ECLI:NL:RBDHA:2023:5615

ECLI:NL:RBDHA:2023:5615, Rechtbank Den Haag, 17-04-2023, NL23.5673

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-04-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.5673
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 10 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 CELEX:32000X1218 CELEX:32003R0343 EU:32000X1218 EU:32003R0343

Samenvatting

Dublin Bulgarije. Het beroep is gegrond verklaard door de meervoudige kamer. Verweerder dient nader onderzoek te doen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.5673

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. L.M. Straver),

en

(gemachtigde: mr. L.E. Beket).

Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL23.5674).

Eiser heeft op 6 april 2023 zijn beroepsgronden aangevuld. Verweerder heeft hierop op 11 april 2023 schriftelijk gereageerd.

Op 6 april 2023 heeft de rechtbank partijen laten weten dat de zaak verder meervoudig zal worden behandeld.

De rechtbank heeft het beroep, samen met de voorlopige voorziening, NL23.5674, op de zitting van 11 april 2023 behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen I. Kanaan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1999 en heeft de Syrische nationaliteit. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 26 september 2022 in Bulgarije een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Hij heeft op 21 oktober 2022 een asielaanvraag in Nederland ingediend.

Waarom heeft verweerder de aanvraag niet in behandeling genomen?

2. Verweerder heeft bij het bestreden besluit de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om terugname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening aanvaard. Volgens verweerder kan ten aanzien van Bulgarije nog altijd worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Verweerder heeft in de door eiser overgelegde jurisprudentie en landeninformatie geen aanleiding gezien om tot een ander standpunt te komen.

Wat is het standpunt van eiser in beroep?

3. Eiser voert aan dat verweerder ten aanzien van Bulgarije niet langer (zonder meer) van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Naast de mishandelingen die hij zelf heeft ondergaan in Bulgarije wijst hij daarbij erop dat Bulgarije zich schuldig maakt aan directe en indirecte pushbacks van asielzoekers. Er bestaan daarom concrete aanwijzingen dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Verweerder kan zich zonder nader onderzoek niet beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst eiser, onder meer, naar het

AIDA-rapport over Bulgarije van 23 februari 2022 (update 2021) en naar een artikel van de ECRE van 10 september 2021. Verder verwijst eiser naar diverse uitspraken, waaronder de uitspraak van 2 maart 2023, van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder gebruik had moeten maken van de discretionaire bevoegdheid van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Eiser wijst daarnaast op de prejudiciële vragen van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch van 15 juni 2022 en verzoekt, subsidiair, om de behandeling van zijn beroep aan te houden in afwachting van de beantwoording van deze prejudiciële vragen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder ten aanzien van Bulgarije nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder nader onderzoek dient te doen naar de feitelijke situatie van Dublinclaimanten na overdracht aan Bulgarije voordat hij zich op het standpunt kan stellen dat door overdracht van eiser aan Bulgarije geen situatie zal ontstaan in strijd met artikel 4 van het EU Handvest of artikel 3 van het EVRM. Voor de motivering van dat oordeel sluit de rechtbank aan bij de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem van 2 maart 2023. In deze uitspraak oordeelde de rechtbank onder verwijzing naar de aangehaalde landeninformatie dat de pushbacks in Bulgarije een fundamentele systeemfout zijn in de asielprocedure van dat land, die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt. Er zijn voldoende (serieuze) aanknopingspunten dat ook terugkerende Dublinclaimanten in Bulgarije te maken kunnen krijgen met pushbacks. Om die reden had verweerder nader onderzoek moeten doen naar het risico voor overgedragen Dublinclaimanten om door Bulgarije te worden uitgezet zonder behandeling dan wel tijdens de behandeling van hun asielverzoek. Gegeven de aard, de omvang en de duur van de in deze zaak spelende fundamentele systeemfout, die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt, kan het ontbreken van informatie over de situatie van Dublinclaimanten na overdracht aan Bulgarije niet voor risico van de vreemdeling komen.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat wel degelijk mag worden uitgegaan van het uitgangspunt dat de Bulgaarse autoriteiten hun internationale verplichtingen nakomen. Uit de door eiser aangehaalde landeninformatie blijkt niet dat teruggekeerde Dublinclaimanten een reëel risico lopen om te worden geconfronteerd met een pushback. Zij passeren allereerst niet de grens waar pushbacks plaatsvinden, maar vliegen met een laissez-passer, legaal en gecontroleerd, naar Bulgarije. Na overdracht worden zij, afhankelijk van de stand van hun asielprocedure, bovendien opgevangen in een opvangcentrum of een uitzetcentrum, waarbij zij gehouden zijn aan een gebiedsgebod voor de regio van hun opvanglocatie. Hierdoor mogen Dublinclaimanten zich, volgens verweerder, niet zonder toestemming vrij bewegen op het grondgebied van Bulgarije en is de kans klein dat zij te maken krijgen met pushbacks in het grensgebied. Voor zover Dublinclaimanten zich wel vrij kunnen bewegen op het grondgebied van Bulgarije kunnen zij hun laissez-passer tonen die zij ten behoeve van de overdracht aan Bulgarije verstrekt hebben gekregen van de Bulgaarse autoriteiten. Het is verweerder verder niet bekend dat pushbacks ook buiten de grensregio plaatsvinden.

De rechtbank ziet in wat verweerder hier heeft betoogd geen aanleiding om op dit moment anders te oordelen dan in de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem van 2 maart 2023. In het licht van wat eiser heeft aangevoerd en is besproken op zitting en gelet op de meest recente landeninformatie over Bulgarije bestaat onduidelijkheid ten aanzien van de opvang van (niet kwetsbare) Dublinclaimanten en daarmee of zij zich al dan niet vrij kunnen bewegen op het grondgebied van Bulgarije, of de pushbacks alleen in de grensregio plaatsvinden of ook daarbuiten en of het laten zien van een laissez-passer de Bulgaarse autoriteiten / politie ervan weerhoudt om Dublinclaimanten op te pakken en uit te zetten. Het ontbreken van voldoende informatie over de situatie van Dublinclaimanten na overdracht aan Bulgarije kan niet voor risico van de vreemdeling komen.

De rechtbank volgt eiser daarom in zijn betoog dat het onder deze omstandigheden aan verweerder is om nader onderzoek te doen naar de feitelijke situatie van Dublinclaimanten na overdracht aan Bulgarije, voordat hij zich op het standpunt kan stellen dat door overdracht van eiser aan Bulgarije geen situatie zal ontstaan in strijd met artikel 4 van het EU Handvest of artikel 3 van het EVRM. 5. De rechtbank komt hiermee tot de conclusie dat het bestreden besluit in strijd is genomen met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten of zelf op de aanvraag te beslissen, omdat het aan verweerder is om nader onderzoek te doen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen, omdat niet bekend is hoe lang het benodigde onderzoek zal duren. Verweerder moet daarom een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.

6. Het is niet meer nodig om de overige beroepsgronden van eiser te bespreken.

7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). Als aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens - Fockens, voorzitter, en mr. M.J.L van der Waals en mr. D.C. Laagland, leden, in aanwezigheid van mr. J.R. van Veen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.I.H. Kerstens - Fockens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?