ECLI:NL:RBDHA:2023:11849

ECLI:NL:RBDHA:2023:11849, Rechtbank Den Haag, 10-08-2023, AWB - 22 _ 3153

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-08-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 22 _ 3153
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:CRVB:2024:1316
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002368 BWBR0035261 BWBR0035917 BWBR0036051

Samenvatting

AKW; aanvraag dubbele kinderbijslag; Beoordelingskader BUK 2018 juist toegepast; medische beoordeling CIZ per onderdeel en functie onvoldoende gemotiveerd betwist; geen intensieve zorgbehoefte; aanvraag daarom terecht afgewezen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb), verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 22/3153

(gemachtigde: O.J.J.C. Koopmans LL.M.),

en

(gemachtigde: J.Y. van den Berg).

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2021 (het primaire besluit) heeft de Svb de aanvraag van eiseres om dubbele kinderbijslag voor haar dochter [naam] vanaf het derde kwartaal van 2021 afgewezen.

Bij beslissing op bezwaar van 8 april 2022 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Van eiseres zijn brieven met bijlage(n) ingekomen van 3 april 2023 en 1 mei 2023.

De Svb heeft bij brieven met bijlage van 17 mei 2023 en 8 juni 2023 op de brieven van eiseres gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2023. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Ook de partner van eiseres is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres heeft op 7 juli 2021 dubbele kinderbijslag in de zin van artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aangevraagd voor haar dochter [naam], die geboren is op [geboortedag] 2014. [naam] is gediagnosticeerd met het Legius Syndroom, SPRED 1 mutatie.

Standpunten

2. Standpunt eiseres

Eiseres betwist de afwijzing van de aanvraag omdat de zorg die zij aan [naam] besteedt volgens haar meer dan gebruikelijk is. Het ziektebeeld van het Legius Syndroom uit zich bij [naam] in een veel te lage spierspanning. Zij is hierdoor rolstoelafhankelijk, heeft op school aangepast meubilair en ook thuis waren allerlei aanpassingen nodig. Zo zag eiseres zich genoodzaakt om haar werk als leidinggevende in een bloemenkwekerij af te bouwen en uiteindelijk te stoppen om zich volledig te kunnen richten op het zorgen voor [naam]. De kosten voor deelname van [naam] aan therapieën zijn voor eiseres niet meer op te brengen zodat de weigering om dubbele kinderbijslag toe te kennen er toe zal leiden dat die therapieën moeten worden stopgezet. De verwachte gevolgen daarvan durft eiseres niet eens te noemen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres onderzoek laten verrichten door Lechnerconsult medisch advies (Lechnerconsult).

3. Standpunt Svb

[naam] was ruim zes jaar oud toen eiseres de aanvraag indiende. Om die reden heeft [naam] een minimale zorgscore van vier punten nodig om voor dubbele kinderbijslag in aanmerking te kunnen komen. In zijn advies van 3 november 2021 heeft het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) geen punten toegekend. In bezwaar heeft het CIZ op 5 april 2021 alsnog 1 punt toegekend voor het item ‘lichaamshygiëne’ dat deel uitmaakt van het onderdeel ‘verzorging’. Voor de overige items binnen het onderdeel ‘verzorging’ en het onderdeel ‘oppassing’ zijn geen punten toegekend. In beroep heeft eiseres medische stukken overgelegd. De Svb heeft het CIZ verzocht om hierop te reageren, wat het CIZ bij aanvullende medische adviezen van 8 mei 2023 en 6 juni 2023 heeft gedaan. Het CIZ concludeert hierin dat er geen aanleiding is om zijn medisch advies (verder) aan te passen. De Svb blijft daarom ook in beroep bij de afwijzing van de aanvraag.

Toetsingskader

Algemene Kinderbijslagwet

Op grond van artikel 7a, eerste lid, van de AKW heeft een verzekerde voor een tot zijn huishouden behorend kind dat drie jaar is of ouder, maar nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, recht op verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, genoemd in artikel 12, eerste en tweede lid, indien het kind is aangewezen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen mate van intensieve zorg.

Besluit uitvoering kinderbijslag

Ingevolge artikel 11, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK) is sprake van intensieve zorg als bedoel in artikel 7a, eerste lid, van de AKW als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard.

