proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 13 oktober 2022 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2023.
Namens eiser is mr. A. Khadri, kantoorgenoot van de gemachtigde, verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam] .
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Op 12 juni 2022 om 20.22 uur stond de auto van eiser met kenteken [kenteken] (de auto) geparkeerd in de [straatnaam] te [plaats] . Deze locatie is door het college van burgemeester en wethouders van die gemeente aangewezen als een plaats waar op die datum en dat tijdstip slechts mag worden geparkeerd met een geldige parkeervergunning of tegen betaling van parkeerbelasting.
2. Tijdens een controle op vorengenoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat de auto zonder geldige parkeervergunning geparkeerd stond en dat ook geen parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan is een naheffingsaanslag opgelegd ten bedrage van
€ 68,50, bestaande uit € 2,00 aan parkeerbelasting en € 66,50 aan kosten voor de naheffing.
3. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
4. Eiser stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. Volgens eiser mocht maximaal 120 minuten worden geparkeerd. De parkeerbelasting voor de 120 minuten is voldaan. Voor het parkeren na ommekomst van de 120 minuten kan dan geen naheffingsaanslag worden opgelegd. Eiser verwijst hiervoor naar het arrest van de Hoge Raad van 11 maart 2022.
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Een maximale aanmeldduur is iets anders dan een maximale parkeerduur. De Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 is vóór de datum van de naheffingsaanslag aangepast en daar staat nu maximale aanmeldduur. In onderhavig geval was het ook, anders dan in het arrest van de Hoge Raad van 11 maart 2022, technisch mogelijk om na het verstrijken van de maximale aanmeldduur opnieuw parkeerbelasting op aangifte te voldoen. Nu eiser dit niet heeft gedaan, kan de parkeerbelasting worden nageheven. Verweerder wijst in dit kader op de uitspraak van gerechtshof Den Bosch van 5 juni 2015 en het daaropvolgende arrest van de Hoge Raad van 4 december 2015 , waarin het cassatieberoep ongegrond is verklaard met toepassing van artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
6. Artikel 225, aanhef en eerste lid, van de Gemeentewet bepaalt dat in het kader van de parkeerregulering een belasting kan worden geheven ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij of krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.
7. In dit geval hebben burgemeester en wethouders van Den Haag krachtens de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 bepaald dat in de [straatnaam] tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd voor een maximale aanmeldduur van twee uur.
8. De rechtbank is van oordeel dat een maximale aanmeldduur iets anders is dan een maximale parkeerduur. Eiser had na ommekomst van de eerste twee uur het kenteken opnieuw moeten aanmelden en opnieuw parkeerbelasting moeten voldoen. Dit was technisch ook mogelijk. Nu eiser dat niet heeft gedaan, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Arts, rechter, in aanwezigheid van mr. J. van Kempen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 december 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).