ECLI:NL:RBDHA:2022:3069

ECLI:NL:RBDHA:2022:3069, Rechtbank Den Haag, 21-03-2022, SGR 21/1736

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-03-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer SGR 21/1736
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005416 BWBR0005537

Samenvatting

Waarschuwing is geen besluit i.d.z.v. artikel 1:3 van de Awb. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 maart 2022 in de zaak tussen

drs. [eiser] e.a., uit [woonplaats] , eiser

de burgemeester van Rijswijk, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 21/1736

(gemachtigde: mr. I. de Vink),

en

(gemachtigde: mr. M.L. Vroom).

Procesverloop

Op 16 juli 2020 heeft verweerder eiser een waarschuwing gegeven met betrekking tot woonoverlast.

Bij besluit van 8 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de waarschuwing niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2022 via een beeld- en telefonische verbinding op zitting behandeld. Eiser en zijn echtgenote zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Eiser is met zijn buren verwikkeld in een conflict. Verweerder heeft eiser bij brief van 16 juli 2020 een waarschuwing gegeven met betrekking tot overlast die eiser voor zijn buren zou veroorzaken.

2. Verweerder heeft eisers bezwaar tegen de waarschuwing niet-ontvankelijk verklaard omdat de waarschuwing geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is.

Wat vindt eiser in beroep?

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert, kort samengevat, aan dat de waarschuwing wel een besluit is, dan wel met een besluit moet worden gelijkgesteld. Het betreft een op een wettelijk voorschrift gebaseerde waarschuwing en geldt als voorwaarde om bij een volgende overtreding een bestuurlijke sanctie of maatregel te kunnen opleggen. Eiser verwijst daarbij naar de conclusie van 24 januari 2018 van Advocaat-Generaal R.G.J.M. Widdershoven en een uitspraak van de hoogste bestuursrechter. De waarschuwing vindt eiser onrechtmatig. Verweerder heeft ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de beschuldigingen van eisers buren en heeft niet alle betrokken belangen afgewogen. Op de specifieke argumenten van eiser gaat de rechtbank hierna in, voor zover dat nodig is.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de waarschuwing een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

5. De rechtbank overweegt dat een waarschuwing in beginsel geen besluit is. Dit kan anders zijn als het gaat om een op een wettelijk voorschrift gebaseerde waarschuwing die een voorwaarde is voor het toepassen van een sanctiebevoegdheid. Anders dan eiser stelt is de waarschuwing niet gebaseerd op een wettelijk voorschrift, maar op een beleidsregel. Dat in de toelichting op de beleidsregel wordt verwezen naar 151d van de Gemeentewet (Gw), betekent niet dat de waarschuwing daarom zijn grondslag in een wettelijk voorschrift vindt. Artikel 151d van de Gw geeft een verordende bevoegdheid om handhavend tegen woonoverlast op te treden. Artikel 151d van de Gw biedt geen op zichzelf staande grond om een waarschuwing te geven. Dat is bepaald in de beleidsregel. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de beleidsregel ten tijde van de waarschuwing nog niet op de juiste wijze bekend was gemaakt. De waarschuwing kan daarom eveneens als informele waarschuwing aangemerkt worden.

Er zijn situaties waarin op beleidsregels gebaseerde waarschuwingen of informele waarschuwingen voor de rechtsbescherming met een besluit moeten worden gelijkgesteld. Die situaties doen zich voor als de alternatieve route om een rechterlijk oordeel over die waarschuwingen te krijgen onevenredig bezwarend of afwezig is. Geen van die situaties doet zich in deze zaak voor. Het betoog dat aan de waarschuwing geen termijn is gebonden en de waarschuwing daarom voor onbepaalde tijd negatieve gevolgen kan hebben, volgt de rechtbank niet. In de waarschuwing staat immers dat verweerder erop aandringt dat de overlast per direct wordt beëindigd en beëindigd blijft, anders zal verweerder een gedragswijzing opleggen. Er is dan ook geen sprake van een voortdurende termijn van de waarschuwing, waardoor eiser in de rechterlijke procedure tegen de op te leggen bestuurlijke sanctie de rechtmatigheid van de waarschuwing bewijsrechtelijk niet meer effectief kan bestrijden. Bij het niet direct beëindigen van de overlast zal verweerder immers tot een maatregel overgaan. Dat eiser in zijn verdediging wordt geschaad omdat verweerder het dossier van de overlast niet heeft overgelegd, doet voor de vraag of het de waarschuwing met een besluit gelijk moet worden gesteld niet ter zake.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de waarschuwing geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, noch daarmee gelijk kan worden gesteld. Verweerder heeft het bezwaar van eiser dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiser zich in een vervelende situatie bevindt met de buren, kom de rechtbank dus niet aan de inhoud toe. Bovendien heeft verweerder ter zitting meegedeeld dat de waarschuwing is uitgewerkt en verder geen gevolgen heeft.

Conclusie

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr.F.E.J. Valk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2022.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?