RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: 9796126 \ RP VERZ 22-50162
5 juli 2023
Vonnis van de kantonrechter inzake het verzoek ex artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak van
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,
zonder gemachtigde,
tegen
[medeverzoeker 1] , te [woonplaats] ,
[medeverzoeker 2] , te [woonplaats] ,
medeverzoekers,
zonder gemachtigde.
Partijen worden hierna respectievelijk [verzoekster] , [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] genoemd.
1. De procedure
[verzoekster] heeft in overeenstemming met het procesreglement Project Wijkrechter een aanmeldformulier ingediend. Beide partijen hebben ingestemd met een procedure onder de naam “De Wijkrechter”. Op deze procedure is het Procesreglement Project Wijkrechter van toepassing. De procedure wordt gevoerd bij de kantonrechter, hierna ook aangeduid als “de wijkrechter”.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft met instemming van partijen op 16 juni 2022 bij de rechtbank in Den Haag plaatsgevonden. Daarbij zijn [verzoekster] en [medeverzoeker 1] verschenen. De mondelinge behandeling is vervolgens op 26 augustus 2022 voortgezet bij de rechtbank in Den Haag. Daarbij zijn alle partijen verschenen. Beide partijen hebben tijdens deze zittingen hun standpunten toegelicht. Van beide zittingen is proces-verbaal opgemaakt.
[verzoekster] heeft de wijkrechter gevraagd om schriftelijk een uitspraak te doen. De wijkrechter heeft de uitspraak bepaald op vandaag. [verzoekster] heeft op het aanmeldformulier schriftelijk kenbaar gemaakt de mogelijkheid van hoger beroep te willen openhouden. [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] hebben daarom ook het recht om van deze uitspraak in hoger beroep te gaan. Voor een eventueel hoger beroep geldt dat partijen zich moeten laten bijstaan door een advocaat en dat zij de reguliere griffiekosten voor de procedure in hoger beroep dienen te betalen.
2. De feiten
[verzoekster] woont op de begane grond aan de [adres] in [woonplaats] . [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] wonen samen met hun twee kinderen op nummer [huisnummer] boven [verzoekster] . [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] woonden er als eerste. Daarna is er [verzoekster] er komen wonen.
Partijen zijn de enige twee leden van de Vereniging van Eigenaars (VvE).
De woningen dateren uit het begin van de twintigste eeuw en bestaan uit houten skeletbouw. De woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] op de eerste etage bestaat uit een woonkamer, keuken, wc, gang en terras. [verzoekster] heeft dezelfde indeling op de begane grond. [verzoekster] heeft alleen geen terras. Onder het terras van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] bevindt zich de slaapkamer van [verzoekster] . In de woonkamer en hal van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] ligt een eikenhoutenvloer. In hun keuken ligt een gietvloer. Op het terras liggen rubberen tegels met daarop houten planken.
3. Het gezamenlijk verzoek; de standpunten van partijen
Partijen hebben de wijkrechter op grond van artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gevraagd een oordeel te geven over hun geschil. De wijkrechter formuleert de vragen, waarover partijen een oordeel willen, als volgt:
- is in de woning van [verzoekster] sprake van onrechtmatige geluidshinder die wordt veroorzaakt vanuit de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] ?
- als sprake is van geluidshinder, welke maatregelen moeten dan worden genomen om de hinder tot een acceptabel niveau te reduceren?
Aan hun verzoek hebben partijen - zakelijk weergegeven en voor zover van belang in deze zaak - het volgende ten grondslag gelegd.
Het standpunt van [verzoekster]
[verzoekster] heeft last van geluidshinder vanuit de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] . In april 2022 speelt dit al zeker drie jaar. De geluidshinder bestaat uit contact- en luchtgeluid. Onder contactgeluid wordt het geluid verstaan dat door trillingen in de constructie wordt veroorzaakt, zoals bijvoorbeeld door het lopen, vallen van voorwerpen en schuiven met meubilair. Onder luchtgeluid wordt het geluid verstaan dat van buiten de woning van [verzoekster] binnendringt, zoals stemmen en muziek.
[medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] zijn door [verzoekster] aangesproken op de geluidshinder maar dat helpt niet. Op eigen kosten heeft [verzoekster] het plafond in de woonkamer en keuken laten isoleren. Door Ing. Baris van Bewijsrapportage.nl heeft [verzoekster] in juli 2021 een geluidsonderzoek laten verrichten. Daaruit blijkt dat het geluid uit de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] , dat in de woning van [verzoekster] te horen is, boven de norm van het Activiteitenbesluit ligt.
Een kopie van het onderzoeksrapport van Ing. Baris heeft [verzoekster] aan [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] gestuurd maar zij doen er niets mee.
Het standpunt van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2]
[medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] doen hun best om de geluidshinder voor [verzoekster] te beperken maar zij hebben twee jonge kinderen die spelen. Om de hinder voor [verzoekster] te beperken hebben zij Easycell cellulosevlokken onder hun vloeren gespoten en overal rubbers onder geplaatst. Voor [verzoekster] heeft dat alleen geen verbetering gebracht. [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] vinden het erg vervelend als [verzoekster] met een stok slaat en met deuren gooit als zij geluidshinder ervaart. Hun zoontje wordt daar namelijk erg bang door.
4. Beoordeling
Als uitgangspunt neemt de wijkrechter dat het woongedrag van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] is zoals dat men dat van een gezin met twee jonge kinderen kan verwachten en dat geen sprake is van onrechtmatig woongedrag. Tijdens de mondelinge behandeling van 16 juni 2022 hebben partijen afgesproken om te proberen er samen uit te komen door te onderzoeken welke isolatiemaatregelen kunnen worden genomen om de geluidshinder tegen te gaan. Tijdens het vervolg van de mondelinge behandeling op 26 augustus 2022 bleek dat partijen hierover geen overeenstemming konden bereiken. De wijkrechter heeft daarom voorgesteld om Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) de geluidshinder te laten onderzoeken. Aan dit onderzoek zijn voor partijen geen kosten verbonden.
De uitkomst van het onderzoek van STAB is voor de wijkrechter geen aanleiding om te oordelen dat [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] aanpassingen in hun woning moeten verrichten. Wel biedt het onderzoek aanknopingspunten die partijen in overweging kunnen nemen om tot een oplossing te komen. De wijkrechter zal hieronder toelichten hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Onderzoek van STAB
De wijkrechter heeft STAB gevraagd te onderzoeken:
a. of de geluidshinder die [verzoekster] in haar woning ervaart van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] in de wetenschap gangbare normen/richtlijnen voor het bepalen van geluidshinder overschrijdt,
b welke akoestische oplossingsrichtingen de geluidshinder tot een acceptabel niveau kunnen reduceren en
c. wat de kosten van deze oplossingsrichtingen zijn.
Bij de aanvaarding van de onderzoeksopdracht heeft STAB aangegeven de onderzoeksvraag onder c. niet te kunnen beantwoorden vanwege het ontbreken van kennis en ervaring. Het onderzoek van STAB heeft zich daarom alleen gericht op de vragen onder a. en b. STAB heeft voor het onderzoek bureau DGMR Bouw B.V. metingen in de woning van [verzoekster] laten verrichten. Daarvan is een rapport opgemaakt. Dit onderzoeksrapport heeft STAB tot het hare gemaakt en vormt een integraal onderdeel van het onderzoeksverslag van 5 april 2023. Hierna wordt daarom alleen over STAB en het onderzoek(sverslag) van STAB gesproken.
STAB heeft het contact- en luchtgeluid onderzocht aan de hand van de NEN 5077 norm. NEN 5077 schrijft alleen voor hoe het contact- en luchtgeluid moet worden gemeten en geeft geen normen voor het maximale contact- en luchtgeluid in woningen. Een NEN 5077 meting is overigens ook als vervolgonderzoek door Ing. Baris geadviseerd aan [verzoekster] .
STAB komt tot de volgende constateringen.
De vloer in de woonkamer en gang van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] bestaat uit (van boven naar onder):
- 16 mm parketvloer;
- 9 mm OSB-beplating;
- 4 mm ondervloer;
- 24 mm houten plaat;
- houten balklaag gevuld met cellulose;
- houten plaat.
