ECLI:NL:RBDHA:2023:22391

ECLI:NL:RBDHA:2023:22391

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-12-2023
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer C/09/651505 / FA RK 23-5488
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2025:1525

Samenvatting

wijziging kinderalimentatie: met terugwerkende kracht plus reden onverschuldigd betaalde kinderalimentatie terugbetalen

Uitspraak

Hoofdverblijfplaats en alimentatie

Beschikking op het op 23 juni 2023 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man / de vader,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. J.L.J. Kapteijn te Alphen aan den Rijn.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw / de moeder,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

vrouw, met bijlagen;

- het bericht van 13 november 2023, met bijlagen, namens de man;

- het bericht van 16 november 2023, met bijlage, namens de man.

De minderjarige [de minderjarige 1] heeft op 14 november 2023 in raadkamer zijn mening gegeven over het verzoek voor zover dit hem aangaat. De minderjarige [de minderjarige 2] heeft op 20 november 2023 in raadkamer zijn mening gegeven over het verzoek voor zover dit hem aangaat.

Op 21 november 2023 heeft een gecombineerde behandeling plaatsgevonden van dit verzoek samen met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] (C/09/ 654180 / JE RK 23-1915). Op dit laatste verzoek is op de zitting mondeling beslist, waarbij het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] voor een jaar is toegewezen. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is bij afzonderlijke beschikking vastgesteld.

Op de gecombineerde zitting zijn verschenen:

-de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

-de moeder, bijgestaan door mr. R.F. van Galen, als waarnemer voor haar advocaat;

-namens Stichting Jeugdbescherming west zijnde de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] uitvoert, [naam 1] en [naam 2] .

Feiten

- De man en de vrouw zijn gehuwd geweest van 15 september 2006 tot 26 juli 2013.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 10 juli 2013 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken alsmede een convenant en ouderschapsplan opgenomen. In het convenant van juni 2013 is – voor zover hier relevant – opgenomen:

 de kosten van de kinderen is vastgesteld op € 500,- per maand per kind;

 gelet op het feit dat partijen een co-ouderschapsregeling zijn overeengekomen, is het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen bepaald op € 581,- per maand per kind (een bijtelling van 16% als extra woonlast);

 de man vanaf 1 juni 2013 maandelijks bij vooruitbetaling aan de vrouw een bijdrage voor de twee kinderen die bij de vrouw staan ingeschreven (voor [de minderjarige 3] en [de minderjarige 1] ) van € 393,50 per kind zal betalen en de vrouw voor het kind dat bij de man staat ingeschreven ( [de minderjarige 2] ) aan de man een bedrag van € 136,- per maand zal betalen.

- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 2] ( [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 1] 2007 te [geboorteplaats] ,

- [de minderjarige 3] ( [de minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] ,

- [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 3] 2010 te [geboorteplaats] .

- [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] hebben (feitelijk) hun hoofdverblijfplaats bij de man en [de minderjarige 3] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw.

- De ouders hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen.

- De vrouw heeft met haar huidige partner, de heer [naam 3] , nog twee kinderen:

- [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2017 te[geboorteplaats] ;

- [de minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2020 te [geboorteplaats] .

- De kinderrechter in deze rechtbank heeft – voor zover hier van belang – bij beschikking van 17 november 2022 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] verlengd van 25 november 2022 tot 25 november 2023.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man luidt:

te bepalen dat [de minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de man en op zijn adres mag

worden ingeschreven;

te bepalen dat de man aan de vrouw met ingang van de datum beschikking een

bedrag aan alimentatie zal voldoen voor [de minderjarige 3] ter hoogte van € 242,- per maand;

te bepalen dat de alimentatie voor [de minderjarige 1] met ingang van primair 1 december 2021,

subsidiair 28 januari 2023, meer subsidiair datum indiening verzoekschrift, op nihil

komt te staan, waarbij de vrouw wordt veroordeeld om de onverschuldigd

ontvangen kinderalimentatie aan de man terug te betalen;

te bepalen dat de vrouw aan de man een bedrag aan alimentatie zal voldoen voor

[de minderjarige 2] primair vanaf 1 februari 2020, subsidiair 1 oktober 2022 ter hoogte van

€ 171,-, meer subsidiair datum indiening verzoekschrift en voor [de minderjarige 1] ter hoogte

van € 119,- met ingang van primair 1 december 2021, subsidiair 28 januari 2023,

meer subsidiair datum indiening verzoekschrift, waarbij de vrouw wordt

veroordeeld om de onverschuldigd ontvangen kinderalimentatie aan de man terug

te betalen,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw refereert zich aan het verzoek tot het vaststellen van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de man en voert verweer tegen de overige verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens heeft de vrouw zelfstandig verzocht – met uitvoerbaarverklaring bij voorraad -:

de man te veroordelen tot betaling van een geldsom van in totaal € 828,- per maand aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, althans een zodanige bijdrage als de rechtbank juist acht, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en vermeerderd met iedere uitkering die de man op grond van geldende wetten of andere regelingen voor de kinderen zal of kan worden verleend, met ingang van de datum van de beschikking, althans met ingang van de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift;

de man te veroordelen in de kosten van deze procedure conform het toepasselijke liquidatietarief.

