ECLI:NL:RBDHA:2023:14290

ECLI:NL:RBDHA:2023:14290, Rechtbank Den Haag, 09-06-2023, NL22.26561

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-06-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL22.26561
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

volgt

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiseres] , eiseres

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummers: NL22.26561 (beroep) en NL22.26563 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Orhan),

en

(gemachtigde: mr. S. Rietveld).

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk afgewezen.

Bij besluit van 23 december 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Op 4 mei 2023 heeft verweerder een aanvulling op het bestreden besluit overgelegd.

De rechtbank heeft het beroep op 8 mei 2023 op zitting behandeld. Eiseres was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?

1. Eiseres heeft de Ghanese nationaliteit en is geboren in Nederland op [geboortedatum] 2004. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat zij niet over een mvv beschikt en zij niet voor vrijstelling in aanmerking komt op grond van artikel 8 van het EVRM.

2. Partijen verschillen van mening of verweerder bij de belangenafweging in het kader van privéleven op grond van artikel 8 van het EVRM een ‘fair balance’ heeft gemaakt tussen het belang van eiseres en het algemeen belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

3. De rechtbank is, enigszins terughoudend toetsend, van oordeel dat verweerder de belangen van eiseres onvoldoende kenbaar heeft betrokken en de belangenafweging ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4. Eiseres is geboren in 2004 in Nederland. Zij is inmiddels 19 jaar en verblijft haar hele leven in Nederland. Zij heeft haar middelbare school hier afgerond en doet nu een mbo-opleiding Juridische Dienstverlening en haalt hoge cijfers. Verder heeft zij stage gelopen naar volle tevredenheid. Eiseres heeft daarmee de vormende jaren van haar jeugd in Nederland doorgebracht. Zij spreekt Nederlands en is volledig geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. Zij is verder nog nooit in Ghana geweest. Deze elementen te samen leggen veel gewicht in de schaal.

5. De rechtbank betrekt hierbij dat er een brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 25 april 2023 en een Gedragswetenschappelijke onderzoeksrapportage van 26 april 2022 over eiseres zijn overgelegd. Daaruit volgt onder meer dat gelet op de sociale en emotionele ontwikkeling van eiseres als jonge vrouw niet kan worden verwacht dat zij een toekomst gaat opbouwen in Ghana. Verder volgt daaruit dat stabiliteit en continuïteit belangrijk zijn bij de identiteitsvorming.

6. Weliswaar heeft eiseres hier altijd zonder verblijfsstatus verbleven, samen met haar moeder en haar jongere zusje [zus] , maar daar staat tegenover dat zij aanvragen hebben ingediend om te proberen hun verblijf te legaliseren. Bij deze verblijfsprocedures mochten zij hier aanwezig zijn om de uitkomst af te wachten. Het gegeven dat haar moeder destijds naar Nederland is gekomen en hier is gebleven, ook na de afwijzing van de aanvragen, kan niet volledig aan eiseres worden tegengeworpen gelet op haar jonge leeftijd. Eiseres is geboren in Nederland en is opgegroeid bij haar moeder, die de zorg voor het gezin draagt. In dat licht kan niet worden betoogd dat eiseres uit zichzelf naar Ghana had moeten vertrekken, het land waar zij zelf nooit is geweest.

7. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn aanvullende belangenafweging van 4 mei 2023. Niet valt in te zien dat eiseres kan worden verweten dat zij in 2015, op 11 jarige leeftijd niet heeft geprobeerd aan de voorwaarden te voldoen en op die leeftijd al had moeten weten dat haar verblijfsaanvraag geen redelijke kans van slagen had.

8. Verder is niet gebleken dat het economisch welzijn van Nederland concreet in het geding is. De moeder van eiseres voorziet in het levensonderhoud van het gezin en daarmee ook van eiseres. Zij verdient geld met schoonmaakwerkzaamheden. Daarom valt niet direct in te zien dat eiseres na al die jaren een beroep op de openbare kas zal doen. Daarbij komt dat eiseres met goede resultaten een opleiding in de juridische dienstverlening doet, waar grote vraag naar is. De verwachting is dan ook dat zij in de toekomst in haar eigen levensonderhoud zal kunnen voorzien en verder een bijdrage aan de samenleving zal kunnen leveren.

9. Dat haar moeder en zusje mogelijk een afgeleid verblijfsrecht kunnen krijgen als eiseres hier een verblijfsstatus zou hebben, legt onvoldoende gewicht in de schaal nu haar moeder in haar eigen levensonderhoud en dat van gezin voorziet.

10. Gelet hierop kan niet zonder meer worden betoogd dat het belang van verweerder bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt dan bovengenoemde belangen van eiseres die in Nederland is geboren en getogen. In dit licht kan verder niet zonder meer worden betoogd dat van eiseres kan worden gevergd dat zij vertrekt naar Ghana, waar zij nog nooit is geweest.

Wat is de conclusie?

11. Uit het bovenstaande volgt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:12 van de Awb. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.

12. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.511,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

13. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er niet langer sprake is van connexiteit.

Beslissing

De rechtbank:

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?