ECLI:NL:RBDHA:2023:10605

ECLI:NL:RBDHA:2023:10605, Rechtbank Den Haag, 19-07-2023, NL23.14431

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-07-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.14431
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Roermond
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Dublin België – voorlopige voorziening - de rechtbank, deze zittingsplaats, heeft in een tussenuitspraak van 19 juli 2023 in een beroep van een andere -niet kwetsbare- vreemdeling verweerder opgedragen zich nader te vergewissen van zowel de juridische verschillen als de feitelijke verschillen tussen de opvangvoorzieningen die de Belgische autoriteiten normaalgesproken aan Dublinclaimanten verstrekken en de voorzieningen waar Dublinclaimanten thans -mogelijk- voor in aanmerking komen na de overdracht (ECLI:NL:RBDHA:2023:10571). - De voorzieningenrechter wijst het onderhavige verzoek toe in afwachting van het onderzoek dat verweerder (mogelijk) zal verrichten in die procedure en omdat gezien de overwegingen in die tussenuitspraak het beroep een redelijke kans van slagen niet op voorhand kan worden ontzegd. - De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat deze zittingsplaats voornemens is om in vergelijkbare procedures waarin de rechtmatigheid van een overdrachtsbesluit van niet kwetsbare vreemdelingen aan België moet worden beoordeeld, de beroepen ook aan te houden totdat de rechtbank een einduitspraak zal doen in de eerdergenoemde procedure en verzoeken om een voorlopige voorziening toe te wijzen, dan wel een ordemaatregel te treffen. – verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker],

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.14431

geboren op [geboortedatum] 1971, van Pakistaanse nationaliteit, verzoeker,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. N. Birrou),

en

(gemachtigde: mr. P. van Zijl).

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL23.14430). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek gelijktijdig met het beroep op 6 juli 2023 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn – zonder enig bericht hierover aan de rechtbank of verweerder- niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft op 19 juli 2023 het onderzoek in de beroepszaak heropend en medegedeeld dat de behandeling van het beroep wordt aangehouden totdat einduitspraak wordt gedaan in de procedure waarin de rechtbank op 19 juli 2023 een tussenuitspraak heeft gedaan (NL23.11747, ECLI:NL:RBDHA:2023:10571).

Overwegingen

1. Verzoeker heeft onderhavige asielaanvraag op 27 november 2022 ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat verzoeker op 10 oktober 2019, op 23 februari 2017 en op 27 november 2014 in België een asielaanvraag heeft ingediend.

De Belgische autoriteiten hebben het claimverzoek van 24 januari 2023 geaccepteerd. Op

2 februari 2023 is een claimakkoord tot stand gekomen. Verweerder wil verzoeker op grond van dit claimakkoord overdragen aan België.

2. Partijen zijn in beroep verdeeld over de vraag of de overdracht aan België moet worden verboden.

3. Verzoeker heeft verzocht om de behandeling van het beroep in Nederland te mogen afwachten.

4. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

5. De voorzieningenrechter zal de gevraagde voorziening toewijzen en overweegt daartoe als volgt.

6. In beginsel mag verweerder ten aanzien van de andere lidstaten uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en er daarom ook van uitgaan dat België zijn verdragsverplichtingen jegens verzoeker na zal komen als verzoeker wordt overgedragen. Het is aan verzoeker om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet zo is. De Belgische autoriteiten hebben echter in twee brieven aan verweerder te kennen gegeven met een tekort aan opvangplekken te kampen en dat daardoor Dublinclaimanten die door de Belgische autoriteiten na een individuele beoordeling niet worden aangemerkt als kwetsbare personen, de wachttijd voor een opvangplek tot soms (meer dan) zes maanden kan oplopen. De Belgische autoriteiten hebben tevens aangegeven dat er noodopvang-locaties zijn waar Dublinclaimanten zich na overdracht kunnen melden om te worden opgevangen. Gelet op de door de Belgische autoriteiten verstrekte informatie zal verzoeker niet als kwetsbaar worden aangemerkt en zal hij niet in aanmerking komen voor opvangvoorzieningen die de Belgische autoriteiten, indien geen capaciteitsproblemen bestonden, zouden verstrekken.

7. De rechtbank, deze zittingsplaats, heeft in de eerder genoemde tussenuitspraak van 19 juli 2023 in een beroep van een andere -niet kwetsbare- vreemdeling verweerder opgedragen zich nader te vergewissen van zowel de juridische verschillen als de feitelijke verschillen tussen de opvangvoorzieningen die de Belgische autoriteiten normaalgesproken aan Dublinclaimanten verstrekken en de voorzieningen waar Dublinclaimanten thans -mogelijk- voor in aanmerking komen na de overdracht. De voorzieningenrechter wijst het onderhavige verzoek toe in afwachting van het onderzoek dat verweerder (mogelijk) zal verrichten in procedure NL23.11747 (ECLI:NL:RBDHA:2023:10571) en omdat gezien de overwegingen in die tussenuitspraak het beroep een redelijke kans van slagen niet op voorhand kan worden ontzegd. De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat deze zittingsplaats voornemens is om in vergelijkbare procedures waarin de rechtmatigheid van een overdrachtsbesluit van niet kwetsbare vreemdelingen aan België moet worden beoordeeld, de beroepen ook aan te houden totdat de rechtbank een einduitspraak zal doen in de eerdergenoemde procedure en verzoeken om een voorlopige voorziening toe te wijzen, dan wel een ordemaatregel te treffen.

8. Gelet op de toewijzing van het verzoek veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

€ 837,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. M.J. Clermonts, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 19 juli 2023

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?