Beoordeling

Buiten beschouwing laten productie 26

De man heeft op 17 november 2023 om 7:40 uur per e-mail productie 26 bij de rechtbank ingediend. Namens de vrouw is op de zitting verzocht deze productie buiten beschouwing te laten, omdat deze te laat is ingediend. De man heeft zich hiertegen gemotiveerd verweerd.

De rechtbank heeft tijdens de behandeling beslist productie 26 toe te laten. Daartoe is redengevend dat productie 26 drie pagina’s omvat met in totaal zes foto’s. Het is geen omvangrijk stuk en omdat het foto’s zijn ook makkelijk te doorgronden.

Hoofdverblijfplaats [de minderjarige 1]

De man verzoekt de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij hem te bepalen. De vrouw heeft hiertegen geen bezwaar.

Gelet hierop en nu niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige 1] zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek als onweersproken en op de wet gegrond toewijzen.

De man verzoekt tevens te bepalen dat [de minderjarige 1] op zijn adres mag worden ingeschreven.

Nu uit de Basisregistratie personen blijkt dat [de minderjarige 1] al sinds 25 april 2023 op het adres van de man staat ingeschreven, zal de rechtbank dit verzoek bij gebrek aan belang afwijzen.

Kinderalimentatie

Wijziging van omstandigheden

Op grond van artikel 1:401, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door een wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.

De man heeft de volgende wijzigingen gesteld:

Nu de man voldoende heeft gesteld dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, is hij ontvankelijk in zijn verzoek.

De rechtbank zal hierna aan de hand van een nieuwe beoordeling van de kinderalimentatie onderzoeken of, en zo ja, in hoeverre de wijzigingen van omstandigheden ertoe leiden dat de beschikking van 10 juli 2013, waarin het tussen partijen overeengekomen convenant en ouderschapsplan is opgenomen, niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet.

Ingangsdatum met terugwerkende kracht

De man heeft de rechtbank verzocht om de beschikking van deze rechtbank van 10 juli 2013 met daarin opgenomen het convenant/ouderschapsplan dan wel de onderling gemaakte afspraken voor [de minderjarige 1] primair met ingang van 1 december 2021, subsidiair 28 januari 2023, meer subsidiair datum indiening verzoekschrift te wijzigen en voor [de minderjarige 2] primair met ingang van 1 februari 2020, subsidiair 1 oktober 2022 en meer subsidiair datum indiening verzoekschrift te wijzigingen. De vrouw heeft gemotiveerd bestreden dat eventuele wijzigingen met terugwerkende kracht zullen worden vastgesteld.

Uit de stukken, de kindgesprekken die de rechter met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] heeft gevoerd en wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank gebleken dat [de minderjarige 2] sinds oktober 2022 en [de minderjarige 1] sinds 28 januari 2023 volledig bij de man verblijven. Ondanks dat [de minderjarige 1] iedere maandag en dinsdag na school tot het eten nog naar de vrouw gaat, heeft de vrouw al langere tijd geen verblijfkosten meer voor [de minderjarige 2] en nauwelijks meer verblijfkosten voor [de minderjarige 1] gehad. Gelet hierop acht de rechtbank alles afwegende het redelijk de ingangsdatum van de wijziging van de alimentatieverplichting voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te bepalen op 1 januari 2023.

Voor [de minderjarige 3] heeft de man verzocht de kinderalimentatie te wijzigen met ingang van de datum van de beschikking. De vrouw heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Echter, de rechtbank zal gemakshalve voor alle drie de kinderen de ingangsdatum van de wijziging van de alimentatieverplichting bepalen op 1 januari 2023. De rechtbank betrekt daarbij dat de wijziging van de omstandigheden voor [de minderjarige 3] al op die datum bestonden.

Behoefte van de kinderen

De rechtbank begrijpt uit de overgelegde stukken, waaronder het convenant, dat de man en de vrouw in 2013 bij het uit elkaar gaan de behoefte van de kinderen hebben vastgesteld op € 500,- per maand per kind. Geïndexeerd naar 2023 bedraagt de behoefte dan afgerond

€ 606,- per maand per kind. De rechtbank zal van deze behoefte uitgaan.

