ECLI:NL:RBDHA:2022:3919

ECLI:NL:RBDHA:2022:3919, Rechtbank Den Haag, 22-04-2022, NL22.5609

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-04-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL22.5609
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0043820

Samenvatting

Buiten zitting, tijdelijke wet opschorting dwangsom, indiening na 11 juli 2021, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[Naam], eiser v-nummer: [Nummer]

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.5609

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. M.A. Krikke), en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.1 Daarbij heeft verweerder vastgesteld dat hij aan eiser geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is vanwege het niet tijdig nemen van een beslissing op de asielaanvraag (het dwangsombesluit).

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het dwangsombesluit.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Ingevolge van artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen (Tijdelijke wet), zoals deze luidt sinds 11 juli 2021, zijn de artikelen 4:17 tot en met 4:19, afdeling 8.2.4a en artikel 8:72, zesde lid van de Awb niet van toepassing op besluiten op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vw. Op grond van artikel 3 van de Tijdelijke wet blijft artikel 1 buiten toepassing indien verweerder vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een aanvraag tot het verlenen van zo’n verblijfsvergunning én verweerder voor die inwerkingtreding van eiser een geldige ingebrekestelling heeft ontvangen.

2. Eiser heeft de asielaanvraag op 15 september 2021 ingediend, dus na de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet per 11 juli 2021. Gelet hierop doet de situatie zoals bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke wet zich niet voor en is artikel 4:17 van de Awb niet

1. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.

van toepassing. Verweerder heeft dan ook terecht vastgesteld dat hij aan eiser geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is.

3. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom bij niet tijdig beslissen op een asielaanvraag in strijd is met het Unierecht.

4. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR20197152

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.F.I. Sinack

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?