ECLI:NL:RBDHA:2022:4199

ECLI:NL:RBDHA:2022:4199, Rechtbank Den Haag, 09-05-2022, AWB - 21 _ 1747

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-05-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 21 _ 1747
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2024:4609
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005212 BWBR0005537 BWBR0012810

Samenvatting

Aanvraag om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen omdat de identiteit van de aanvrager niet kan worden vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , Verenigd Koninkrijk, eiser

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 21/1747

(gemachtigde: mr. M. Woudwijk),

en

(gemachtigde: mr. L.H.T Geuzendam).

Procesverloop

Bij besluit van 4 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een Nederlands paspoort (de aanvraag) niet in behandeling genomen.

Bij besluit van 17 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en ten aanzien van enkele stukken met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de rechtbank van die stukken kennis mag nemen. De rechtbank heeft beslist dat beperkte kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd is. Eiser heeft toestemming verleend om mede op basis van deze stukken uitspraak te doen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2022 via een beeldverbinding. Daaraan namen deel de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Deze zaak gaat over de vraag of verweerder terecht heeft geweigerd aan eiser een Nederlands paspoort te verstrekken omdat zijn identiteit niet kan worden vastgesteld.

Wat vinden eiser en verweerder?

Eiser stelt dat verweerder zijn aanvraag ten onrechte als een eerste aanvraag heeft behandeld. Eiser vraagt verlenging van zijn paspoort. Daarvoor gelden minder strenge eisen. Onder verwijzing naar de checklist, opgenomen op de website Nederland Wereldwijd, stelt eiser dat voor het verlengen van een paspoort is vereist dat het oude paspoort wordt overgelegd en een bewijs van non-acquisition of British citizenship omdat de geldigheidsduur van het oude paspoort langer dan twee jaar is verlopen. Eiser heeft bewijzen overgelegd van zijn pensioen, een verklaring van de Earls Court Family Support Group met een foto en een Freedom Pass van Londen Councils met een pasfoto. Eiser stelt dat hij daarmee aangetoond dat hij rechtmatig in het Verenigd Koninkrijk verblijft en aan alle vereisten heeft voldaan.

Verder stelt eiser dat hij op advies van kennissen op de hoorzitting in bezwaar heeft verklaard dat zijn geboortedatum wel [geboortedag 1] 1959 is. Dit omdat hij bij de eerdere vernieuwingsaanvragen wel zijn correcte geboortedatum opgegeven, namelijk [geboortedag 2] 1935. Eiser heeft veel last van stress en depressie als gevolg van de problemen met zijn paspoortvernieuwing. Hij weet niet meer precies wanneer hij het gehoor in het kader van zijn asielaanvraag heeft gehad waarin hij heeft gezegd dat hij 59 jaar oud was. Eiser herinnert het zich zo en het is lastig voor hem na te gaan waarom dit destijds niet is gecorrigeerd. Eiser blijft zijn stelling dat de tolk destijds aan de ambtenaar verkeerde informatie heeft doorgegeven.

Verweerder is ten onrechte niet nagegaan bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst destijds al vingerafdrukken werden afgenomen bij indiening van een asielaanvraag. Dit is relevant omdat daaruit kan blijken dat eiser dezelfde persoon is als degene die in 1992 de asielaanvraag heeft gedaan. Voorts is onduidelijk of de opgeslagen vingerafdruk op het eerste paspoort nog vergeleken zou kunnen worden met de vingerafdruk van eiser. Dat kan dan gebruikt worden om zijn identiteit vast te stellen.

Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en blijft bij zijn standpunt dat eisers identiteit niet kan worden vastgesteld.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Verweerder stelt terecht dat alleen Nederlanders recht hebben op een Nederlands paspoort en dat het dus noodzakelijk is dat de identiteit van de aanvrager van een paspoort vaststaat. Alleen als de identiteit van de aanvragen vaststaat kan worden vastgesteld dat hij Nederlander is. De identiteit dient daarom niet alleen bij een eerste paspoortaanvraag vast te staan, maar ook bij een tweede en verdere aanvragen. Overigens heeft eiser, anders dan hij stelt, ook niet voldaan aan de checklist. Hij heeft bij zijn aanvraag niet zijn oude paspoort, dat op 16 december 2003 is verlopen overgelegd, maar een kopie daarvan.

