RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 juli 2023 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.14138
(gemachtigde: mr. E. Maalsen),
en
(gemachtigde: mr. A.N. Sap).
Procesverloop
Bij besluit van 10 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt overgedragen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.14137, op 29 juni 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De staatssecretaris is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. In deze procedure is onder meer de vraag aan de orde of de staatssecretaris ten aanzien van Kroatië kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraken van 13 april 2022 geoordeeld dat sprake is van concrete aanknopingspunten dat de staatssecretaris daar niet meer van kan uitgaan en opdracht gegeven tot nader onderzoek. Verschillende zittingsplaatsen van deze rechtbank hebben nadien onderling afwijkend geoordeeld over de vraag of inmiddels weer wel van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. In deze zittingsplaats zal die vraag meervoudig worden behandeld. In afwachting van de uitkomst van die procedure wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het overdrachtsbesluit te schorsen toe.
2. Er bestaat aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.674,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Engberts, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.