ECLI:NL:RBDHA:2023:6044

ECLI:NL:RBDHA:2023:6044, Rechtbank Den Haag, 20-04-2023, NL23.11106

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-04-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.11106
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Vervolgberoep, bewaring, voortvarend handelen, Prum-onderzoek, Marokko

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.11106

v-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 17 februari 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 19 april 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2001 en de Marokkaanse nationaliteit te bezitten.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij de maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 2 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2786. Uit deze uitspraak volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds dat moment de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onzorgvuldig en onvoldoende voortvarend handelt. In de voortgangsrapportage staat dat er een Prüm-onderzoek heeft plaatsgevonden, waarbij onderzoek is verricht in België en Spanje. Het resultaat van dit onderzoek heeft verweerder niet overgelegd. Eiser meent dat het beoordelen van de voldoende voortvarende handelswijze van verweerder vereist dat de rechtbank op de hoogte is van de informatie die uit dit Prüm-onderzoek is voortgekomen. Deze informatie kan van belang zijn voor de Marokkaanse autoriteiten in hun onderzoek naar de inwilligbaarheid van de LP-aanvraag. Daarnaast is eiser van mening dat zicht op uitzetting naar Marokko binnen aan redelijke termijn ontbreekt.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zorgvuldig en voldoende voortvarend handelt. Vaststaat dat in zijn algemeenheid kan worden uitgegaan van zicht op uitzetting in het geval van Marokko. De rechtbank vindt hiervoor steun in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 november 2022. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Verweerder heeft immers op 22 februari een LP-aanvraag ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten en heeft op 24 februari 2023, 15 maart 2023 en 6 april 2023 de Marokkaanse autoriteiten schriftelijk gerappelleerd. Ook zijn er op 22 februari 2023 en 17 maart 2023 vertrekgesprekken gevoerd met eiser. Verder is uit het voortgangsrapport is gebleken dat een Prüm-onderzoek is opgestart en afgerond op 2 maart 2023. Niet is gebleken dat uit dit onderzoek resultaten naar voren zijn gekomen die gevolgen hebben voor het verlenen van een LP aan eiser. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht en ziet geen aanleiding om verweerder te gebieden nadere informatie te verstrekken. De sinds het indienen van de LP-aanvraag verstreken tijd leidt zonder nadere aanknopingspunten niet op voorhand tot twijfel over de vraag of de Marokkaanse autoriteiten voor eiser een LP zullen afgeven of dat er nog een presentatie zal plaatsvinden.

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.J. Govaers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?