RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.747
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. M.C. de Jong),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Bij besluit van 9 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer Hassan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988.
2. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is omdat de digitale handtekening daaronder niet kan worden gevalideerd. Bij het valideren van de handtekening staat namelijk dat de handtekening ongeldig is, omdat de handtekening is beschadigd. Dat betekent dat er geen geldig ondertekend besluit is, waardoor er geen geldige inbewaringstelling heeft plaatsgevonden.
3. De rechtbank heeft verweerder na afloop van de zitting de gelegenheid gegeven te onderzoeken waarom de handtekening onder het bestreden besluit niet kan worden gevalideerd. Verweerder heeft op 16 januari 2023 een aanvullend proces-verbaal overgelegd van [bewaarder] , de ondertekenaar van de maatregel van bewaring. In dit aanvullend proces-verbaal staat dat [bewaarder] samen met de Functioneel Applicatiebeheerder heeft gekeken wat er fout is gegaan. [bewaarder] heeft een melding ontvangen dat haar
elektronische handtekening onder de maatregel van bewaring was voltooid. Later is echter gebleken dat er een landelijke storing is geweest in het digitale systeem, waardoor de elektronische handtekening niet is verwerkt en daardoor dus ook niet controleerbaar is.
Daarom komt er een foutmelding bij het controleren van de handtekening.
4. De rechtbank is van oordeel dat uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) blijkt dat een rechtsgeldige maatregel van bewaring pas tot stand komt als deze is gedagtekend, ondertekend en met redenen is omkleed.1 Omdat er een foutmelding verschijnt bij de validatie van de handtekening, kan niet gecontroleerd worden of de maatregel van bewaring daadwerkelijk is ondertekend. Dit betekent dat er geen rechtsgeldige maatregel van bewaring tot stand is gekomen. Eiser is dus zonder geldige titel in bewaring gesteld. Omdat het gaat om vrijheidsontneming is er sprake van een ernstig gebrek. Voor een belangenafweging is in dit geval geen ruimte.2 De beroepsgrond slaagt.
5. Gezien het bovenstaande is het beroep gegrond. De maatregel van bewaring is daarom vanaf het moment van opleggen daarvan onrechtmatig. De rechtbank beveelt opheffing van de maatregel van bewaring. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.
6. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van bewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 9 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel van 0 x € 130,00 (verblijf politiecel) en 9 x € 100,00 (verblijf detentiecentrum) = € 900,00.
7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837,00 en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.
1. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2278.
2 Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2278 en van 19 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3767.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 januari 2023
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.