ECLI:NL:RBDHA:2023:844

ECLI:NL:RBDHA:2023:844, Rechtbank Den Haag, 25-01-2023, NL23.1354

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-01-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.1354
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 5 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

bewaring, 59.1a, vervolgberoep, zicht op uitzetting Marokko, voortvarend handelen, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.1354

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 28 november 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 23 januari 2023.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 15 december 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:13860) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat in zijn geval het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt. Al op 28 november 2022 is er een aanvraag ingediend voor een laissez-passer (lp) bij de Marokkaanse autoriteiten, maar tot op heden hebben zij daarop niet gereageerd. Eiser stelt daarnaast dat de LP-aanvraag ontbreekt in het dossier zodat niet inzichtelijk is of deze daadwerkelijk is verzonden en of daarbij de Marokkaanse identiteitskaart van eiser is meegestuurd. Verweerder handelt dan ook onvoldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Anders dan eiser stelt heeft verweerder op 1 december 2022 een lp-aanvraag ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten. Dit volgt afdoende uit het voortgangsrapport. Daarbij heeft verweerder op 14 december 2022 ter zitting bevestigd dat de Marokkaanse identiteitskaart van eiser met de aanvraag is meegestuurd. De rechtbank ziet geen reden om aan deze mededeling te twijfelen. Verweerder heeft verder op 2 december 2022, 22 december 2022 en 12 januari 2023 een rappel gestuurd aan de Marokkaanse autoriteiten. Dat de Marokkaanse autoriteiten tot op heden nog niet hebben gereageerd op de lp-aanvraag valt verweerder, gelet daarop niet te verwijten en leidt dan ook niet tot de conclusie dat geen zicht op uitzetting bestaat naar Marokko binnen een redelijke termijn.

6. De rechtbank ziet tenslotte ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op

www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.M. de Jager

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?