ECLI:NL:RBDHA:2023:18340

ECLI:NL:RBDHA:2023:18340, Rechtbank Den Haag, 29-11-2023, NL23.6601

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-11-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.6601
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

asiel - beroep niet tijdig beslissen (NTB) - verlenging beslistermijnen WBV 2022/22 rechtsgeldig - ingebrekestelling en NTB prematuur - strijd met artikel 6:12, lid 2 Awb - asielstatus inmiddels ingewilligd, dus ook geen procesbelang meer - klachten over verkrijgen stukken maken oordeel niet anders - NTB niet-ontvankelijk.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 12 juli 2022 een asielaanvraag ingediend.

Bij brief van 18 november 2022 heeft verweerder meegedeeld dat de beslistermijn op de asielaanvraag van eiser verlengd wordt tot 10 oktober 2023.

Op 3 maart 2023 heeft eiser beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op zijn asielaanvraag.

Bij besluit van 14 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser ingewilligd en aan hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend.

Op 31 mei 2023 heeft eiser de rechtbank meegedeeld dat hij het beroep wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag handhaaft.

Verweerder heeft in deze zaak geen verweerschrift of schriftelijke reactie ingediend.

Overwegingen

Wat vindt eiser in beroep?

2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van de wet in deze zaak niet nodig is.

Wat zijn de relevante regels?

3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag, kan een daarbij betrokken belanghebbende daartegen in beroep gaan. Voordat een dergelijk beroep kan worden ingesteld, moet deze belanghebbende per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag (de ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is genomen door het bestuursorgaan, dan kan de betrokkene beroep niet tijdig beslissen instellen bij de rechtbank.

4. Ten aanzien van de beslistermijn in deze zaak heeft eiser - onder verwijzing naar een uitspraak van de zittingsplaats Amsterdam - aangevoerd dat de verlenging van de beslistermijn tot 10 oktober 2023 op grond van WBV 2022/22 niet rechtsgeldig is. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder uit had moeten gaan van zes maanden beslistermijn en dat verweerder dus uiterlijk 12 januari 2023 op de aanvraag had moeten beslissen. De ingebrekestelling van 16 februari 2023 en het op 3 maart 2023 ingestelde beroep zijn daarmee tijdig en niet prematuur ingesteld. Gelet op het voorgaande wenst eiser dan ook zowel gegrondverklaring van het beroep niet tijdig beslissen als toekenning van een rechterlijke dwangsom en een proceskostenveroordeling. Ook beklaagt de gemachtigde van eiser zich over onbehoorlijk handelen door verweerder, wegens het niet verstrekken van stukken en wegens tijdelijke onbereikbaarheid van het Advocatenportaal.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw) dient verweerder in beginsel binnen zes maanden na indiening op een asielaanvraag te beslissen. Deze beslistermijn kan op grond van artikel 42, vierde lid van de Vw met ten hoogste negen maanden worden verlengd als een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden. Met WBV 2022/22 heeft verweerder de beslistermijn voor alle asielaanvragen, waarbij de initiële beslistermijn van zes maanden op 27 september 2022 nog niet was verstreken, met negen maanden verlengd.

6. Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat zich momenteel wel degelijk een situatie voordoet als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, vanwege de aanzienlijke verhoging van de asielinstroom in Nederland. De rechtbank volgt zittingsplaats Amsterdam niet in zijn oordeel dat hiervan geen sprake is en sluit aan bij de oordelen van de zittingsplaatsen ’s-Hertogenbosch, Arnhem, Haarlem, Middelburg en Utrecht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de beslistermijn bij WBV 2022/22 rechtsgeldig met negen maanden verlengd. In dit geval eindigde de beslistermijn dus op 10 oktober 2023. Dit betekent dat eiser zijn ingebrekestelling prematuur heeft ingediend. Op grond van een premature ingebrekestelling kan geen geslaagd beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingesteld, omdat daarmee niet wordt voldaan aan het wettelijke vereiste van artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a van de Vw. Reeds hierom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Bovendien is inmiddels inwilligend op de aanvraag van eiser beslist en heeft eiser volgens vaste rechtspraak ook geen procesbelang meer bij beoordeling van het beroep niet tijdig beslissen.

7. De klachten van eiser over het niet verstrekken van stukken door verweerder in deze procedure en over de tijdelijke onbereikbaarheid van het Advocatenportaal doen aan het voorgaande niet af. Niet valt in te zien hoe deze stelling eiser hadden kunnen baten in dit beroep, nu niet nader met argumenten is onderbouwd waarom deze gestelde problemen maken dat verweerder geen gevolg mocht geven aan WBV 2022/22.

Conclusies en gevolgen

8. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank twijfelt niet over die conclusie. Daarom zijn partijen niet uitgenodigd voor een zitting.

9. Aangezien de beslistermijn op de datum van het instellen van het beroep nog niet was verstreken, bestaat er geen aanleiding om verweerder in de proceskosten van eiser te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J.J. Roks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?