Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2022 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder.
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/7456
(gemachtigde: [naam]),
en
Procesverloop
Bij besluit van 1 november 2021 heeft verweerder de bezwaren tegen het weigeren van een urgentieverklaring ongegrond verklaard. Bij brief van 15 november 2021 heeft eiser tegen dit besluit beroep ingesteld.
Bij brief van 15 mei 2022 heeft eiser het beroepschrift ingetrokken en verweerder verzocht gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid om het griffierecht te vergoeden.
Naar aanleiding van het verzoek van de rechtbank om een reactie hierop, heeft verweerder meegedeeld niet tegemoet te zijn gekomen aan het beroepschrift en geen aanleiding te zien tot vergoeding van het griffierecht.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door het bestuursorgaan indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
Ingevolge het achtste lid van dit artikel kan het bestuursorgaan in andere gevallen, indien het beroep wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is de vergoeding van griffierecht overeenkomstig artikel 8:41, zevende en achtste lid, van de Awb als het beroep wordt ingetrokken een zaak van het bestuursorgaan. De rechter heeft hierin geen bevoegdheden. Eiser kan zich met het verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot verweerder wenden, zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 augustus 1994 (ECLI:NL:CRVB:1994:ZB0828).
4. Gelet hierop zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren van het verzoek kennis te nemen.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van
F.J.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
17 juni 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.