[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)
(gemachtigde: drs. W. van den Berg).
Inleiding
De rechtbank heeft de brief van 9 augustus 2021 van verzoeker aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van deze rechtbank van 12 juli 2018 (zaaknummer SGR 18/1916).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 januari 2023. Verzoeker is met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
1. Bij uitspraak van 12 juli 2018 heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB). De CRvB heeft bij uitspraak van 28 mei 2021 (zaaknummer 18/3945 WLZ) de aangevallen uitspraak bevestigd.
2. Indien herziening wordt verzocht van een uitspraak van de rechtbank en die uitspraak is in hoger beroep door de hogerberoepsrechter bevestigd, dan behoort het herzieningsverzoek bij die hogerberoepsrechter te worden ingediend. Een dergelijk verzoek dient namelijk te worden aangemerkt als een verzoek tot herziening van de desbetreffende uitspraak van de hogerberoepsrechter, zodat daarop ook door de hogerberoepsrechter dient te worden beslist.
3. In dit geval wordt herziening verzocht van een uitspraak van de rechtbank die in hoger beroep door de CRvB is bevestigd. Het herzieningsverzoek behoort daarom bij de CRvB te worden ingediend. De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren om van het beroep kennis te nemen en zal de zaak in de stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de CRvB.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen;
- verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de Centrale Raad van Beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2023.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.