ECLI:NL:RBDHA:2023:2497

ECLI:NL:RBDHA:2023:2497, Rechtbank Den Haag, 11-01-2023, NL22.25866

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-01-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL22.25866
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2023:364
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

Dublin-Spanje, beroep ongegrond, AIDA-rapport april 2022 niet wezenlijk anders dan vorig AIDA-rapport

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser V-nummer: [V Nummer]

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25866

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: A.S. van den Anker).

Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.25867, op 10 januari 2023 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond

van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.

2. De rechtbank overweegt dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzichte van Spanje mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit is bevestigd in de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 8 juli 2021 en van 13 mei 2022.1 Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet mag. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hier niet in geslaagd.

3. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er in zijn situatie niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan mag worden. Het AIDA-rapport van 29 april 2022 gaat om een update van de situatie in Spanje. Uit het rapport volgt niet dat de situatie in Spanje na de vorige AIDA-rapporten dusdanig is verslechterd dat verweerder niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Dit nieuwe rapport verschilt dus niet wezenlijk van het AIDA-rapport waarop de Afdeling zich heeft gebaseerd in haar uitspraak van 8 juli 2021. Uit dit rapport blijkt ook niet dat Dublinterugkeerders in het geheel geen toegang tot opvang of de asielprocedure krijgen. Uit de rapporten blijkt dat de Spaanse autoriteiten actie ondernemen naar aanleiding van klachten over het uitsluiten van Dublinterugkeerders van opvang en voorzieningen en blijkt dus dat zij hier niet onverschillig tegenover staan. De omstandigheid dat eiser bij zijn eerdere terugkeer naar Spanje geen opvang heeft genoten, maakt het voorgaande niet anders, omdat hij zich niet heeft gewend tot de Spaanse autoriteiten. Als eiser toch in onzekerheid komt te verkeren over de toegang tot de asielprocedure of de opvangvoorzieningen in Spanje, moet hij daarover klagen bij de daartoe geëigende instanties, dan wel bij de (hogere) Spaanse autoriteiten. Niet gesteld of gebleken is dat klagen voor eiser onmogelijk is of dat dit bij voorbaat zinloos is.

4. Over de persoonlijke ervaringen van eiser is de rechtbank verder van oordeel dat hieruit niet volgt dat verweerder het asielverzoek van eiser op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich had dienen te trekken. Eiser heeft in Spanje geen asielverzoek ingediend.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2023 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

1 ECLI:NL:RVS:2021:1481 en ECLI:NL:RVS:2022:1394.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

11 januari 2023

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Catsburg

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?