[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. N.D. Schraa),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(gemachtigde: mr. R.S. Helmus).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 30 juni 2023 niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2023, samen met de zaak met zaaknummer NL23.19058, op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Roemenië een verzoek om overname gedaan. Roemenië heeft dit verzoek aanvaard.
Mocht de staatssecretaris voor Roemenië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?
5. Eiser betoogt dat voor Roemenië niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De opvangomstandigheden zijn ondermaats en er is serieus en concreet gevaar op gewelddadige pushbacks en refoulement. Eiser stelt dat hij bij terugkeer terecht komt in een situatie als bedoeld in artikel 3 van het EVRM en dat daarom niet van hem verwacht kan worden dat hij terugkeert naar Roemenië. Roemenië komt zijn verdragsverplichtingen namelijk niet na. Eiser verwijst in dit kader naar een aantal bronnen.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De staatssecretaris stelt zich terecht op het standpunt dat voor Roemenië nog steeds kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd in meerdere uitspraken en ook deze zittingsplaats van de rechtbank heeft hier vorige maand nog een uitspraak over gedaan. Het is daarom aan eiser om aannemelijk te maken dat sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en opvangvoorzieningen. De informatie uit de door eiser aangehaalde bronnen schetst geen ander beeld dan de informatie die al is beoordeeld in de hiervoor genoemde uitspraken.
Eiser maakt daarnaast niet aannemelijk dat hij als Dublinclaimant een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van pushbacks. Hij zal namelijk gereguleerd worden overgedragen aan Roemenië en zal dus niet illegaal Roemenië inreizen. Naar het oordeel van de rechtbank is het rapport van KlikAktiv niet voldoende concreet bewijs om te kunnen concluderen dat er sprake is van een reëel risico op pushbacks bij Dublinclaimanten. In het rapport wordt namelijk gesproken over vier Dublinclaimanten die stellen te zijn uitgezet over een periode van twee jaar, waarvan er in één zaak documenten zijn aangevoerd die de uitzetting onderbouwen. Daar komt nog bij dat de staatssecretaris hoger beroep heeft ingesteld tegen de door eiser aangehaalde uitspraak. De Roemeense autoriteiten hebben daarnaast het claimverzoek geaccepteerd en zij hebben daarmee gegarandeerd dat zij de asielaanvraag van eiser in behandeling nemen.
Voor zover eiser meent dat Roemenië zich niet houdt aan de Opvangrichtlijn, de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn stelt de staatssecretaris zich terecht op het standpunt dat eiser hierover een klacht kan indienen bij de autoriteiten van Roemenië. Er is niet gebleken dat eiser dit heeft gedaan en dat de Roemeense autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen, of dat deze mogelijkheid voor hem niet bestaat.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser niet in behandeling hoeft te nemen en eiser mag overdragen aan Roemenië. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten van eiser te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.