ECLI:NL:RBDHA:2023:14714

ECLI:NL:RBDHA:2023:14714, Rechtbank Den Haag, 26-09-2023, NL23.29072

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-09-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.29072
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

verleningsbesluit, vervolgberoep, ongegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.28752 en NL23.29072

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 19 februari 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft verweerder de maatregel van bewaring met ten hoogste twaalf maanden verlengd. Eiser heeft tegen dat besluit beroep ingesteld (NL23.28752).

Daarnaast heeft eiser, via een kennisgeving aan de rechtbank door verweerder, afzonderlijk beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel (NL23.29072. Daarbij heeft hij verzocht om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek in beide zaken op 4 september 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit hebben en te zijn geboren op [geboortedatum].

Het beroep tegen de verlenging van de bewaring (NL23.28752)

2. De rechtbank ziet aanleiding eerst het beroep tegen de verlening van de bewaring te beoordelen.

Toetsingskader besluit tot verlening

3. Op grond van artikel 59, zesde lid, van de Vw kan de bewaring ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd, indien de uitzetting, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen, op grond dat de vreemdeling niet meewerkt aan zijn uitzetting of de daartoe benodigde documentatie uit derde landen nog ontbreekt.

4. Volgens het beleid van verweerder zoals neergelegd in paragraaf A5/6.8 van de Vc moet verweerder in het verlengingsbesluit nagaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat. Als dit voldoende gemotiveerd is, wordt hiermee voldaan aan alle uit de Terugkeerrichtlijn en het arrest Mahdi voortvloeiende vereisten voor het nemen van een verlengingsbesluit. Er hoeft geen aparte verzwaarde belangenafweging plaats te vinden bij het bepalen of de maatregel van bewaring verlengd mag worden.

Voorwaarden voor verlenging

5. Aan de verlenging van de bewaring is ten grondslag gelegd dat, ondanks de redelijke inspanningen van verweerder, een geldig document voor grensoverschrijding ontbreekt en dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting.

6. Eiser heeft geen beroepsgronden gericht tegen deze grondslag voor de verlenging

van de maatregel van bewaring. De rechtbank is van oordeel dat voldoende is gemotiveerd

dat daaraan is voldaan. Vast staat, zoals in het verlengingsbesluit is opgemerkt, dat eiser niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding. Verweerder heeft terecht het ontbreken van benodigde documentatie uit het derde land aan de verlenging van de bewaring ten grondslag gelegd, omdat er ondanks verweerders inspanningen nog geen LP voor eiser is verstrekt. Uit het dossier blijkt dat verweerder maandelijks rappelleert bij de Marokkaanse autoriteiten. Verder blijkt hieruit dat de Algemeen Directeur van de Dienst Terugkeer & Vertrek op 5 juli 2023 bij de Marokkaanse autoriteiten aandacht heeft gevraagd voor lopende zaken, waaronder de zaak van eiser. Verweerder heeft daarnaast terecht overwogen dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting, zodat er reeds hierom een grond voor verlenging van de bewaring bestaat. Uit het dossier blijkt dat eiser zelf geen inspanningen heeft verricht met het oog op zijn uitzetting of om het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit te bespoedigen. Daarnaast heeft hij in acht vertrekgesprekken met de Dienst Terugkeer & Vertrek steeds weer aangegeven niet te willen terugkeren naar Marokko. Gelet hierop heeft verweerder terecht overwogen dat, ondanks zijn redelijke inspanningen, de nodige documentatie op zich laat wachten en dat eiser geen medewerking verleent aan zijn vertrek.

Bewaringsgronden

7. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft betwist dat de gronden die aan

het verlengingsbesluit ten grondslag liggen feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht,

en evenmin dat deze gronden de conclusie rechtvaardigen dat een risico bestaat dat eiser

zich aan het toezicht zal onttrekken en/of dat eiser de voorbereiding van het vertrek of de

uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

Belangenafweging

8. Eiser stelt dat verweerder heeft nagelaten om de belangen van eiser naar behoren af te wegen.

9. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aan het verlengingsbesluit en de voortgangsrapportage ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden, verweerder terecht niet heeft volstaan met het opleggen van een lichter middel. Eiser heeft namelijk tijdens zijn inbewaringstelling geweigerd om mee te werken aan zijn terugkeer, zoals hiervoor onder 6 is overwogen. De enkele omstandigheid dat eisers gestelde vriendin zwanger is maakt niet dat het verleningsbesluit onredelijk bezwarend is. Verweerder heeft immers overwogen dat niet is gebleken dat het voor eiser onmogelijk is om zijn recht op gezinsleven op een andere wijze in te vullen. Verweerder stelt dan ook terecht dat voldoende is gemotiveerd waarom, alle belangen afwegende, een verlenging van de maatregel noodzakelijk wordt geacht. Zoals eveneens eerder overwogen is een aparte verzwaarde belangenafweging niet vereist.

Zicht op uitzetting

10. Voorts voert eiser aan dat er in zijn geval geen zicht op uitzetting is. Uit de voortgangsrapportage blijkt immers dat de Marokkaanse autoriteiten geen zekerheid hebben gegeven dat binnen een redelijke termijn een LP zal worden verstrekt.

11. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van zicht op uitzetting. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 16 mei 2023 geoordeeld dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko bestaat. Het is de rechtbank niet gebleken dat daar op dit moment anders over moet worden gedacht. Niet is gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten in het geheel geen LP’s meer zouden afgeven. Verweerder stelt terecht dat eiser heeft nagelaten voldoende concrete en verifieerbare gegevens te verstrekken ter onderbouwing van zijn gestelde identiteit en nationaliteit, terwijl dat van invloed is op de kans dat een LP wordt afgegeven. Ook stelt verweerder terecht dat eiser overigens niet bereid is gebleken om actief mee te werken aan zijn vertrek. Hierdoor heeft hij het LP-proces onnodig vertraagd en dit komt voor zijn rekening. De stelling van eiser dat de Marokkaanse autoriteiten geen zekerheid hebben gegeven dat binnen een redelijke termijn een LP zal worden verstrekt, leidt niet tot een ander oordeel. Niet valt uit te sluiten dat wanneer eiser zijn volledige medewerking verleent aan hem alsnog binnen afzienbare termijn een LP zal worden afgegeven.

Het beroep tegen het voortduren van de bewaring (NL23.29072)

12. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en het voortduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaatsen Arnhem en Middelburg, volgt dat de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.

13. De gronden van het beroep zijn gelijkluidend aan de gronden die eiser heeft aangevoerd tegen het verleningsbesluit. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat die gronden niet slagen.

Ambtshalve toets

13. Ook ambtshalve ziet de rechtbank geen aanleiding voor de conclusie dat het verlengingsbesluit dan wel het voortduren van de bewaring onrechtmatig is.

Conclusie

14. De beroepen zijn ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

15. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af..

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr.Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan voor zover daarbij is beslist over het verlengingsbesluit hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.Tegen deze uitspraak staat voor zover daarbij is beslist over het voortduren van de bewaring geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?