Ingevolge artikel 12, eerste lid, van het BUK wint de Svb om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, een op medische gegevens gebaseerd advies in bij het CIZ, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg.

Ingevolge artikel 12, tweede lid, van het BUK worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld met betrekking tot de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd. Deze regels zijn neergelegd in de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (Regeling).

Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg

Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Regeling kan de Svb vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg, indien het advies van het CIZ positief luidt.

Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Regeling kent het CIZ op een item een punt toe, indien het oordeelt dat er op dat onderdeel sprake is van een zware zorgbehoefte. Ingevolge het derde lid behoeft het kind tussen 6-9 jaar intensieve zorg indien het CIZ minimaal 4 punten toekent.

Beoordelingskader BUK 2018

Bij het bepalen of per onderdeel al dan niet een punt moet worden toegekend wordt het zogenoemde Beoordelingskader BUK 2018 (Beoordelingskader) gehanteerd. Daarin wordt een nadere uitwerking gegeven van de in de Regeling genoemde onderdelen, waarbij per onderdeel voorbeelden worden gegeven van situaties waarvoor wel of juist geen punt wordt toegekend. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is het Beoordelingskader aan te merken als een vaste gedragslijn die als uitgangspunt kan worden genomen voor de beoordeling van een aanspraak op dubbele kinderbijslag. Het CIZ moet echter in een voorkomend geval, waarin de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, per item, beoordelen of, in weerwil van de criteria van het Beoordelingskader, sprake is van een situatie van intensieve zorg. Het ligt dan op de weg van de betrokkene om aan de hand van concrete, verifieerbare en te objectiveren feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat hiervan sprake is.

Het Beoordelingskader omvat de volgende twee stappen:

Stap 1 in de beoordeling is het vaststellen of er sprake is van een ziekte of stoornis zoals bedoeld in het BUK. Het is noodzakelijk dat de ziekte of stoornis onderbouwd wordt met objectieve medische informatie van een ter zake deskundige. Is er geen sprake van een ziekte of stoornis die medisch geobjectiveerd is, volgt direct een negatief advies. Is er wel sprake van een ziekte of stoornis, dan volgt stap 2.

Stap 2 in de beoordeling is het onderzoeken van de zorgbehoefte op twee elementen, namelijk ‘verzorging’ en ‘oppassing’ met daaronder elk vijf functies. Bij ‘verzorging’ gaat het om ‘lichaamshygiëne’, ‘zindelijkheid’, ‘eten en drinken’, ‘mobiliteit’ en ‘medische verzorging’. Bij ‘oppassing’ gaat het om ‘gedrag’, ‘communicatie’, ‘alleen thuis zijn’, ‘begeleiding buitenshuis’ en ‘bezighouden’. Per functie wordt bepaald of er al dan niet sprake is van een sterke zorgzwaarte. Als hiervan sprake is, wordt 1 punt gescoord (artikel 3, eerste en tweede lid, van de Regeling).

Beoordeling

5. De rechtbank overweegt als volgt.

Dat [naam] als gevolg van haar ziekte beperkt is in haar dagelijks functioneren en dat de verzorging en oppassing door haar ouders hierdoor wordt verzwaard, is niet in geschil. Dit brengt echter niet mee dat [naam] daarom is aangewezen op intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de AKW. De Svb kan dat namelijk alleen vaststellen wanneer het advies van het CIZ positief luidt. In het geval van [naam] is daarvoor vereist dat er op minimaal vier items sprake is van een zware zorgbehoefte die daarom per item tot toekenning van een punt leidt, waarbij het Beoordelingskader in beginsel leidend is. Voor [naam] is dat volgens het CIZ maar bij één item het geval, namelijk lichaamshygiëne. Dat is niet voldoende voor een positief advies. De rechtbank moet in deze procedure beoordelen of de Svb het medisch advies van het CIZ aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen, binnen de grenzen van wat eiseres daartegen heeft aangevoerd.

