ECLI:NL:RBDHA:2023:18384

ECLI:NL:RBDHA:2023:18384, Rechtbank Den Haag, 30-11-2023, 23/1088

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-11-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/1088
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Beroep ongegrond. Afwijzing urgentieverklaring op grond van meerdere weigeringsgronden. Geen toepassing hardheidsclausule.

Uitspraak

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. A. Alam-Khan),

en

het college van burgemeester en wethouders van Delft, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Stigter).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring.

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 26 juli 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 januari 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, [naam], als waarneemster van de gemachtigde van eiseres, en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat er door gebrekkige ventilatiemogelijkheden sprake is van schimmel in de woning, waardoor met name één van haar kinderen ademhalingsproblemen heeft gekregen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat meerdere algemene weigeringsgronden van toepassing zijn. Zo is er geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem, kan het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingprobleem niet of in onvoldoende mate worden opgelost met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte of een andere zelfstandige woonruimte en heeft eiseres niet eerst direct voorafgaand aan de aanvraag drie maanden zelf aantoonbaar gereageerd op het beschikbare woningaanbod. Tot slot ziet verweerder geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een acute noodsituatie dan wel een medische noodzaak tot acute verhuizing binnen drie maanden. Verweerder neemt hierbij in aanmerking dat het huisvestingsprobleem op andere manieren kan worden opgelost dan met urgentie.Wat vindt eiseres in beroep?

3. Eiseres vindt dat verweerder niet kan stellen dat zij niet eerst heeft geprobeerd om de problemen met de verhuurder, Woonbron, op te lossen. Zo heeft eiseres niet alleen een melding gemaakt bij Woonbron, maar ook een klacht ingediend omtrent de gang van zaken en de schimmelproblemen in de woning. Het advies dat eiseres naar de huurcommissie kan gaan, geeft aan dat verweerder de essentie van de urgentieaanvraag niet inziet. Het gaat eiseres namelijk niet om de financiële belangen bij deze aanvraag, maar om de medische belangen gelet op de achteruitgang van de gezondheid van haar zoon. Een verhuizing lijkt eiseres de enige oplossing, omdat de andere middelen die zij heeft gebruikt geen invloed hebben gehad. Zij heeft alle mogelijke manieren geprobeerd om de schimmelproblematiek in de woning op te lossen, maar geen van alle instanties heeft haar kunnen helpen. Ook heeft verweerder de medische omstandigheden van haar zoon niet in de beoordeling van de aanvraag betrokken, waardoor de besluitvorming onzorgvuldig is. Daarnaast vindt eiseres dat zij voldoende heeft gereageerd op het beschikbare woningaanbod en niet enkel op eengezinswoningen heeft gereageerd. In de maand januari heeft zij niet kunnen reageren, omdat zij afhankelijk was van de Belastingdienst om een inkomensverklaring te overleggen. Ten slotte was verweerder bij de behandeling van de urgentieaanvraag bekend met de gezondheidsproblemen van de zoon van eiseres die zowel worden veroorzaakt als verergerd door de schimmel in de woning. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom niet is gebleken van bijzondere feiten en omstandigheden.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank stelt voorop dat verweerder bij het toekennen van een urgentieverklaring beoordelingsruimte- en beleidsvrijheid toekomt. Daarom moet de rechtbank het bestreden besluit terughoudend toetsen. Bij het verlenen van urgentieverklaringen is verweerder gehouden aan het opgestelde beoordelingssysteem. Indien zich één van de algemene weigeringsgronden voordoet, wordt een urgentieverklaring door verweerder in beginsel geweigerd. Een inhoudelijke toets om te kijken of de woonsituatie van eiseres door sociale of medische omstandigheden als levensbedreigend of ontwrichtend moet worden aangemerkt blijft in dat geval achterwege. Dit restrictieve beleid van verweerder is door de hoogste bestuursrechter niet onredelijk geacht, vanwege het grote aantal aanvragen voor een urgentieverklaring en het kleine aantal toewijsbare huurwoningen dat beschikbaar komt.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de urgentieaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen, omdat er sprake is van meerdere weigeringsgronden. Verweerder heeft terecht gesteld dat schimmel en/of de slechte staat van de woning uitdrukkelijk zijn uitgezonderd van het verkrijgen van een urgentieverklaring. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eiseres zelf een oplossing kan bewerkstelligen ten aanzien van de schimmelproblematiek en dat zij nog niet alle mogelijkheden heeft uitgeput om dit op te lossen. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiseres zich nog tot de huurcommissie en de kantonrechter kan wenden. Dat eiseres ter zitting heeft aangegeven dat zij inmiddels een procedure is gestart bij de huurcommissie doet hier niet aan af, omdat dit pas is gedaan na het bestreden besluit en er nog geen besluit is genomen door de huurcommissie. Wanneer sprake is van onderhoud- of overlastproblemen, zoals schimmel, is een verhuizing naar een andere zelfstandige woonruimte niet vereist.

