ECLI:NL:RBDHA:2023:525

ECLI:NL:RBDHA:2023:525, Rechtbank Den Haag, 16-01-2023, SGR 22/2912

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-01-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer SGR 22/2912
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 3 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011453 BWBR0012438 BWBR0015703 BWBR0035362

Samenvatting

Beroep kennelijk ongegrond. Van een niet (tijdig) genomen besluit op de aanvraag is geen sprake, zodat ook van het verbeuren van een dwangsom door verweerder geen sprake is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2023 in de zaak tussen

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 22/2912

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: voorheen [gemachtigde]),

en

(gemachtigde: mr. C.L. Lina).

Procesverloop

In het besluit van 26 januari 2022 (primair besluit) heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat hij geen dwangsom heeft verbeurd.

In het besluit van 26 april 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. Eiser is vrijgesteld van het betalen van het griffierecht. Dat betekent dat eiser in deze procedure geen griffierecht hoeft te betalen.

2. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk ongegrond is.

3. Eiser heeft op 26 juli 2021 bij verweerder een aanvraag om Individuele Studietoeslag ingediend. Op 17 januari 2022 heeft eiser verweerder een ingebrekestelling gestuurd omdat volgens hem niet tijdig op zijn aanvraag van 26 juli 2021 is beslist.

4. In het primaire besluit heeft verweerder besloten dat hij geen dwangsom heeft verbeurd. In het bestreden besluit heeft verweerder dit standpunt gehandhaafd. Verweerder overweegt daartoe dat de op 17 september 2021 op de aanvraag is beslist. Dit was binnen de beslistermijn van 8 weken, welke op 20 september 2021 afliep.

5. Het betoog van eiser dat verweerder wel een dwangsom heeft verbeurd, slaagt niet. Uit het dossier blijkt dat verweerder de aanvraag van eiser bij besluit van 17 september 2021 buiten behandeling heeft gesteld. Eiser heeft dit besluit van verweerder ontvangen, hetgeen alleen al blijkt uit het feit dat hij op 4 oktober 2021 bezwaar tegen dat besluit heeft gemaakt. Op het moment dat eiser de ingebrekestelling naar verweerder stuurde, had verweerder dus al een besluit op de aanvraag van eiser genomen. Van een niet (tijdig) genomen besluit op de aanvraag is daarom geen sprake, zodat ook van het verbeuren van een dwangsom door verweerder geen sprake is. Eiser meent kennelijk dat het buiten behandeling stellen van een aanvraag geen besluit is. Die veronderstelling van eiser is onjuist, wat onder meer blijkt uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 februari 2019. In die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat ook alle besluiten waarbij een aanvraag wordt afgewezen, een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten (zoals in dit geval) of een bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard, moeten worden aangemerkt als beschikkingen op een aanvraag in de zin van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb.

6. Er is ook geen sprake van dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvoir, zoals eiser heeft gesteld. Anders gezegd: er is niet gebleken dat verweerder zijn bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen, heeft aangewend voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven. Dat verweerder binnen de beslistermijn heeft beslist op de aanvraag door deze buiten behandeling te stellen, is in elk geval geen misbruik van zijn bevoegdheid. Evenmin is gebleken van machtsmisbruik door verweerder. Dit betoog van eiser slaagt daarom evenmin.

7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk. Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht besloten dat hij geen dwangsom heeft verbeurd.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.A. van Weert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2023.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.R. van der Meer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?