Wat eiseres in beroep heeft aangevoerd geeft geen reden om te twijfelen aan de deugdelijkheid van het medisch advies van het CIZ. Daarin is kenbaar meegewogen wat eiseres in bezwaar heeft aangevoerd. In het door eiseres in beroep overgelegde onderzoeksrapport van Lechnerconsult van 20 maart 2023 concludeert A.W. Lechner, arts (hierna: Lechner), onder meer: “De uitvoerige beschreven besluitvorming van het CIZ in beslissing en BOB ontbeert een noodzakelijke integratie van fysiek, cognitie en vitaliteit, die onlosmakelijk verbonden zijn aan de aanwezigheid van het Legius syndroom bij [naam]. De besluitvorming van het CIZ tot heden kan op medische gronden (naar analogie met het MAOC) niet op deze wijze in stand worden gehouden. (…)”

Dat de beoordeling door het CIZ niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het Beoordelingskader, volgt hieruit niet. De door Lechner noodzakelijk geachte ‘integratie van fysiek, cognitie en vitaliteit’ wordt niet door het Beoordelingskader voorgeschreven. Voor zover Lechner verwijst naar het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium vormt dit evenmin een voldoende gemotiveerde betwisting van het medisch advies van het CIZ. Het gaat in deze zaak immers niet om de vaststelling van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, maar enkel om het vaststellen de zorgbehoefte van een kind, waarbij het Beoordelingskader leidend is. Dat is een heel andere beoordeling. Het Beoordelingskader biedt geen enkel aanknopingspunt voor de hier bedoelde analogie. In de jurisprudentie van de CRvB is ook geen steun te vinden voor het door Lechner ingenomen standpunt.

Verder stelt Lechner dat op vrijwel elk van de beoordeelde elementen van verzorging en oppassing met een volledig overzicht over het functioneren van [naam] de score 1 toegekend zou kunnen worden. Een precieze aanduiding van deze elementen naast ‘lichaamshygiëne’ waaraan een punt had moeten worden toegekend en een uitleg waarom ontbreekt hier echter, zodat deze stelling een onvoldoende gemotiveerde betwisting vormt van de uitvoerig gemotiveerde bevindingen van het CIZ per onderdeel en item.

De overige door eiseres in beroep overgelegde stukken bieden evenmin aanknopingspunten voor het oordeel dat het medisch advies van het CIZ ondeugdelijk is en daarom niet aan het bestreden besluit ten grondslag had kunnen worden gelegd. De Svb heeft die stukken ter beoordeling aan het CIZ voorgelegd. In de aanvullende medische adviezen van het CIZ is gemotiveerd toegelicht waarom de nieuw aangeleverde informatie geen aanleiding geeft het medische advies aan te passen. Eiseres heeft dat niet voldoende gemotiveerd betwist en is er dan ook niet in geslaagd om aan de hand van concrete, verifieerbare en te objectiveren feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat, in weerwil van de criteria van het Beoordelingskader, in het geval van [naam] sprake is van een situatie van intensieve zorg in de zin van de Regeling.

Dat de ouders van [naam] wellicht teleurgesteld zijn in de uitkomst van de medische beoordeling door het CIZ en – in het verlengde daarvan – de afwijzing van de aanvraag, is niet onbegrijpelijk. Als opvoeders en verzorgers van [naam] hebben zij immers dagelijks te maken met de (ingrijpende) gevolgen van [naam]’s ziekte in het leven van alledag. Zo heeft eiseres zich genoodzaakt gezien om te stoppen met werken om zich volledig te kunnen wijden aan de opvoeding en verzorging van [naam]. Het staat buiten kijf dat de ouders enorm hun best doen om [naam] de nodige zorg te bieden, wat veel van hen vraagt. Om dan te moeten vernemen dat die zorg onvoldoende is bevonden om voor dubbele kinderbijslag in aanmerking te kunnen komen, moet voor hen een bittere pil zijn. De rechtbank heeft daar weliswaar oog voor, maar bepalend is nu eenmaal of [naam] zodanig ernstig is beperkt in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door ouders in ernstige mate wordt verzwaard. Volgens de medische objectieve beoordeling die nodig is om dat vast te stellen, zoals uitgevoerd door het CIZ, doet die situatie zich hier niet voor.

Conclusie

6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de Svb de aanvraag van eiseres voor het ontvangen van dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2021 terecht heeft afgewezen. Het beroep is ongegrond.

Proceskosten

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Gerde, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2023.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.J. Waterbolk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?