Draagkracht beide ouders

De man en de vrouw dienen in de behoefte van de kinderen te voorzien naar rato van ieders draagkracht. De rechtbank zal hierna de draagkracht van beide ouders beoordelen. Dit doet de rechtbank aan de hand van ieders geschatte Netto Besteedbare Inkomen (NBI) in 2023. Vervolgens dient het bedrag aan draagkracht volgens de richtlijn van de Expertgroep Alimentatie in 2023 berekend te worden aan de hand van de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + 1175)]. Voor de lagere inkomens beneden een NBI van € 1.930,- zijn vaste bedragen van toepassing.

NBI en draagkracht man

De rechtbank zal bij het bepalen van de draagkracht van de man uitgaan van de uit zijn productie 25 blijkende bruto salaris van € 5.970,- per maand vermeerderd met de inkomenstoeslag van afgerond € 59,- per maand en 8% vakantietoeslag.

De rechtbank houdt verder rekening met de volgende ingehouden premies:

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het NBI van de man op € 4.524,- per maand en zijn draagkracht voor kinderalimentatie op € 1.394,- per maand in 2023.

NBI en draagkracht vrouw

Voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank – evenals de vrouw – uit van de uit haar als productie 5 blijkende salaris als onderwijs assistent van afgerond

€ 1.077,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en de uit haar als productie 6 blijkende WIA-uitkering van € 1.178,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

De rechtbank houdt verder rekening met de volgende ingehouden premies:

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 2.318,- per maand.

De man stelt dat de werkelijke woonlasten van de vrouw duurzaam aanmerkelijk lager zijn dan het woonbudget omdat de vrouw met haar partner, de heer [naam 3] , samenwoont. In het licht van de betwisting door de vrouw heeft de man naar het oordeel van de rechtbank zijn stelling voldoende met stukken onderbouwd aannemelijk gemaakt dat de vrouw met de heer [naam 3] samenwoont. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het redelijk is conform de richtlijn van de Expertgroep Alimentatie in 2023 om ervan uit te gaan dat de heer [naam 3] in ieder geval de helft van de gezamenlijke woonlast kan dragen. De rechtbank zal daarom bij de vrouw rekening houden met een woonbudget van afgerond € 348,- per maand, te weten (0,3 x € 2.318) : 2.

De vrouw stelt verder dat rekening moet worden gehouden met de aflossing van € 300,- per maand op een schuld aan haar advocaat, zoals blijkt uit de door haar overgelegde productie 7. De man heeft gemotiveerd betwist dat rekening moet worden gehouden met de aflossing op deze schuld. De rechtbank volgt de richtlijn van de Expertgroep Alimentatie in 2023 dat advocaatkosten gemaakt in het kader van een familierechtelijke procedure niet als noodzakelijke last voorrang hebben boven kinderalimentatie. Bovendien heeft de vrouw niet aannemelijk gemaakt dat deze schuld niet verwijtbaar en niet vermijdbaar is. Zo heeft de vrouw, gelet op haar inkomen, niet onderbouwd waarom deze kosten zijn gemaakt. Gelet hierop zal de rechtbank bij de berekening van de draagkracht met deze schuld geen rekening houden.

De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 556,- per maand, zoals volgt uit de aangehechte berekening.

De vrouw stelt dat haar draagkracht moet worden verdeeld over vijf kinderen. De man verweert zich hiertegen en stelt dat de heer [naam 3] de kosten van zijn twee zoons uit de relatie met de vrouw volledig kan voldoen, zodat bij de vrouw alleen rekening moet worden gehouden met drie kinderen. Nu de heer [naam 3] niet bereid is zijn inkomen en vermogen in deze procedure inzichtelijk te maken, volgt de rechtbank de stelling van de man dat de heer [naam 3] volledig kan voorzien in de kosten van zijn twee kinderen met de vrouw. Dit betekent dat de rechtbank de draagkracht van de vrouw zal verdelen over [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 1] .

Verdeling van de draagkracht

De gezamenlijke draagkracht van de ouders bedraagt in totaal € 1.950,- per maand.

De verdeling van de kosten voor alle kinderen over beide ouders wordt dan berekend volgens de formule, ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, ofwel:

het eigen aandeel van de man: 1.394/1.950 x 1.818 = € 1.300,- ofwel € 433,- per kind

het eigen aandeel van de vrouw: 556/1.950 x 1.818 = € 518,- ofwel € 173,- per kind

€ 1.818,- ofwel € 606,- per kind

Van de totale behoefte komt dus een gedeelte van € 1.300,- per maand voor alle drie de kinderen, ofwel € 433,- per maand per kind voor rekening van de man en een gedeelte van

€ 518,- per maand voor alle drie de kinderen of € 173,- per maand per kind voor rekening van de vrouw.

