RECHTBANK DEN HAAG
[Naam], eiser v-nummer: [Nummer]
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.5609
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. M.A. Krikke), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 1 april 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.1 Daarbij heeft verweerder vastgesteld dat hij aan eiser geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is vanwege het niet tijdig nemen van een beslissing op de asielaanvraag (het dwangsombesluit).
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het dwangsombesluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Ingevolge van artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen (Tijdelijke wet), zoals deze luidt sinds 11 juli 2021, zijn de artikelen 4:17 tot en met 4:19, afdeling 8.2.4a en artikel 8:72, zesde lid van de Awb niet van toepassing op besluiten op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vw. Op grond van artikel 3 van de Tijdelijke wet blijft artikel 1 buiten toepassing indien verweerder vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een aanvraag tot het verlenen van zo’n verblijfsvergunning én verweerder voor die inwerkingtreding van eiser een geldige ingebrekestelling heeft ontvangen.
2. Eiser heeft de asielaanvraag op 15 september 2021 ingediend, dus na de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet per 11 juli 2021. Gelet hierop doet de situatie zoals bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke wet zich niet voor en is artikel 4:17 van de Awb niet
1. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
van toepassing. Verweerder heeft dan ook terecht vastgesteld dat hij aan eiser geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is.
3. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom bij niet tijdig beslissen op een asielaanvraag in strijd is met het Unierecht.
4. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Documentcode: DSR20197152
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.