Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 15 februari 2022 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. E.M. Kooij te Noordwijkerhout.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano te Katwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift van 14 februari 2022, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
de brief van 14 maart 2022, met bijlage, van de zijde van de moeder;
de brief van 28 maart 2022, met bijlagen, van de zijde van de moeder.
Op 1 april 2022 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Na de zitting zijn de volgende stukken ontvangen:
de brief van 8 april 2022 van de zijde van de moeder;
de brief van 8 april 2022, met bijlage, van de zijde van de vader.
Feiten
De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2015 tot [datum 2] 2017.
Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige:
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
[de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder.
De vader en de moeder oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
Bij beschikking van deze rechtbank van 19 december 2017 is de echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken en is bepaald dat het door de vader en de moeder in onderling overleg overeengekomen ouderschapsplan deel zal uitmaken van de beschikking. In dit ouderschapsplan zijn de ouders overeengekomen dat – voor zover hier van belang – een zorgregeling zal gelden waarbij [de minderjarige] iedere week van maandag tot en met donderdagochtend naar de opvang bij de moeder zal verblijven en van donderdagmiddag uit de opvang tot zaterdagmiddag bij de vader, waarbij [de minderjarige] om de week tot zondagmiddag bij de vader verblijft. De verdeling van de vakanties en feestdagen zal in onderling overleg bij helfte geschieden. Ook zijn de vader en de moeder overeengekomen dat zij de intentie hebben in de nabijheid van elkaar te blijven wonen, niet verder dan 7 kilometer van de school waar [de minderjarige] staat ingeschreven, om de uitvoering van het ouderschapsplan te continueren. Daarnaast zijn de ouders overeengekomen dat wanneer [de minderjarige] moet worden opgevangen, de andere ouder wordt gevraagd dit op zich te nemen. Mocht deze ouder niet beschikbaar zijn, dan wordt een derde benaderd, waarvan de andere ouder op de hoogte wordt gesteld.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt de rechtbank – met wijziging van het ouderschapsplan van 2 oktober/24 november 2017 – te bepalen:
1. dat de reguliere zorgregeling het volgende inhoudt:
a. in de oneven weken zal [de minderjarige] van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur bij/met zijn vader zijn;
b. de vader draagt daarbij de zorg voor het halen en brengen;
c. indien [de minderjarige] op zaterdag sport, zal de vader [de minderjarige] in zijn zorgweekend (de oneven weken) een half uur tevoren ophalen bij de moeder en met [de minderjarige] naar die sport gaan en aansluitend tot zondag 18.00 uur [de minderjarige] bij zich hebben, waarbij [de minderjarige] ter compensatie van die regeling vijf extra vakantiedagen bij de vader is, in onderling overleg tussen de ouders af te spreken,
dan wel een regeling door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
2. dat de vakantie- en feestdagenregeling wordt vastgelegd zoals weergegeven in productie 8, dan wel een regeling door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
3. dat de afspraak over de vervangende opvang wordt geschrapt c.q. vervallen wordt verklaard, dan wel te bepalen dat beide ouders geen toestemming van de andere ouder nodig hebben voor het inschakelen van vervangende opvang en dat de andere ouder niet de eerste keus moet zijn,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Wijziging verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De moeder heeft verzocht de huidige zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan te wijzigen, nu de vader naar Leeuwarden is verhuisd en de huidige zorgregeling om die reden niet meer kan worden uitgevoerd. Ook stelt de moeder een concrete vakantie- en feestdagenregeling voor, welke zij vastgelegd wenst te hebben. Daarnaast wenst de moeder dat de afspraak over vervangende opvang uit het ouderschapsplan geschrapt wordt.
Reguliere zorgregeling
Ter zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over een gewijzigde zorgregeling, inhoudende dat [de minderjarige] om het weekend (in de oneven weken) bij de vader verblijft van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] bij de moeder ophaalt en ook weer bij de moeder terugbrengt. De rechtbank zal aldus bepalen. Indien [de minderjarige] een sport gaat beoefenen waarbij hij op zaterdag bijvoorbeeld een wedstrijd speelt, dan zal op dat moment opnieuw worden bekeken hoe dit past binnen de zorgregeling. Ten aanzien van dit punt zal de rechtbank nu niets bepalen.
Vakantie- en feestdagenregeling
Ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen hebben de ouders na de zitting overeenstemming bereikt, waarover zij de rechtbank bij hun brieven van 8 april 2022 hebben bericht. De vader heeft daarbij een door de vader en de moeder ondertekend schema met daarin opgenomen de vakantie- en feestdagenverdeling overgelegd, welk schema aan deze beschikking zal worden gehecht.
