ECLI:NL:RBDHA:2023:10374

ECLI:NL:RBDHA:2023:10374, Rechtbank Den Haag, 11-07-2023, NL23.14866

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-07-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.14866
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Dublin Spanje.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[naam], eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.14866

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),

en

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser is en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Het is niet in geschil dat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming van eiser. Verder is niet aannemelijk geworden dat er vanwege systeemfouten in de asielprocedure of opvangvoorzieningen beletselen zouden bestaan om eiser aan Spanje over te dragen.

2. Zoals in het bestreden besluit is overwogen, wordt op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel aangenomen dat Spanje zich zal houden aan zijn internationale verplichtingen. In de rechtspraak hierover is de situatie betrokken voor Dublinterugkeerders zoals die volgt uit de landenrapporten van AIDA over Spanje. Eiser heeft gewezen op het AIDA-rapport over 2022 (verschenen april 2023). Hieruit blijkt echter niet van een zodanige verslechtering van Dublinterugkeerders in Spanje ten opzichte de beschrijving in het eerdere AIDA-rapport dat overdracht aan Spanje zou uitmonden in een schending van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest.

3. De Spaanse autoriteiten hebben met de aanvaarding van de Dublinclaim toegezegd het asielverzoek van eiser te zullen behandelen en zijn daarbij gebonden aan de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn. De vergelijking met de situatie in Italië waarover de Afdeling op 26 april 2023 heeft geoordeeld, gaat niet op. De Spaanse autoriteiten hebben immers niet op vergelijkbare wijze verklaard dat Dublinterugkeerders niet zullen worden opgevangen wegens gebrek aan opvangcapaciteit. Evenmin heeft eiser aannemelijk gemaakt dat het voor hem bij voorbaat onmogelijk of zinloos zou zijn om in Spanje te klagen over een eventuele schending van zijn recht op opvang. De enkele omstandigheid dat tegen Spanje een inbreukprocedure is gestart, leidt dan ook niet tot de conclusie dat eiser na zijn overdracht in Spanje terecht zal komen in een situatie van materiële deprivatie zonder dat hij hierbij enige hulp van de Spaanse overheid mag verwachten.

4. Voor zover eiser stelt dat de Spaanse autoriteiten zich schuldig maken aan pushbacks geldt dat niet is gebleken van concrete aanknopingspunten dat ook Dublinterugkeerders hieraan worden blootgesteld. Overdracht naar Spanje vindt met instemming van de Spaanse autoriteiten plaats per vliegtuig, terwijl de pushbacks betrekking hebben op vreemdelingen die illegaal over zee Spanje proberen te bereiken. In zoverre kan dan ook niet worden gezegd dat eiser na overdracht te vrezen zal hebben voor een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Griffier

  • mr. A.J.J. Sterks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?