De vloer in de keuken bestaat uit dezelfde componenten maar in plaats van de 16 mm parketvloer ligt er een 3 mm gietvloer.
De vloer van het terras bestaat uit (van boven naar onder):
- rubberen tegels;
- bitumen;
- houten beplating;
- houten balklaag met isolatie;
- houten beplating.
Bij [verzoekster] bevindt zich onder de woonkamer en keuken van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] een verlaagd plafond op houten regels met minerale wol en twee keer gipsbeplating.
STAB heeft in verband met het contactgeluid gemeten bij [verzoekster] :
a. woonkamer: 56 dB en +22 dB isolatie in de bovengelegen woonkamer;
b. keuken: 66 dB en + 12 dB isolatie in de bovengelegen keuken;
c. gang: 70 dB en + 8 dB isolatie in de bovengelegen gang.
d. slaapkamer: 61 dB en +17 dB isolatie op het bovengelegen terras,
STAB heeft in verband met luchtgeluid gemeten bij [verzoekster] :
a. woonkamer: 52 dB vanuit de bovengelegen woonkamer;
b. keuken: 48 dB vanuit in de bovengelegen keuken;
c. gang: 46 vanuit de bovengelegen gang.
Over de door partijen genomen maatregelen om geluidshinder te verminderen staat in het onderzoeksverslag van STAB op pagina 7 van de bijlage:
”Wat mij opviel tijdens de inspectie van de vloer is dat zowel het parket als de OSB-beplating op meerdere plekken strak tegen de constructie is aangelegd waardoor de ondervloer nauwelijks effect heeft. Het verlaagde plafond is niet los gehouden van de constructie. Daarnaast is het verlaagde plafond niet met een veerregel uitgevoerd.”
Wat zijn de gangbare normen/richtlijnen voor contact- en luchtgeluid (1e onderzoeksvraag)?
De wijkrechter kan bij de vaststelling van gangbare normen of richtlijnen niet aansluiten bij de door Ing. Baris geopperde normen uit het Activiteitenbesluit. De geluidsnormen uit die regeling beogen namelijk bescherming te bieden tegen het geluid dat wordt veroorzaakt door “elke door de mens bedrijfsmatige of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid”. Het Activiteitenbesluit ziet dus op bedrijfsmatige geluidshinder en niet op contact- en luchtgeluid die bewoners ervaren van het normale woongedrag van andere bewoners binnen hetzelfde pand.
STAB concludeert dat in de reglementen van de VvE geen eisen zijn opgenomen voor geluidisolatie. Partijen hebben het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement niet in de procedure overgelegd waardoor de wijkrechter niet anders kan dan voetstoots bij de stelling van STAB aan te sluiten. Verder is de wijkrechter het met STAB eens dat in het Bouwbesluit 2012 geen eisen voor contact- en luchtgeluid zijn opgenomen voor bestaande bouw. De wijkrechter komt daarom tot het oordeel dat er voor de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] geen wettelijke norm geldt voor geluid- en contactisolatie.
Om toch uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van de isolatie van de vloeren van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] en de mate van hinderlijkheid heeft STAB de meetresultaten vergeleken met de + 10 dB-norm. Deze norm is bijvoorbeeld opgenomen in het “Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten 2017”. Verder heeft STAB onderzocht hoe het gemeten geluid kan worden gekwalificeerd in het kader van de NEN 1070-klassen. Deze norm geeft een methode om de geluidswering in gebouwen te beoordelen en te kwalificeren in vijf klassen. Daarbij geldt klasse I als de beste geluidwering geldt en klasse V als de slechtste.
Mate van contact- en luchtgeluid
Uit de bevindingen onder 4.5.5 blijkt dat de isolatie voor contactgeluid varieert van + 8 dB (gang) tot + 22 dB (woonkamer). De gang haalt de + 10 dB “VvE-norm” dus niet. STAB merkt daarbij overigens terecht op dat de gang geen verblijfsruimte is en de geluidshinder die [verzoekster] daarvan ondervindt minder impact heeft. De bij [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] gemeten isolatie voor contactgeluid in de woonkamer valt onder de NEN 1070-klasse III (tot 58 dB), in de slaapkamer onder klasse IV (tot 63 dB) en in de keuken en gang onder klasse V (63 dB en hoger).
