ECLI:NL:RBDHA:2022:1329

ECLI:NL:RBDHA:2022:1329, Rechtbank Den Haag, 22-02-2022, NL20.16879 en NL20.16880

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-02-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL20.16879 en NL20.16880
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2023:20195
Formele relatie: ECLI:EU:C:2023:469
Formele relatie: ECLI:EU:C:2023:843
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 12 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 CELEX:32011L0095 EU:32011L0095

Samenvatting

Asiel – Libië – subsidiaire bescherming – aanvullende prejudiciële vragen artikel 15 Kwalificatierichtlijn. De rechtbank stelt aanvullende vragen over de subsidiaire beschermingsregeling en verzoekt het Hof om deze vragen versneld (PPA) te behandelen en te voegen met de prejudiciële vragen die Haarlem over 15c Kwalificatierichtlijn heeft gesteld. Eisers zijn afkomstig uit Libië en leggen aan hun asielaanvraag individuele omstandigheden, het niveau van willekeurig geweld in Tripoli en de humanitaire omstandigheden ten gevolge van dit geweld ten grondslag. Bij de beoordeling of subsidiaire bescherming moet worden verleend, wordt op dit moment eerst bepaald welke vorm van ernstige schade (15a, 15b, of 15c) wordt gevreesd en daarna wordt bepaald welke elementen de vrees voor die specifieke soort ernstige schade kunnen onderbouwen. De rechtbank vraag het Hof of, gelet op het doel van de subsidiaire beschermingsregeling, het niet meer voor de hand ligt om eerst alle elementen waar de verzoeker zich op baseert te onderzoeken en te beoordelen en pas daarna te bepalen om welke soort ernstige schade het gaat. Uit de Kwalificatierichtlijn blijkt niet dat er een noodzaak is om te specificeren op grond van welke soort ernstige schade bescherming moet worden verleend. Door wel eerst te bepalen welke soort ernstige schade een verzoeker vreest, kan een leemte ontstaan in de te bieden bescherming omdat bepaalde elementen niet voldoende bij de beoordeling zullen worden betrokken. Indien artikel 15 Kwalificatierichtlijn daarentegen vereist dat alle elementen steeds integraal en in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld is de discussie over “15c en de glijdende schaal” niet langer relevant. Als het Hof deze vraag niet beantwoordt op de wijze die de rechtbank voorstelt, wil de rechtbank weten op welke wijze de individuele omstandigheden moeten worden betrokken bij 15c en of ook bij 15b een glijdende schaal moet worden toegepast. De rechtbank wil tot slot weten of humanitaire omstandigheden die een gevolg zijn van het geweld dat door een actor van ernstige schade wordt veroorzaakt ook moet worden betrokken bij het beoordelen van de beschermingsbehoefte. Het zou naar het oordeel van de rechtbank in overeenstemming met de logica van de subsidiaire beschermingsregeling zijn als niet alleen wordt beschermd tegen geweld door een actor van ernstige schade, maar ook tegen de humanitaire gevolgen van dit geweld als die humanitaire omstandigheden een situatie opleveren die in strijd is met het Handvest van de Grondrechten. De rechtbank heeft verzocht om een versnelde behandeling in verband met het belang van de zes jonge kinderen van eisers. De rechtbank heeft het onderzoek in de zaak geschorst totdat het Hof de vragen heeft beantwoord en heeft een rechtsmiddel tegen deze uitspraak uitgesloten.

Uitspraak

Recht van de Unie

Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (2012/C 326/02)

Preambule

(…)

Dit Handvest bevestigt, met inachtneming van de bevoegdheden en taken van de Unie en van het subsidiariteitsbeginsel, de rechten die in het bijzonder voortvloeien uit de constitutionele tradities en de internationale verplichtingen die de lidstaten gemeen hebben, uit het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, uit de door de Unie en de Raad van Europa aangenomen sociale handvesten, alsook uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van het Europees Hof voor de rechten van de mens.

(…)

Artikel 1 - De menselijke waardigheid

De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd.

Artikel 4 - Het verbod van folteringen en van onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen

Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.

Artikel 19 - Bescherming bij verwijdering, uitzetting en uitlevering

(…)

2. Niemand mag worden verwijderd of uitgezet naar, dan wel worden uitgeleverd aan een staat waar een ernstig risico bestaat dat hij aan de doodstraf, aan folteringen of aan andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen wordt onderworpen.

