RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.4452
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en
(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).
Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer NL24.575.
Op 7 februari 2024 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen en te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden geschorst. Verzoekster beoogt hiermee te voorkomen dat de opvangvoorzieningen gedurende de beroepsprocedure worden beëindigd.
Verweerder heeft meegedeeld zich niet tegen toewijzing van het verzoek te verzetten.
Omdat onverwijlde spoed dat vereist heeft de voorzieningenrechter bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Verzoekster stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1962 en de Syrische nationaliteit te hebben.
2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.
3. In de omstandigheid dat verweerder heeft meegedeeld zich niet te verzetten tegen
de door verzoekster gevraagde voorlopige voorziening, ziet de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om het verzoek op hierna te melden wijze als kennelijk gegrond toe te wijzen. De voorzieningenrechter gaat er daarbij van uit dat, voor zover de opvangvoorzieningen van verzoekster inmiddels zijn beëindigd, verweerder erop zal toezien dat verzoekster weer met onmiddellijke ingang tot de opvang en de bijbehorende voorzieningen op grond van de Rva 2005 zal worden toegelaten.
4. In de toewijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter voorts aanleiding om
verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze worden op
grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig
verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van
het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met
wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe en bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat uitzetting van verzoekster uit Nederland achterwege blijft, en dat verzoekster haar opvangvoorzieningen behoudt, tot een week nadat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep met zaaknummer NL24.575;
- veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten ter hoogte van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.