RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.32188
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
(gemachtigde: mr. G. Cambier).
Procesverloop
Bij besluit van 12 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.
Verweerder heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 18 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. S.A.M. Fikken, waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Brinks. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Ghanese nationaliteit te hebben.
Maatregel van bewaring
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Als zware gronden staan in de maatregel vermeld dat eiser:
En als lichte gronden staan in de maatregel vermeld dat eiser:
3. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet heeft betwist. De gronden 3a, 3b, 3c, 3d, en 3i zijn feitelijk juist en reeds voldoende om een risico aan te nemen dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen. De overige gronden behoeven geen bespreking meer.
Voortvarend handelen
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Verweerder is reeds in het bezit van een kopie van eisers paspoort, zodat niet duidelijk is waarom hij eerst gepresenteerd moet worden aan de Ghanese autoriteiten voordat hij een LP kan krijgen.
5. Verweerder heeft ter zitting uitgelegd dat de Ghanese autoriteiten hebben verzocht om eiser aan hen te presenteren en dit onderdeel is van hun procedure, ondanks dat een kopie van eisers paspoort reeds is meegestuurd met de LP-aanvraag. Eiser heeft verder geweigerd mee te werken aan de presentatie op 11 oktober 2023, waarna verweerder een nieuwe presentatie heeft ingepland. Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend handelt.
Ambtshalve toets
6. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot de opheffing daarvan op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie
7. De maatregel van bewaring is terecht aan eiser opgelegd. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.