6. Verder heeft eiseres niet minimaal twee keer per week op het woningaanbod gereageerd. Daarnaast heeft zij voornamelijk op eengezinswoningen gereageerd. De stelling van eiseres dat zij in de maand januari geen gebruik kon maken van het woonruimte-bemiddelingssysteem doet hier niet aan af, aangezien eiseres zelf verantwoordelijk is voor het creëren van de voorwaarden om adequaat op woningen te kunnen reageren. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat zij op de site geen woningen kreeg aangeboden. Dat er geen ander aanbod was of dat eiseres alleen maar woningen kreeg aangeboden die passend zijn voor haar situatie acht de rechtbank niet aannemelijk. Verweerder heeft immers een uitdraai van het systeem overgelegd waarop is te zien dat de nodige woningen werden aangeboden. Voorts heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiseres twee woningen heeft geweigerd. De omstandigheid dat eiseres deze woningen heeft geweigerd, omdat de Wmo-adviseur zou hebben aangegeven dat de drie kinderen baat hebben bij een wat ruimere woning, met elk een eigen slaapkamer, met voldoende ventilatie ter voorkoming van schimmel, doet daar niet aan af. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het Wmo-advies van 22 maart 2022, waarin is geconcludeerd dat er sprake is van een levensbedreigende of levensontwrichtende woonsituatie die een verhuizing op korte termijn noodzakelijk maakt, voor de beoordeling van de urgentieverklaring niet relevant is, omdat de toets bij een Wmo-aanvraag anders is dan de toets die hier van toepassing is.

7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder gelet op voorgaande terecht niet is toegekomen aan het toetsen van de medische gronden en daarmee aan een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.

8. Ook wat betreft het toepassen van de hardheidsclausule komt aan verweerder beoordelingsruimte- en beleidsvrijheid toe. De hardheidsclausule wordt alleen toegepast in gevallen waarin het niet toekennen van urgentie leidt tot een schrijnende situatie. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat er in het geval van eiseres geen sprake is van een dermate schrijnende situatie. Anders dan eiseres betoogt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de informatie van de kinderarts van 13 oktober 2021 en het Wmo-advies geen causaal verband tussen het huisvestingsprobleem en de medische situatie van haar zoon. De kinderarts geeft aan dat er geen duidelijke oorzaak is voor de luchtwegklachten van de zoon van eiseres. Voor zover eiseres ter zitting heeft gesteld dat ook haar tweede zoon inmiddels gezondheidsproblemen ervaart, heeft zij dit niet met medische informatie onderbouwd. Aan het Wmo-advies, gelet op de andere toets en de medische informatie van de kinderarts, kan dan ook niet de waarde worden toegekend die eiseres daar aan gehecht wenst te zien. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is aangetoond, dat eiseres zich in een acute noodsituatie bevindt op grond waarvan zij noodzakelijk binnen drie maanden nieuwe woonruimte nodig heeft. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verweerder gedurende de bezwaarprocedure eiseres heeft gevraagd om extra medische informatie te overleggen. Eiseres heeft dit zowel tijdens de bezwaar- als beroepsprocedure niet gedaan. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres zich onvoldoende onderscheidt van anderen die zich in soortgelijke omstandigheden bevinden.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder terecht de aanvraag van eiseres voor de urgentieverklaring heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 november 2023.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.C. Laagland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?