ECLI:NL:RBDHA:2024:15335

ECLI:NL:RBDHA:2024:15335, Rechtbank Den Haag, 25-09-2024, NL24.36139

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-09-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL24.36139
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2025:722
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Verlengingsbesluit – zicht op uitzetting Algerije – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.36139

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),

en

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Verweerder heeft op 21 maart 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Bij besluit van 16 september 2024 heeft verweerder de maatregel van bewaring met ten hoogste twaalf maanden verlengd.

Eiser heeft tegen het verlengingsbesluit beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft op 23 september 2024 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek op 25 september 2024 gesloten.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1997 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Eiser heeft verzocht om de zaak op een zitting te behandelen. De rechtbank kan echter ook zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft op grond van artikel 94, zevende lid, van de Vw. Gelet op de inhoud van het digitale dossier en de door partijen overgelegde stukken acht de rechtbank zich voldoende voorgelicht om zonder zitting uitspraak te kunnen doen.

3. Op grond van artikel 59, zesde lid, van de Vw kan de bewaring ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd, indien de uitzetting, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen, op grond dat de vreemdeling niet meewerkt aan zijn uitzetting of de daartoe benodigde documentatie uit derde landen nog ontbreekt.

4. Volgens het beleid van verweerder, zoals neergelegd in paragraaf A5/6.8 van de Vc, moet verweerder in het verlengingsbesluit nagaan of er is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat. Als dit voldoende gemotiveerd is, wordt hiermee voldaan aan alle uit de Terugkeerrichtlijn en het arrest Mahdi voortvloeiende vereisten voor het nemen van een verlengingsbesluit. Er hoeft geen aparte verzwaarde belangenafweging plaats te vinden bij het bepalen of de maatregel van bewaring verlengd mag worden.

Voorwaarden voor verlenging

5. Aan de verlenging van de bewaring is ten grondslag gelegd dat, ondanks de redelijke inspanningen van verweerder, een geldig document voor grensoverschrijding ontbreekt en dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht aan het verlengingsbesluit ten grondslag heeft gelegd dat een geldig document voor grensoverschrijding ontbreekt, ondanks de redelijke inspanningen van verweerder. De rechtbank stelt in dat verband vast dat verweerder frequent vertrekgesprekken met eiser voert en maandelijks rappelleert bij de Algerijnse autoriteiten over de lp-aanvraag. Daarnaast heeft verweerder op 18 april 2024 en 13 juni 2024 een presentatie gepland bij de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder vooralsnog voldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting.

7. De rechtbank weegt verder mee dat eiser zelf geen inspanningen heeft verricht met het oog op zijn uitzetting of om het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit te bespoedigen. Ook heeft eiser tot op heden niet meegewerkt aan de geplande presentaties. Eiser is al eerder meegedeeld dat hij het proces voor de afgifte van een reisdocument kan versnellen door zijn medewerking te verlenen. Eiser heeft bijvoorbeeld in het vertrekgesprek op 8 augustus 2024 verklaard dat hij niet wenst mee te werken aan zijn terugkeer. Ook heeft hij aangegeven dat hij nog niets heeft ondernomen om zijn terugkeer te realiseren. Het is de rechtbank verder niet gebleken dat eiser zelf enige actie onderneemt om zijn terugkeer te bewerkstelligen. In het meest recente vertrekgesprek van 16 september 2024 heeft eiser geweigerd om het verlengingsbesluit in ontvangst te nemen en is hij wederom gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid in het proces. Gelet op het feit dat op eiser een plicht rust om in het kader van zijn terugkeer zijn volledige en actieve medewerking te verlenen, is de rechtbank van oordeel dat de vertraging in het proces voor rekening en risico van eiser zelf is.

Bewaringsgronden

8. Eiser heeft de gronden die aan het verlengingsbesluit ten grondslag liggen niet betwist, zodat nog altijd kan worden aangenomen dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

Zicht op uitzetting

9. Eiser stelt dat geen sprake is van zicht op uitzetting naar Algerije in zijn specifieke geval, gelet op het feit dat hij ongedocumenteerd is. Hij wijst daarbij op meerdere uitspraken van diverse zittingsplaatsen. Hij meent dat deze uitspraken met elkaar gemeen hebben dat sprake is van een kopie van een identiteitsdocument, in de meeste gevallen een paspoort. Eiser beschikt daar niet over. Eiser meent dat de Afdelingsuitspraak van 6 mei 2024 niet ziet op vreemdelingen die niet over een (geldig) identiteitsdocument beschikken.

10. De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije niet ontbreekt. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraken van de Afdeling van 6 mei 2024 en 15 juli 2024, waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat zicht op uitzetting in het algemeen en voor ongedocumenteerde vreemdelingen naar Algerije niet ontbreekt. De meest recente Afdelingsuitspraak van 15 juli 2024 betrof immers een ongedocumenteerde vreemdeling uit Algerije en in rechtsoverweging 5 van de Afdelingsuitspraak van 6 mei 2024 is opgenomen: “De afgifte van een lp is namelijk nodig voor de uitzetting van vreemdelingen zonder geldige grensoverschrijdingsdocumenten, zoals de vreemdelingen over wie deze uitspraak gaat.” De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Algerije in het algemeen, of in het bijzonder voor eiser, is komen te ontbreken. Daarbij is ook van belang dat eiser geen invulling wil geven aan zijn meewerkplicht. Dat eiser niet wil meewerken aan een presentatie en het proces hierdoor onnodig wordt vertraagd, zoals hiervoor is overwogen, komt naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor rekening en risico van eiser. Verder is niet gebleken dat de Algerijnse autoriteiten voor eiser geen LP zullen afgeven.

Ambtshalve toets

11. Ook ambtshalve ziet de rechtbank geen aanleiding voor de conclusie dat het verlengingsbesluit onrechtmatig is.

Conclusie

12. Verweerder heeft in het verlengingsbesluit genoegzaam gemotiveerd dat aan alle uit de Vreemdelingenwet, de Terugkeerrichtlijn en het arrest Mahdi voortvloeiende vereisten voor het nemen van een verlengingsbesluit wordt voldaan.

13. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 25 september 2024 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.J. Govaers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?