De isolatie-eis van +10 dB onder 4.8. geldt alleen voor contactgeluidisolatie en kan daarom niet worden gebruikt voor de luchtgeluidisolatie. Isolatie voor luchtgeluid kan alleen worden gekwalificeerd aan hand van de NEN 1070. Uit de bevindingen onder 4.5.6 volgt dat het gemeten luchtgeluid steeds minder dan 58 dB is. Alle binnenvertrekken in de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] vallen daarom onder klasse III.
STAB concludeert dat volgens NEN 1070 de geconstateerde mate van isolatie voor contactgeluid (klasse III-V) gebruikelijk is voor een pand uit het begin van de twintigste eeuw. De luchtgeluidisolatie van de binnenvertrekken valt onder klasse III. Alle binnenvertrekken zouden daarmee ook voldoen aan de huidige eisen voor luchtgeluidisolatie uit het Bouwbesluit 2012. De eis voor contactgeluidisolatie uit het Bouwbesluit 2012 wordt overigens alleen voor de woonkamer gehaald.
STAB concludeert tot slot dat de mate van luchtgeluidsisolatie voor dit type woning redelijk is. STAB vermoedt daarom dat de klachten van [verzoekster] voornamelijk gerelateerd zijn aan het contactgeluid.
Welke akoestische oplossingsrichtingen kunnen de geluidshinder tot een acceptabel niveau reduceren (2e onderzoeksvraag)?
STAB benoemt in haar onderzoeksverslag een aantal maatregelen om de geluidshinder te verminderen. De maatregelen variëren van simpel tot (ingrijpende) bouwkundige oplossingen. Als eenvoudige maatregelen worden genoemd: het toepassen van vloerkleden op de harde bekleding; het dragen van schoeisel met zachte zolen en hakken en het toepassen van viltjes onder stoelen en tafels.
Als bouwkundigen maatregelen benoemt STAB dat [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] er voor kunnen zorgen dat de parketvloer en OSB-beplating vrij staat van de constructieve wanden. Hiermee worden zogenaamde contactbruggen ongedaan gemaakt. Dat levert voor [verzoekster] een isolatieverbetering van 2 dB op. Dit zal volgens STAB echter een te gering effect hebben op de klachten.
Meer geluidsreductie kan vanuit de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] op twee manieren worden bereikt. De eerste manier is om de vloer te verzwaren. Deze oplossing is waarschijnlijk niet reëel omdat de houten balken onder de vloer van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] niet berekend zijn op de verzwaring. De balken zouden daarom moeten worden vervangen. De tweede manier is het plaatsen van een hele nieuwe droge zwevende vloer. Hiervoor zal dan de volledige afwerkvloer verwijderd moeten worden (ondervloer, OSB-beplating en parketvloer/gietvloer) en een zwevende dekvloer op de spouw teruggebracht moeten worden. De nieuwe droge zwevende vloer en afwerkvloer zal circa 70 mm hoger komen te liggen dan in de huidige situatie waardoor hoogteverschillen kunnen ontstaat met het toilet en het trappenhuis. Door hoogteverschil moeten ook leidingen, (binnen)deuren, dorpels en het keukenblok worden aangepast. Deze maatregel resulteert in een isolatieverbetering van 6 dB (woonkamer) en 16 dB (keuken).
In de woning van [verzoekster] kan daarnaast het huidige verlaagde plafond worden vervangen voor een plafond op veerregels. Bijvoorbeeld een IV-metal plafond met 2 x 12,5 mm gipsplaat dat volledig vrij hangend moet worden opgehangen. De spouw moet dan worden gevuld met minerale wol. Deze maatregel zal een verbetering van circa van 8 tot 10 dB opleveren. Als onder het dakterras ook een verlaagd plafond wordt aangebracht, zoals hierboven beschreven, dan voorziet STAB een contactgeluidsniveau van circa 51 tot 53 dB in de slaapkamer van [verzoekster] .
