ECLI:NL:RBDHA:2022:13772

ECLI:NL:RBDHA:2022:13772, Rechtbank Den Haag, 13-12-2022, SGR 21/8283

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-12-2022
Datum publicatie 27-12-2022
Zaaknummer SGR 21/8283
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2024:1488
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003738

Samenvatting

Beroep ongegrond. Eiseres voldoet niet aan wettelijke vereisten naturalisatie. Geen sprake van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder)

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 21/8283

(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),

en

(gemachtigde: mr. R.P.G.H. Belluz).

Procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om naturalisatie.

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 1 juli 2021 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 november 2021 op het bezwaar van eiseres, is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 30 november 2022 via een digitale zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Wat vindt eiseres in beroep?

Waar gaat deze zaak over?

1. Verweerder heeft de aan eiseres verleende verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’, geldig tot 1 september 2025 met terugwerkende kracht tot 6 juli 2018 is ingetrokken omdat eiseres gegevens heeft achterhouden, dan wel onjuiste gegevens heeft verstrekt. Bij uitspraak van 11 augustus 2022 is het tegen die intrekking ingestelde beroep ongegrond verklaard.

2. Verweerder heeft de aanvraag tot naturalisatie afgewezen omdat eiseres vanwege de intrekking van haar vergunning, op het moment van de beoordeling van het verzoek om naturalisatie niet in het bezit was van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Hierdoor bestaan er bedenkingen tegen het verblijf van eiseres voor onbepaalde tijd in Nederland. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel.

3. Eiseres verzoekt om aanhouding tot in hoger beroep uitspraak is gedaan over de intrekking van haar verblijfsvergunning. De weigering van haar naturalisatie is onevenredig door de bijzondere omstandigheden van het geval. Haar mag niet worden verweten dat zij een wijziging in de aandelenstructuur van de onderneming waar zij werkzaam was, (waardoor niets is gewijzigd) niet heeft gemeld bij de IND.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. Voor verweerder was er geen aanleiding om de naturalisatieprocedure van eiseres aan te houden. Verweerder heeft hierbij terecht gewezen op een uitspraak van de hoogste bestuursrechter waaruit volgt dat zowel de wet als het beleid van verweerder in dit geval geen verplichting geeft tot aanhouding.

5. Verder is het de rechtbank niet gebleken dat er in eiseres haar geval sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om af te wijken van de wettelijke vereisten voor naturalisatie. Hierbij is van belang dat de wet slechts in zeer bijzondere gevallen een mogelijkheid beidt tot afwijking van de in de RWN gestelde wettelijke vereisten. Het moet dan bijvoorbeeld gaan om redenen van staatsbelang, andere gewichtige belangen of humanitaire redenen. De enkele stelling dat eiseres niet had kunnen weten dat zij de verandering in de aandelenstructuur had moeten doorgeven aan verweerder, is gelet op het voorgaande onvoldoende om te spreken van bijzondere omstandigheden. Ook volgt uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat verweerder met een eventuele toepassing van artikel 4:84 van de Awb niet kan afwijken van de wettelijke vereisten voor naturalisatie.

Conclusie

6. Het beroep is ongegrond.

7. Verweerder hoeft de kosten die eiseres heeft gemaakt voor deze procedure niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. E.N.H.J. Schenk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. Kleijn

Griffier

  • mr. E.N.H.J. Schenk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?