoon, [naam 2]

hierna te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. J.M. Walls),

en

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Daarnaast heeft verweerder besloten aan eiser geen reguliere verblijfsvergunning te verlenen en is aan eiser geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van de Vw.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 14 april 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen advies te vragen bij het Bureau Medische Advisering (BMA) in verband met de door eiser in beroep ingebrachte medische informatie.

Op 15 juli 2022 heeft het BMA een advies uitgebracht.

Eiser heeft daar op 31 augustus 2022 op gereageerd.

De rechtbank heeft meegedeeld dat het voornemen bestaat om uitspraak te doen en partijen verzocht om binnen vier weken mee te delen of zij op zitting willen worden gehoord. Eiser heeft toestemming gegeven om het beroep zonder nadere zitting af te doen. Verweerder heeft op het verzoek niet gereageerd.

Op 3 oktober 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Iraakse nationaliteit te hebben. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zijn minderjarige zoon gehandicapt is en zorg nodig heeft. Zijn zoon leidt aan onder meer aan psychomotore retardie, epilepsie en slikproblemen.

2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig en stelt dat dit element niet is te herleiden tot een van de gronden in het Vluchtelingenverdrag. De medische problematiek vormt daarnaast op zichzelf geen grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Verweerder heeft tot slot aan eiser geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van de Vw.

3. Eiser voert aan dat zijn zoon vanwege zijn medische problematiek gediscrimineerd zal worden. Hij kan daarom in Irak geen menswaardig bestaan opbouwen. Ten onrechte heeft verweerder niet getoetst of eiser op grond daarvan in aanmerking komt voor internationale bescherming. Eiser voert verder aan dat zijn zoon in Irak niet voor medische behandeling in aanmerking zal komen. Medische behandeling is uitsluitend tegen betaling beschikbaar. Eiser kan als gevolg van een ongeluk niet werken, waardoor hij geen inkomen kan generen om de medische zorg voor zijn zoon te bekostigen. Eiser vreest dan ook dat zijn zoon bij terugkeer naar Irak spoedig zal overlijden omdat medische zorg niet toegankelijk is.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Asielvergunning

4. Eiser heeft zijn stelling dat zijn zoon vanwege zijn medische situatie in Irak zal worden gediscrimineerd niet onderbouwd. Verweerder heeft terecht de medische omstandigheden van eisers zoon niet verder betrokken bij de beoordeling of eisers in aanmerking komen voor een asielvergunning. Uit vaste jurisprudentie volgt dat medische omstandigheden niet aangemerkt kunnen worden als redenen voor internationale bescherming.

Uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw

5. Het op verzoek van verweerder uitgebrachte BMA-advies vermeldt dat de zoon van eiser levenslange behandeling behoeft voor zijn medische problematiek en dat het uitblijven van behandeling naar verwachting leidt tot een medische noodsituatie op korte termijn. Uit het BMA-advies volgt tot slot dat medische behandeling in Irak aanwezig is. Dit is in beroep niet bestreden. In geschil is of deze medische behandeling in Irak voor eisers zoon feitelijk toegankelijk is.

6. Het is aan de vreemdeling om met gegevens of bescheiden te staven dat de medisch noodzakelijke behandeling voor hem niet toegankelijk is. Dat betekent dat de vreemdeling moet aantonen wat de kosten van de behandeling zijn en hij moet aannemelijk maken dat hij deze behandeling niet zal kunnen bekostigen.

7. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn stelling dat de medische behandeling in Irak voor zijn zoon niet toegankelijk is niet heeft gemotiveerd. Allereerst heeft eiser niet aangetoond dat hij voor behandeling in Irak moet betalen. Daarnaast heeft hij niet onderbouwd dat, voor zover hiervan sprake is, hij niet kan beschikken over inkomen of vermogen om de benodigde behandeling te bekostigen. De beroepsgrond slaagt dan ook niet. Verweerder heeft terecht geen aanleiding gezien om aan eiser uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw te verlenen.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr.S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?