Slotsom
[verzoekster] ondervindt geluidshinder die voornamelijk door contactgeluid wordt veroorzaakt. Het contactgeluid vanuit de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] komt voort uit normale leefgeluiden. De wijkrechter is van oordeel dat voor de contactgeluidisolatie voor de vloer van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] geen wettelijke norm geldt. Wel is het zo dat het in een burenrelatie passend is dat relatief eenvoudige maatregelen worden genomen om storende contactgeluiden te vermijden of te beperken. Voorbeelden van die eenvoudige maatregelen zijn beschreven onder 4.13.
[medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] kunnen niet tot een bouwkundige oplossing worden gedwongen omdat geen wettelijke norm wordt overschreden. Partijen kunnen uiteraard wel als goede buren in onderling overleg een oplossing bespreken zodat het contactgeluid wordt verminderd. STAB heeft daarvoor vier bouwkundige oplossingen beschreven. De voorgestelde oplossingen om de vloer te verzwaren of een nieuwe droge zwevende (dek)vloer aan te brengen zijn kostbaar en bouwkundig zeer ingrijpend. Bij de eerste oplossing moeten de balken worden vervangen. Bij de tweede oplossing komt de nieuwe dekvloer 70 mm hoger te liggen in de woning. Hierdoor moeten allerlei aanvullende aanpassingen in de woning van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] worden gedaan. Deze twee oplossingen zijn weliswaar in akoestisch opzicht het meest effectief maar de wijkrechter kan zich goed voorstellen dat deze oplossingen onbesproken blijven in het mogelijke overleg tussen partijen. Deze oplossingen zijn immers té kostbaar en té ingrijpend.
Het bestaande verlaagde plafond van [verzoekster] is niet op deskundige wijze aangebracht. Het plafond is namelijk niet los gehouden van de constructie en in plaats van veerregels zijn houten regels gebruikt. Als in de slaapkamer een verlaagd plafond op de door STAB geadviseerde wijze wordt aangebracht dan verwacht STAB een verbetering van 8 tot 10 dB. Verder volgt uit 4.5.7. dat de parketvloer en OSB-beplating van [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] niet volgens de regelen der kunst zijn gelegd. Op een aantal plekken ligt het parket en de OSBbeplating namelijk strak tegen constructieve wanden aan. Hierdoor heeft de isolerende ondervloer geen effect. De huidige vloer is dus niet goed gelegd maar daarmee wordt nog geen wettelijke norm overschreden waardoor sprake is van onrechtmatige hinder en een verplichting voor [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] om dat te verhelpen.
De wijkrechter kan zich goed voorstellen dat partijen in gezamenlijk overleg tot de oplossing komen dat [verzoekster] het geadviseerde loshangende plafond laat aanbrengen en [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] zich verbinden de vloer en OSB-beplating vrij van de wanden te maken. De wijkrechter realiseert zich daarbij dat de slaapkamer van [verzoekster] al lager is dan de rest van haar woning en nog lager wordt door het verlaagde plafond. Het vrij maken van het parket en OSBbeplating komt de wijkrechter als een niet al te kostbare maatregel voor maar zal desalniettemin tot kosten leiden voor [medeverzoeker 1] en [medeverzoeker 2] . Deze oplossingsrichting vraagt dus offers van beide partijen. Het is aan partijen om te beoordelen of zij deze offers willen maken omwille van een goede burenrelatie.
De wijkrechter merkt tot slot nog op dat het wonen in een oudere woning, zeker in een stedelijke omgeving waar men dicht op elkaar woont, altijd een zekere mate van hinder zal geven. Zoals STAB in haar onderzoeksverslag aangeeft kan die hinder - ook met zeer ingrijpende verbouwingswerkzaamheden - echter nooit helemaal weg worden genomen. [verzoekster] moet daarom een zekere mate van geluidshinder tolereren en zich onthouden van het slaan met een stok en het gooien met deuren als zij geluidshinder ondervindt.
Nu beide partijen de zaak samen aan de wijkrechter hebben voorgelegd zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.
5. Beslissing
De wijkrechter, rechtsprekend ex artikel 96 Rv:
wijst de vorderingen, gebaseerd op de onder 3.1 geformuleerde onderzoeksvragen, af,
compenseert de kosten van de procedure in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. N.F.H. van Eijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2023.