RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2023 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/2913
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: voorheen [gemachtigde]),
en
(gemachtigde: mr. C.L. Lina).
Procesverloop
Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 april 2022 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Eiser is vrijgesteld van het betalen van het griffierecht. Dat betekent dat eiser in deze procedure geen griffierecht hoeft te betalen.
2. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk ongegrond is.
3. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 26 januari 2022 over het niet tijdig beslissen op een aanvraag van eiser van 3 oktober 2021 gegrond verklaard en aan eiser een dwangsom van € 770,- toegekend omdat niet op tijd op die aanvraag is beslist.
4. Eiser heeft, samengevat, aangevoerd dat er helemaal geen informatie is gevraagd, dat sprake is van machtsmisbruik en ter voorkoming van de betaling van de dwangsom is sprake van detournement de pouvoir, dat het bekend is dat zijn mailadres is geblokkeerd, dat de gemeente bang is om zaken van hem te behandelen en dat zelfs de GGD weigert hem te keuren.
5. Die beroepsgronden hebben in het geheel geen betrekking op het bestreden besluit, waarin nu juist een dwangsom is toegekend.
6. Eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen de vaststelling van de dwangsom of de hoogte daarvan, zodat de rechtbank aan een beoordeling daarvan niet toekomt.
7. Niet is gebleken dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvoir. Anders gezegd is niet gebleken dat verweerder een bevoegdheid heeft aangewend voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven..
8. Het beroep is kennelijk ongegrond.
9. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.A. van Weert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2023.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.