ECLI:NL:RBDHA:2023:2314

ECLI:NL:RBDHA:2023:2314, Rechtbank Den Haag, 28-02-2023, NL23.3048

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-02-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.3048
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2024:1245
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 2 zaken
10 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 CELEX:32000X1218 CELEX:32003R0343 CELEX:32013L0033 CELEX:32013R0604 EU:32000X1218 EU:32003R0343 EU:32013L0033 EU:32013R0604

Samenvatting

Dublin-Bulgarije, beroep ongegrond. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij, als Dublinclaimant, bij overdracht aan Bulgarije te maken krijgt met pushbacks. Er is sprake van een expliciet claimakkoord op basis van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, van de Dublinverordening. In dat geval, zo blijkt uit pagina 39 van het AIDA rapport 2021, wordt de Dublinclaimant overgebracht naar een opvangvoorziening. Eiser heeft dit niet (gemotiveerd) bestreden. Het AIDA rapport 2021 bevat verder geen concrete aanknopingspunten dat Dublinclaimanten na hun overdracht aan Bulgarije te maken krijgen met pushbacks. Uit eisers verklaringen volgt bovendien dat hij in Bulgarije is toegelaten tot de asielprocedure en daar opvang heeft gehad.

Uitspraak

[eiser] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,

van Algerijnse nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. J.H.A. van Eijk).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van 31 januari 2023 (bestreden besluit) waarin de asielaanvraag van eiser niet in behandeling is genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL23.3050, op 24 februari 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. Eiser is niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden die eiser naar voren heeft gebracht. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het bestreden besluit

3. De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Volgens de staatssecretaris kan ten aanzien van Bulgarije worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Zo heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in Bulgarije te maken zal krijgen met een pushback.

Kan de staatssecretaris uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?

4. Eiser voert aan dat niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan omdat Bulgarije zich schuldig maakt aan pushbacks. Eiser verwijst naar uitspraken van deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Op zitting heeft de gemachtigde van eiser nog gewezen op het AIDA Country Report: Bulgaria 2021 (AIDA rapport) en gesteld dat ook sprake is van andere gebreken in het Bulgaarse opvang- en asielsysteem. Eisers overdracht aan Bulgarije is daarom in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. De staatssecretaris moet nader onderzoek doen naar de feitelijke situatie van Dublinclaimanten in Bulgarije.

De rechtbank volgt eiser niet. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag de staatssecretaris er in het algemeen van uit gaan dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat Bulgarije dit tegenover hem niet doet. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd. Eiser heeft zijn stellingen niet onderbouwd, anders dan door te verwijzen naar uitspraken van deze rechtbank en de Afdeling en in het algemeen naar het AIDA rapport. Weliswaar volgt hieruit dat in Bulgarije pushbacks plaatsvinden, ook van vreemdelingen die zich op het grondgebied van Bulgarije bevinden, maar eiser heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat hij, als Dublinclaimant, bij overdracht aan Bulgarije te maken zal krijgen met een pushback. De staatssecretaris heeft in dit kader toegelicht dat sprake is van een expliciet claimakkoord op basis van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, van de Dublinverordening. In dat geval, zo blijkt uit pagina 39 van het AIDA rapport, wordt de Dublinclaimant overgebracht naar een opvangvoorziening. Eiser heeft dit niet (gemotiveerd) bestreden. Het AIDA rapport bevat verder geen concrete aanknopingspunten dat Dublinclaimanten na hun overdracht aan Bulgarije te maken krijgen met pushbacks. Bovendien volgt uit eisers verklaringen dat hij in Bulgarije is toegelaten tot de asielprocedure en dat hij daar opvang heeft gehad.

Voor zover eiser stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet deelbaar is, heeft de staatssecretaris terecht verwezen naar de uitspraken van de Afdeling van

13 april 2022 over Kroatië en 8 september 2022 over Slovenië. Uit deze uitspraken volgt dat de omstandigheid dat er pushbacks (Kroatië) of overbrengingen (Slovenië) plaatsvinden, ook als die pushbacks/ overbrengingen vreemdelingen raken die zich op het grondgebied van de lidstaat bevinden, op zichzelf onvoldoende is om te concluderen dat die lidstaat zich ten aanzien van Dublinclaimanten niet aan zijn internationale verplichtingen houdt. Om tot die conclusie te komen is nodig dat er daarnaast concrete aanknopingspunten bestaan dat de pushbacks/ overbrengingen ook plaatsvinden ten aanzien van Dublinclaimanten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser dat niet aannemelijk gemaakt. Tot slot heeft eiser niet geconcretiseerd welke andere gebreken het Bulgaarse opvang- en asielsysteem kent waarmee hij, als Dublinclaimant, te maken zal krijgen.

Uit het voorgaande volgt dat eisers stelling dat er in Bulgarije pushbacks plaatsvinden, niet leidt tot de conclusie dat eiser, als Dublinclaimant, bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Eisers verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van

7 oktober 2022 leidt niet tot een ander oordeel omdat deze uitspraak geen inhoudelijk oordeel geeft over de situatie van Dublinclaimanten in Bulgarije. De beroepsgrond slaagt niet.

Moet deze zittingsplaats van de rechtbank de uitspraken volgen van andere zittingsplaatsen?

5. De gemachtigde van eiser heeft op zitting gesteld dat de rechtbank de rechtseenheid moet bewaken en geen uitspraak mag doen die ongunstiger is voor eiser dan de uitspraken van andere zittingsplaatsen in Dublin-Bulgarije zaken, als dat niet is terug te voeren op individuele omstandigheden. De rechtbank volgt de gemachtigde van eiser niet. Er bestaat geen rechtsregel die de zittingsplaatsen ertoe verplicht om afspraken te maken over de afdoening van (Dublin)zaken. Er bestaat ook geen rechtsregel die deze zittingsplaats van de rechtbank verplicht de voor eiser meest gunstige uitspraken van andere zittingsplaatsen te volgen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Lok, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.A. Oudenaarden

Griffier

  • mr. M. Lok

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?