Verweerder stelt terecht dat eisers identiteit niet kan worden vastgesteld.

Eiser heeft in het kader van deze paspoortaanvraag gesteld dat hij de heer [eiser] , geboren op [geboortedag 1] 1959 in [geboorteplaats] , Somaliƫ, is, zoals is vermeld in het oude paspoort.

Bij eerdere, niet ingewilligde, aanvragen in 2003, 2011, 2012, 2014 en 2016 heeft eiser echter gesteld dat hij is geboren op [geboortedag 2] 1935.

In zijn schriftelijke reactie na de hoorzitting in bezwaar volhardt eiser in zijn standpunt dat hij de heer [eiser] , geboren op [geboortedag 1] 1959 in [geboorteplaats] , is die in Nederland in 1998 is genaturaliseerd, maar dat zijn daadwerkelijke geboortedatum [geboortedag 2] 1935 is.

Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De door eiser overgelegde stukken zijn geen door een bevoegde autoriteit afgegeven (reis)documenten, op basis waarvan de identiteit kan worden vastgesteld.

Verder zou, als eiser inderdaad tijdens zijn asielprocedure zou hebben verklaard dat hij 59 jaar oud was, dit betekenen dat zijn geboortejaar 1933 of 1934 zou zijn en niet ( [geboortedag 2] ) 1935.

Bovendien is het niet aannemelijk dat, indien eiser zou hebben aangegeven

59 jaar te zijn, dit geleid zou hebben tot noteren van de concrete geboortedatum

[geboortedag 1] 1959. Het had in dat geval immers voor de hand gelegen dat er in dat geval als geboortedatum xx-xx-1959 zou zijn genoteerd.

Verder blijkt niet dat eiser heeft geprobeerd de vermelding van zijn geboortedatum als [geboortedag 1] 1959, voor of bij zijn naturalisatie te laten corrigeren.

Ook heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat, indien eiser gevolgd zou worden in zijn stelling dat hij geboren zou zijn op [geboortedag 2] 1935 en dat dit destijds verkeerd genoteerd, dit betekent dat ook een aantal van de andere verklaringen afgelegd ten tijde van de asielprocedure niet correct kunnen zijn. De geboortedata van zijn ouders kunnen dan niet juist zijn evenals de periode waarin hij op de lagere school zou hebben gezeten. De ouders zouden dan bij zijn geboorte zes respectievelijk drie jaar oud zijn geweest en eiser zou bijna dertig jaar zijn geweest toen hij op de lagere school zat.

Verder zijn bij de hoorzitting in bezwaar aan eiser identificerende vragen gesteld. Zo is aan hem de vraag gesteld of hij is gehuwd (geweest), met wie hij is gehuwd (geweest) en of hij kinderen heeft. Eiser heeft verklaard getrouwd te zijn geweest met wijlen mevrouw [A] en geen kinderen te hebben. Het rapport van nader gehoor maakt echter geen melding van een huwelijk met mevrouw [A]

Hasni, maar wel van twee andere huwelijken alsmede van vier kinderen, geboren uit het tweede huwelijk. De huidige verklaringen van eiser wijken dus af van de verklaringen die destijds zijn afgelegd ten tijde van de asielprocedure.

De angst en stress die eiser ervoer verklaart onvoldoende dat hij deze wisselende verklaringen omtrent essentiƫle gebeurtenissen in zijn leven heeft afgelegd.

Daargelaten of een vergelijkend onderzoek naar vingerafdrukken van eiser mogelijk zou zijn, is de rechtbank van oordeel dat daarmee, gelet op de wisselende verklaringen van eiser, zijn identiteit niet zou komen vast te staan. Bovendien rust op verweerder geen verplichting in het kader van het vaststellen van de identiteit een vingerafdrukvergelijking te laten uitvoeren, maar ligt het op de weg van eiser met documenten zij identiteit aan te tonen. Hij is daarin niet geslaagd.

Het beroep is ongegrond

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Leijten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. G.P. Kleijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?