Artikel 52 - Reikwijdte en uitlegging van de gewaarborgde rechten en beginselen

(…)

3. Voor zover dit Handvest rechten bevat die corresponderen met rechten welke zijn gegarandeerd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zijn de inhoud en reikwijdte ervan dezelfde als die welke er door genoemd verdrag aan worden toegekend. Deze bepaling verhindert niet dat het recht van de Unie een ruimere bescherming biedt

(…)

Richtlijn 2011/95/EU (L337/9)

(16) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name erkend zijn in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. In het bijzonder tracht deze richtlijn de menselijke waardigheid en het recht op asiel van asielzoekers en hun begeleidende familieleden ten volle te eerbiedigen en de toepassing van de artikelen 1, 7, 11, 14, 15, 16, 18, 21, 24, 34 en 35 van dat handvest te bevorderen, en dient derhalve

dienovereenkomstig te worden toegepast.

(35) Gevaren waaraan de bevolking van een land of een deel van de bevolking in het algemeen blootgesteld is, vormen normaliter op zich geen individuele bedreiging die als

ernstige schade kan worden aangemerkt.

Artikel 2 - Definities

In deze richtlijn gelden de volgende definities:

(…)

f) „persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt”: een onderdaan van een derde land of een staatloze die niet voor de vluchtelingenstatus in aanmerking komt, doch ten aanzien van wie er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat, wanneer hij naar zijn land van herkomst, of in het geval van een staatloze, naar het land waar hij vroeger gewoonlijk verbleef, terugkeert, een

reëel risico zou lopen op ernstige schade als omschreven in artikel 15, en op wie artikel 17, leden 1 en 2, niet van toepassing is, en die zich niet onder de bescherming van dat land kan of, wegens dat risico, wil stellen;

g) „subsidiaire beschermingsstatus”, de erkenning door een lidstaat van een onderdaan van een derde land of een staatloze als een persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt.

(…)

Artikel 3 - Gunstiger normen

De lidstaten kunnen ter bepaling van wie als vluchteling of als voor subsidiaire bescherming in aanmerking komend persoon wordt erkend en ter bepaling van de inhoud van de internationale bescherming, gunstiger normen vaststellen of handhaven indien die met deze richtlijn verenigbaar zijn.

Artikel 4 - Beoordeling van feiten en omstandigheden

1. De lidstaten mogen van de verzoeker verlangen dat hij alle elementen ter staving van het verzoek om internationale bescherming zo spoedig mogelijk indient. De lidstaat heeft tot

taak om de relevante elementen van het verzoek in samenwerking met de verzoeker te beoordelen.

(…)

3. De beoordeling van een verzoek om internationale bescherming moet plaatsvinden op individuele basis en houdt onder meer rekening met:

a. a) alle relevante feiten in verband met het land van herkomst op het tijdstip waarop een beslissing inzake het verzoek wordt genomen, met inbegrip van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst en de wijze waarop deze worden toegepast;

b) de door de verzoeker afgelegde verklaring en overgelegde documenten, samen met informatie over de vraag of de verzoeker aan vervolging of andere ernstige schade blootgesteld is dan wel blootgesteld zou kunnen worden;

c) de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, waartoe factoren behoren zoals achtergrond, geslacht en leeftijd, teneinde te beoordelen of op basis van de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, de daden waaraan hij blootgesteld is of blootgesteld zou kunnen worden, met vervolging of ernstige schade overeenkomen;

(…)

Artikel 15 - Ernstige schade

Ernstige schade bestaat uit:

a. a) de doodstraf of executie; of

b) foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van een verzoeker in zijn land van herkomst; of

c) ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

Artikel 18 - Verlening van de subsidiairebeschermingsstatus

De lidstaten verlenen de subsidiairebeschermingsstatus aan een onderdaan van een derde land of staatloze die overeenkomstig de hoofdstukken II en V in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming.

Nationaal recht

Vreemdelingenwet 2000

1. Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan worden verleend aan de vreemdeling:

(…)

a. die verdragsvluchteling is; of

b. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade, bestaande uit:

1°. doodstraf of executie;

2°. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of

3°. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 22 februari 2022

Rechtsmiddel

Tegen deze verwijzingsuitspraak staat geen hoger beroep open. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S. van Lokven
  • mr. C.T.C. Wijsman
  • mr. G.J.W.M Kipping

Griffier

  • mr. B.J. Groothedde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JV 2022/71 SEW 2022, afl. 4 , p. 215
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?