De vader en de moeder zijn het niet eens geworden over de verdeling van de zomervakantie en vragen daarvoor nog een beslissing van de rechtbank. De vader wenst [de minderjarige] in de zomervakantie gedurende de bouwvakvakantie van de regio Noord drie weken bij zich te hebben. De andere weken worden voor de vader gevuld met werkzaamheden in de bouw en de vader verliest veel geld wanneer hij in die weken vrij moet nemen. De kans is bovendien aanwezig dat hij om die reden niet de volledige tijd met [de minderjarige] kan doorbrengen. De moeder wenst de zomervakantie daarentegen zo te verdelen dat [de minderjarige] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder is, en in de oneven jaren omgekeerd. De moeder wil ook een deel van de bouwvak (regio midden) met [de minderjarige] doorbrengen, nu haar partner van die weken afhankelijk is. Voor de vader is het nooit een probleem geweest om buiten de bouwvak vakantie te hebben. Voor dit jaar is voor de moeder bovendien van belang dat haar personeel al de eerste twee weken van de vakantie vrij is, zodat zij de zaak kunnen draaien als de moeder vrij is. In de vijfde week van de zomervakantie heeft de opa van [de minderjarige] een familievakantie naar Disneyland Parijs voor hen geboekt.
De rechtbank overweegt als volgt. Beide ouders hebben hun eigen begrijpelijke redenen voor de vakantieverdeling die zij wensen en zij zijn in meer of mindere mate afhankelijk van de bouwvakvakantie (beiden in een andere regio). Indien het verzoek van de vader zou worden toegewezen, dan bestaat de kans, zoals de moeder terecht stelt, dat [de minderjarige] met de moeder een versnipperde vakantie heeft en niet drie aaneengesloten weken. Dit beperkt haar in haar mogelijkheden om met [de minderjarige] op vakantie te kunnen. Bovendien brengt het meer heen en weer reizen tussen Leeuwarden en Noordwijk voor [de minderjarige] met zich. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet wenselijk. Niet is gebleken dat het voor de vader onmogelijk is om buiten de bouwvak vakantie vrij te nemen en daarbij is het overigens nog maar de vraag of de bouwvakvakantie in de regio Noord altijd (volledig) valt in de schoolvakantie in de regio Midden. Om bovengenoemde redenen zal de rechtbank bepalen dat de zomervakantie drie om drie weken tussen de ouders zal worden verdeeld, waarbij [de minderjarige] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de tweede drie weken bij de moeder verblijft, en in de oneven jaren andersom. De rechtbank merkt daarbij wel op dat de ouders hier in onderling overleg altijd van kunnen afwijken, bijvoorbeeld in die jaren waarin de bouwvakvakanties in de verschillende regio’s een andere verdeling voor beide ouders mogelijk maken.
Opvang [de minderjarige]
Ten slotte merkt de rechtbank nog op dat de ouders ter zitting met elkaar hebben afgesproken dat de passage over de opvang van [de minderjarige] onder het kopje ‘opvang’ uit het ouderschapsplan wordt gehaald. Daarbij zijn zij overeengekomen dat de moeder [de minderjarige] niet zal onderbrengen bij leden van de Scientology kerk of hem daar mee naartoe zal nemen, indien zij geen opvang heeft. Voor de vakanties is afgesproken dat het uitgangspunt is dat de ouders waar [de minderjarige] gedurende de vakantie verblijft, zelf voor [de minderjarige] zorgt en dat daar bij uitzondering van kan worden afgeweken en in dat geval voor opvang binnen de familie (en niet binnen de Scientology kerk) wordt gezorgd. Deze afspraken lenen zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank gaat er vanuit dat beide ouders deze afspraken zullen nakomen.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 9 december 2017, waar het ouderschapsplan van 2 oktober/24 november 2017 onderdeel van uitmaakt – :
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te Leiden, bij de vader zal zijn van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 18.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] bij de moeder ophaalt en ook weer bij de moeder terugbrengt;
*
bepaalt dat een vakantie- en feestdagenregeling geldt zoals opgenomen in het aan deze beschikking gehechte en namens beide ouders door hun advocaten ondertekende schema en dat een regeling voor de zomervakantie geldt inhoudende dat [de minderjarige] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de tweede drie weken bij de moeder verblijft, en in de oneven jaren andersom;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.