ECLI:NL:RBDHA:2023:15783

ECLI:NL:RBDHA:2023:15783, Rechtbank Den Haag, 16-10-2023, NL23.31861

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-10-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.31861
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Vervolgberoep. Marokkaanse. Zicht op uitzetting. Detentiegeschiktheid. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.31861

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. S.R. den Toonder),

en

(gemachtigde: P.R.H. Botland).

Procesverloop

Verweerder heeft op 2 mei 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapport overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 13 oktober 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2004 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en het voortduren daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 21 augustus 2023 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko ontbreekt. De LP-aanvraag is ruim vijf maanden geleden verstuurd en de Marokkaanse autoriteiten hebben nog niet gereageerd. Eiser stelt nooit vingerafdrukken te hebben afgestaan aan de Marokkaanse autoriteiten, zodat zijn identiteit niet kan worden vastgesteld. Eiser verwijst hierbij naar het voortgangsrapport, waaruit zou blijken dat de Marokkaanse autoriteiten dit hebben bevestigd op 19 september 2023. Verder voert eiser aan dat hij detentieongeschikt is. Eiser heeft medische klachten en stelt dat de medische voorzieningen in het detentiecentrum niet toereikend zijn. Door het gebrek aan voldoende zorg verslechteren de lichamelijke en psychische klachten van eiser. Tot slot stelt eiser dat de verzwaarde belangenafweging in zijn voordeel dient uit te vallen. De bewaring valt hem zwaar en zijn gezondheid gaat hard achteruit, wat maakt dat zijn belang zwaarder weegt dan het belang van verweerder.

5. De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 augustus 2023, van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Marokko in het algemeen, of in het bijzonder voor eiser, is komen te ontbreken. De verstreken tijd sinds het indienen van de LP-aanvraag leidt niet op voorhand tot twijfel over de vraag of de Marokkaanse autoriteiten binnen afzienbare termijn eisers identiteit en nationaliteit zullen vaststellen en daarna een LP zullen afgeven. Verder volgt de rechtbank eiser niet in zijn stelling dat de Marokkaanse autoriteiten hebben bevestigd dat zij geen gegevens hebben van eiser. Zoals uit het voortgangsrapport blijkt, waren de eerder afgegeven vingerafdrukken onleesbaar/ beschadigd, waardoor de identiteit van eiser niet bevestigd kon worden. Uit het voortgangsrapport blijkt ook dat eiser tijdens het afgeven van zijn vingerafdrukken op 4 mei 2023 heeft bewogen en deze verder niet heeft ondertekend. Om die reden hebben de Marokkaanse autoriteiten om nieuwe vingerafdrukken verzocht. Nu eiser verder weigert om nieuwe vingerafdrukken af te staan, frustreert hij de voortgang van zijn uitzetting. De lange duur van de LP-aanvraag, en daarmee de lange duur van zijn bewaring, is dan ook volledig aan hem toe te rekenen. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar haar uitspraak van 25 augustus 2023 waarin ook is overwogen dat eiser meermaals is gewezen op zijn meewerkplicht, maar dat hij niets heeft ondernomen om zijn vertrek naar Marokko te bespoedigen.

6. Verder is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden die leiden tot eisers detentieongeschiktheid. Ook de gestelde medische klachten die eiser ervaart sinds de oplegging van de maatregel van bewaring geven daartoe geen aanleiding. Eiser heeft in het detentiecentrum toegang tot medische zorg en er mag van uit worden gegaan dat deze gelijk is aan de zorg in de vrije maatschappij. Dat in de praktijk de zorg in het detentiecentrum onvoldoende toegankelijk is, heeft eiser niet onderbouwd. Daarbij is niet gebleken dat eiser gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van beklag in het detentiecentrum en dat dit tot niets heeft geleid.

7. Over wat eiser in het kader van de belangenafweging aanvoert, verwijst de rechtbank allereerst naar wat zij hierover heeft geoordeeld in haar uitspraak van 25 augustus 2023. Eiser heeft geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die anders zijn dan ten tijde van die uitspraak, zodat dat oordeel van de rechtbank kan blijven staan.

8. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep ongegrond; en

 wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?