RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]
proces-verbaal uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.36655
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. Y. van Deel-ten Cate).
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn van verzoeker aan Duitsland.1 Verder heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorzienig te treffen.
Verweerder heeft gereageerd op het verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft gereageerd op de reactie van verweerder.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening.
2. Verzoeker voert aan dat hij op 22 november 2023 om 11.00 uur wordt overgedragen aan de Duitse autoriteiten en dat hierin het spoedeisend belang van zijn onderhavige verzoek zit.
1. Zaaknummer NL23.36653.
3. Verweerder heeft toegelicht dat de geplande overdracht een ‘gefaciliteerd vertrek’ is. Volgens verweerder is dat een vorm van een zelfstandig vertrek dat door de Dienst Terugkeer en Vertrek wordt gefaciliteerd. Van een gedwongen overdracht naar Duitsland is volgens verweerder geen sprake. Daarbij heeft verweerder opgemerkt dat als verzoeker aan dit gefaciliteerde vertrek niet meewerkt, hij niet alsnog door middel van de sterke arm gedwongen zal worden om naar Duitsland te vertrekken.
4. Verzoeker stelt dat sprake is van een gedwongen vertrek. Volgens verzoeker is hem altijd voorgehouden dat het gaat om een gedwongen vertrek. Daarbij merkt verzoeker op dat hij nooit heeft gezegd in te stemmen met een vrijwillig vertrek. Ter onderbouwing hiervan verwijst hij naar diverse stukken.
5. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de mededeling van verweerder. Die mededeling houdt in dat als verzoeker niet meewerkt aan de geplande overdracht op 22 november 2023, dat hij dan niet alsnog gedwongen wordt overgedragen aan Duitsland. Dit betekent dat verzoeker het geheel zelf in de hand heeft of hij of zijn overdracht op die datum daadwerkelijk plaatsvindt. Om die reden is er nu geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De mogelijkheid dat verzoeker, als hij nu niet meewerkt aan zijn overdracht, op enig moment wél gedwongen kan worden overgedragen, maakt het huidige oordeel over de spoedeisendheid niet anders.
6. De voorzieningenrechter zal bewerkstelligen dat de beroepszaak (over de verlenging van de overdrachtstermijn) op korte termijn op een zitting zal worden behandeld. Partijen krijgen hierover nog nader bericht.
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2023 door mr.
R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
23 november 2023