ECLI:NL:RBDHA:2023:15728

ECLI:NL:RBDHA:2023:15728, Rechtbank Den Haag, 13-10-2023, NL23.23570

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-10-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.23570
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Dublin Bulgarije, toegang tot opvang, pushbacks, opvangomstandigheden, rechtsbijstand, ondeelbaarheid interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.23570

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),

en

(gemachtigde: mr. S.J.R.R. Brock).

Procesverloop

Bij besluit van 17 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 5 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Amin als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te hebben.

2. Eiser heeft op 1 mei 2023 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen. Volgens verweerder zijn de autoriteiten van Bulgarije verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser, omdat eiser op 15 november 2022 in Bulgarije al een asielaanvraag had ingediend. Op grond van de Dublinverordening heeft verweerder op 13 juni 2023 een verzoek om terugname gedaan bij de Bulgaarse autoriteiten. Op 19 juni 2023 zijn de autoriteiten van Bulgarije akkoord gegaan met het terugnameverzoek.

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartegen het volgende aan. Ten aanzien van Bulgarije kan verweerder niet uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hoewel eiser bekend is met de meest recente uitspraken van de Afdeling over Bulgarije stelt eiser dat in die uitspraken geen oordeel is gegeven over de opvangvoorzieningen in Bulgarije. Eiser stelt dat hij na overdracht aan Bulgarije geen opvang zal krijgen en dat de omstandigheden in Bulgaarse opvangcentra slecht zijn. Ook vinden op grote schaal pushbacks plaatsvinden. Daarnaast kan in Bulgarije geen aanspraak worden gemaakt op rechtsbijstand. Verder kan van eiser niet worden verwacht dat hij zich wendt tot de Bulgaarse autoriteiten om te klagen, nu hij eerder door diezelfde autoriteiten werd mishandeld en in onmenselijke omstandigheden in quarantaine werd geplaatst. Daarnaast heeft hij als gevolg van de mishandeling een trauma opgelopen. Bij terugkeer naar Bulgarije zal eiser het trauma herbeleven.. Bovendien wordt eiser bedreigd door een Bulgaarse smokkelaar, waardoor hij in Bulgarije niet veilig zal zijn. Tot slot is het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet deelbaar. Om die reden kan verweerder zonder nader onderzoek niet uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dan wel moet worden gewacht op de beantwoording van de prejudiciële vragen van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Vaststaat dat Bulgarije in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van eiser. In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit uitgangspunt heeft de Afdeling in haar uitspraken van 16 augustus 2023 bevestigd. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in zijn geval niet kan worden uitgegaan. Hiervoor geldt een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid. Eiser is hier niet in geslaagd.

5. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Bulgarije geen toegang tot opvang zal hebben of dat hij slachtoffer van pushbacks zal worden. In haar uitspraken van 16 augustus 2023 heeft de Afdeling geoordeeld dat er geen aanknopingspunten zijn om te oordelen dat Dublinterugkeerders bij terugkeer naar Bulgarije geen toegang tot opvang hebben. Ook oordeelde de Afdeling dat Dublinterugkeerders geen reëel risico lopen om slachtoffer te worden van pushbacks in Bulgarije. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. De bronnen waar eiser naar verwijst schetsen geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Bulgarije dan de informatie die de Afdeling bij haar beoordeling heeft betrokken. Het nieuwsartikel van 4 augustus 2022 dat door eiser is genoemd met betrekking tot pushbacks ziet op pushbacks van één Bulgaarse statushouder. Met de verwijzing naar dit nieuwsartikel heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat Dublinterugkeerders ook te maken krijgen met pushbacks. Daarnaast behoeft het beroep van eiser op meerdere uitspraken van de verschillende zittingsplaatsten van deze rechtbank geen bespreking, aangezien deze uitspraken liggen voor de uitspraken van de Afdeling.