Zorgkorting

De rechtbank acht het redelijk om met de volgende zorgkortingen rekening te houden.

Ondanks dat [de minderjarige 2] op dit moment in het geheel niet bij de vrouw verblijft, zal de rechtbank toch de minimale zorgkorting van 5% toepassen. De bedoeling is dat er wel weer toegewerkt wordt naar contact met de vrouw, maar gelet op zijn leeftijd zal [de minderjarige 2] vermoedelijk niet meer bij de vrouw gaan overnachten. Gelet hierop zal de rechtbank een zorgkorting van 5% voor de vrouw toepassen, zijnde afgerond € 30,- per maand (5% van

€ 606,-).

Gelet op de nu lopende zorgregeling, waarbij [de minderjarige 1] twee middagen per week met de vrouw contact heeft met mogelijk op korte termijn nog wat uitbreiding, vindt de rechtbank het redelijk een zorgkorting van 15% toe te passen. De zorgkorting voor de vrouw bedraagt dan afgerond € 91,- per maand (15% van € 606,-).

Gebleken is dat [de minderjarige 3] conform de zorgregeling, zoals is vastgesteld in de beschikking van 17 juni 2021, bij de ouders verblijft. Dit betekent dat [de minderjarige 3] eenmaal per veertien dagen een weekend bij de man verblijft alsmede drie vakantieweken. Gelet hierop zal de rechtbank een zorgkorting van 25% toepassen, zijnde afgerond € 152,- per maand (25% van € 606,-).

Conclusie kinderalimentatie

De zorgkorting strekt in mindering op het hiervoor berekende aandeel. Dit betekent het volgende.

De door de vrouw te betalen bijdrage voor [de minderjarige 2] bedraagt dan € 143,- per maand

(€ 173,- minus € 30,-).

De door de vrouw te betalen bijdrage voor [de minderjarige 1] bedraagt dan € 82,- per maand

(€ 173,- minus € 91,-).

Concluderend zal de rechtbank bepalen dat de vrouw met ingang van 1 januari 2023 aan de man een kinderalimentatie voor [de minderjarige 2] van € 143,- per maand en voor [de minderjarige 1] van € 82,- per maand moet voldoen.

De door de man te betalen bijdrage voor [de minderjarige 3] bedraagt dan € 281,- per maand

(€ 433,- minus € 152,-).

Concluderend zal de rechtbank bepalen dat de man met ingang van 1 januari 2023 aan de vrouw een kinderalimentatie voor [de minderjarige 3] van € 281,- per maand moet voldoen.

De rechtbank verwijst hiervoor naar de aan deze beschikking gehechte berekening van de kosten van de kinderen.

De rechtbank ziet in het voorgaande en de door partijen gewisselde standpunten tevens aanleiding om het verzoek van de man om de vrouw te veroordelen om de onverschuldigd aan kinderalimentatie ontvangen bedragen aan de man terug te betalen.

Proceskosten

De vrouw verzoekt de man te veroordelen in de proceskosten aan de hand van het toepasselijke liquidatietarief.

In verzoekschriftprocedures tussen voormalige partners wordt terughoudend omgegaan met een proceskostenveroordeling om te voorkomen dat de relatie tussen partijen verder wordt belast. Partijen moeten nog met elkaar verder als ouders van hun kinderen. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. Niet gebleken is dat in dit geval sprake is van een uitzonderlijk geval dat moet worden afgeweken van deze hoofdregel. De rechtbank zal, zoals in familierechtelijke zaken gebruikelijk, de proceskosten compenseren.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 10 juli 2013 met daarin opgenomen het tussen partijen overeengekomen convenant en ouderschapsplan – :

*

bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2010 te [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de man;

*

bepaalt de door de vrouw met ingang van 1 januari 2023 te betalen alimentatie voor de minderjarige [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2007 te [geboorteplaats] ,

op € 143,- per maand, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling aan de man te voldoen;

bepaalt de door de vrouw met ingang van 1 januari 2023 te betalen alimentatie voor de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2010 te [geboorteplaats] ,

op € 82,- per maand, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling aan de man te voldoen;

*

bepaalt dat de vrouw de vanaf 1 januari 2023 onverschuldigd aan kinderalimentatie ontvangen bedragen aan de man dient terug te betalen;

*

bepaalt de door de man met ingang van 1 januari 2023 te betalen alimentatie voor de minderjarige [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats]

op € 281,- per maand, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling aan de man te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?