ECLI:NL:RBDHA:2023:14295

ECLI:NL:RBDHA:2023:14295, Rechtbank Den Haag, 06-06-2023, NL22.26218

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-06-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL22.26218
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 9 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet - artikel 8 van het EVRM - ambtshalve toetsing - gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser/verzoeker (hierna: eiser)

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummers: NL22.26218 (beroep), NL22.26219 (voorlopige voorziening) en NL22.2206 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen),

en

(gemachtigde: mr. M. Latul).

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9 van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

Bij besluit van 1 december 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het eerdere verzoek om een voorlopige voorziening is aangemerkt als ingediend hangende het beroep.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 8 mei 2023 op zitting behandeld. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld van zijn zoon [naam 1]. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?

1. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1967. Hij heeft een aanvraag ingediend voor verblijf als verzorgende ouder bij zijn Nederlandse zoon [naam 2].

2. Eiser heeft hierbij een beroep gedaan op artikel 8 van het EVRM. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij in deze zaak niet ambtshalve hoeft te toetsen aan dit artikel.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

3. Zoals de hoogste bestuursrechter heeft overwogen kan verweerder voor zijn motivering om niet ambtshalve aan 8 van het EVRM te toetsen verwijzen naar toepasselijk beleid als daarin is toegelicht waarom in bepaalde gevallen geen gebruik wordt gemaakt van deze bevoegdheid of, als dat beleid ontbreekt, in het individuele geval toelichten waarom van deze bevoegdheid geen gebruik wordt gemaakt.

4. Verweerders standpunt dat de toetsing aan artikel 8 van het EVRM een grondig aanvullend onderzoek en een andere specifieke deskundigheid vergt betreft geen toelichting van een individueel geval, maar is een algemene toelichting. Ook de praktische, procedurele en financiële argumenten die verweerder noemt betreffen een algemene toelichting.

5. Verder volgt niet zonder meer uit de feiten en omstandigheden van de zaak dat geen toetsing aan artikel 8 van het EVRM kan plaatsvinden en dat in dat kader eiseres niet kan worden gehoord. Hierbij ligt een aparte aanvraag niet in de rede.

6. Het bestreden besluit is dan ook niet deugdelijke gemotiveerd. Het beroep is dan ook gegrond. De overige gronden van eiser behoeven op dit moment geen bespreking.

7. Uit het bovenstaande volgt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:12 van de Awb. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.

Wat is de conclusie?

8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.511,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast dient verweerder het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.

8. De verzoeken om voorlopige voorziening worden buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er niet langer sprake is van connexiteit.

Beslissing

De rechtbank:

De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?