6. Ten aanzien van de opvangomstandigheden in Bulgaarse opvangcentra is duidelijk dat deze blijkens de overgelegde informatie zorgwekkend zijn. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat deze omstandigheden zodanig ernstig zijn dat de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid wordt bereikt. Met het aanvaarden van het terugnameverzoek hebben de Bulgaarse autoriteiten toegezegd dat zij de asielaanvraag van eiser zullen behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Voor zover eiser vindt dat de opvangomstandigheden in de opvangcentra ondermaats zijn, ligt het op zijn weg om hierover te klagen bij de Bulgaarse autoriteiten. Niet is gebleken dat dit voor eiser onmogelijk of volstrekt zinloos is. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat van hem niet kan worden verwacht dat hij bij de Bulgaarse autoriteiten klaagt omdat hij door diezelfde autoriteiten is mishandeld. Dat eiser zou zijn mishandeld, heeft hij namelijk niet onderbouwd. Verweerder heeft in dit verband ook terecht opgemerkt dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt dat hij enige inspanning heeft getoond om zijn klachten kenbaar te maken bij de betreffende autoriteiten of daartoe geëigende instanties in Bulgarije, desnoods na zijn vertrek uit de opvang.

7. De door eiser gestelde problemen met de rechtsbijstand zorgen er eveneens niet voor dat ten aanzien van Bulgarije niet kan worden uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat NGO’s asielzoekers in de bestuurlijke voorfase kunnen bijstaan. Daarnaast heeft de Afdeling in een uitspraak van 4 april 2017 geoordeeld dat geen sprake is van een fundamentele systeemfout op het gebied van rechtsbijstand in Bulgarije. De informatie uit het AIDA-rapport over rechtsbijstand in Bulgarije dat de Afdeling destijds bij haar beoordeling heeft betrokken, komt overeen met de informatie uit het AIDA-rapport van maart 2023 waar eiser naar verwijst. Voor zover eiser van mening is dat zijn rechten worden geschonden, ligt het op zijn weg om hierover te klagen bij de Bulgaarse autoriteiten. Niet is gebleken dat dit voor eiser onmogelijk of bij voorbaat zinloos is.

8. Daarnaast heeft verweerder in wat eiser voor het overige heeft aangevoerd geen aanleiding hoeven zien om de verantwoordelijkheid voor de behandeling van eisers asielaanvraag aan zich te trekken. Voor zover eiser stelt dat hij een trauma heeft opgelopen en dit zal herbeleven bij terugkeer naar Bulgarije, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser in dit kader alleen medische aspecten heeft aangevoerd en niet met (medische) documenten heeft aangetoond dat hij onder medische behandeling staat. Ook mag er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit worden gegaan dat de medische voorzieningen in Bulgarije van vergelijkbare kwaliteit zijn als die in Nederland. De bedreigingen van de smokkelaar vormen eveneens geen belemmering om eiser over te dragen naar Bulgarije. Immers is niet gebleken dat de Bulgaarse autoriteiten niet in staat zijn om eiser voldoende bescherming te bieden. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat toen eiser zich eerder wendde tot de Bulgaarse politie, de politie actie heeft ondernomen en de broer van de smokkelaar heeft opgepakt. Hieruit volgt dat de Bulgaarse autoriteiten niet onverschillig staan tegenover eisers problemen.

9. De rechtbank ziet tot slot geen aanleiding om de behandeling van dit beroep aan te houden in afwachting van de reactie op de prejudiciële vragen. De Afdeling heeft zich in de uitspraken van 16 augustus 2023 uitgelaten over de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor situaties zoals deze aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie. Uit die rechtspraak volgt niet dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondeelbaar is. De omstandigheid dat de Afdeling in een recente zaak over een Dublinoverdracht naar Polen heeft besloten om het antwoord van het Hof op de prejudiciële vragen hierover af te wachten, leidt niet tot een andere beoordeling. Eiser heeft namelijk niet gesteld of onderbouwd dat dit een vergelijkbaar geval is met deze zaak.

10. Het beroep is ongegrond.

11. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.F. Bethlehem

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?