ECLI:NL:RBDHA:2024:21394

ECLI:NL:RBDHA:2024:21394, Rechtbank Den Haag, 17-12-2024, NL24.39154 en AWB 24-15826

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-12-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL24.39154 en AWB 24-15826
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0017959 CELEX:32013L0033 EU:32013L0033

Samenvatting

Beroep tegen artikel 56 maatregel en plaatsingsbesluit. Beroepen gegrond. Minister heeft verwezen naar eerdere incidenten, die aan eerdere maatregel en plaatsingsbesluit ten grondslag hebben gelegen. Behandeling in Veldzicht. Geen nieuwe incidenten. Minister kan niet teruggrijpen op eerdere incidenten. Geen sprake van een doorlopend plaatsingsbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2024 in de zaken tussen

[naam] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), het Coa,

de Minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.39154 en AWB 24/15826

(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),

en

alsmede

(gemachtigde: mr. K.J. Diender).

Procesverloop

Bij besluit van 27 september 2024 (het bestreden besluit 1) heeft het COa besloten om eiser op grond van artikel 10, eerste lid aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen (hierna: het plaatsingsbesluit).

Bij besluit van 27 september 2024 (het bestreden besluit 2) heeft de minister aan eiser de maatregel van beperking van de vrijheid opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vw (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).

Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen bestreden besluit 1 staat geregistreerd onder het zaaknummer AWB 24/15826. Het beroep tegen bestreden besluit 2 staat geregistreerd onder het zaaknummer NL24.39154.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de beroepen op 15 november 2024 gevoegd op zitting behandeld. In deze uitspraak wordt op de beide beroepen beslist. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. De rechtbank overweegt eerst dat aan eiser al eerder, op 9 en 10 mei 2024, een plaatsingsbesluit respectievelijk een vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd.

Aan die beide besluiten lag ten grondslag dat eiser in periodes daarvoor al meerdere

malen in de opvang van het COa incidenten had veroorzaakt, waaronder, onder andere, driemaal verwijtbaar brandgevaar, veertienmaal agressie en geweld tegen personen verbaal en zevenmaal agressie en geweld fysiek. Verder had er op 7 mei 2024 een incident plaatsgevonden waarbij, kort samengevat, eiser verbaal agressief was jegens personen en fysiek geweld gebruikte, zodanig dat de politie uiteindelijk heeft moeten ingrijpen. Het incident had een zeer grote impact. Het COa heeft in het licht van deze gebeurtenissen verschillende acties ondernomen om positieve gedragsverandering bij eiser teweeg te brengen. Zo zijn er onder meer correctiegesprekken gevoerd en is er een time-out opgelegd. Deze maatregelen hebben volgens het COa niet geleid tot gedragsverbetering. Omdat eiser bleef volharden in onacceptabel en agressief gedrag en om de veiligheid op de reguliere locatie te waarborgen heeft het COa besloten om eiser in de HTL op te nemen. Verder had de minister (toen: staatssecretaris) een maatregel als bedoeld in artikel 56 van de Vw aan eiser opgelegd en hem verplicht om zich met ingang van 10 mei 2024 in een deel van de gemeente Hoogeveen op te houden. Deze vrijheidsbeperkende maatregel is op 19 juni 2024 opgeheven.

De beroepen van eiser daartegen zijn door deze rechtbank en zittingsplaats in de uitspraak van 25 juni 2024 ongegrond verklaard (zaaknummers AWB 24/9534 en NL24.23564). Deze uitspraak is in rechte komen vast te staan.

2. De rechtbank stelt vast dat het COa aan de bestreden besluiten van 27 september

2024 dezelfde gedragingen en incidenten ten grondslag heeft gelegd als aan de besluiten van 9 en 10 mei 2024. Eiser heeft eerst van 16 mei 2019 tot 23 april 2021 in de opvang van het COa verbleven en verbleef nu vanaf 26 oktober 2023 weer in de opvang van het COa. Eiser is in die periodes al meerdere malen negatief in beeld geweest. Eiser heeft meerdere incidenten veroorzaakt, met zowel verbaal als fysiek agressief en gewelddadig gedrag. Eisers gedragingen zijn volgens het COa wat betreft aard en omvang zodanig ernstig dat dit plaatsing in de HTL rechtvaardigt. Het COa heeft op basis hiervan weer besloten om eiser thans met ingang van 27 september 2024 in de HTL te Hoogeveen te plaatsen. De minister heeft eiser voorts door middel van de vrijheidsbeperkende maatregel verplicht om zich met ingang van 27 september 2024 op te houden in een deel van de gemeente Hoogeveen. Volgens de minister vordert het belang van de openbare orde het opleggen van de maatregel op grond van artikel 56 van de Vw. Dit blijkt volgens de minister uit het plaatsingsbesluit van het COa van 27 september 2024 en de incidenten die daarin zijn opgenomen. De minister is niet gebleken van omstandigheden die in de weg staan aan het opleggen van de vrijheidsbeperkende maatregel.

Beroepsgronden eiser

3. Eiser voert aan dat het plaatsingsbesluit is genomen in strijd met het ne bis in idem beginsel. Vanwege hetzelfde incident had het COa bij besluit van 9 mei 2024 eiser al met ingang van 10 mei 2024 in de HTL geplaatst. Eiser wordt op die manier ten onrechte twee maal bestraft voor hetzelfde incident.

Eiser betoogt verder dat het incident van 7 mei 2024 ten onrechte aan hem is toegerekend omdat eiser vrijwel direct na de eerdere oplegging van de HTL-maatregel wegens ernstige psychische problemen is opgenomen in de CTP Veldzicht en daar bijna vijf maanden heeft verbleven. Volgens eiser valt niet in te zien dat het incident van 7 mei 2024 losstaat van zijn psychische gesteldheid.

Eiser voert voorts aan dat hij vanwege zijn psychiatrische problemen thans niet opnieuw in de HTL kan worden geplaatst. Eiser had gelijk op een reguliere opvanglocatie geplaatst moeten worden.

4. De rechtbank stelt eerst vast dat de gedragingen en incidenten op 7 mei 2024 al eerder zijn vastgesteld en door de rechtbank in de uitspraak van 25 juni 2024 zijn beoordeeld. De rechtbank heeft in die uitspraak het besluit van het COa dat het gaat om een incident met een zeer grote impact die de plaatsing in de HTL rechtvaardigt, in stand gelaten. Voorts heeft de rechtbank in die uitspraak geoordeeld dat in de medische omstandigheden geen belemmeringen waren gelegen voor een HTL-plaatsing en dat ook de vrijheidsbeperkende maatregel kon worden opgelegd. Deze feiten en gedragingen alsmede de daarmee verband houdende oordelen staan in rechte vast.

Uit het thans bestreden plaatsingsbesluit blijkt dat eiser op 28 mei 2024 naar Veldzicht is gegaan in verband met een zorgmachtiging die aan eiser werd opgelegd en dat eiser vanaf dan moment in Veldzicht is gebleven en niet meer is teruggekeerd naar de HTL. Pas op 26 september 2024 is eiser teruggeplaatst naar de HTL en heeft eiser op diezelfde datum een verklaring vrijwillig verblijf in afwachting van de beide bestreden besluiten getekend. Het COa geeft in het plaatsingsbesluit aan dat Veldzicht eiser ambulant blijft begeleiden op de HTL en dat thuiszorg is geregeld. Ook zal eiser niet alleen door Veldzicht, maar ook door het COa extra begeleid en ondersteund worden. Het COa overweegt daarbij: “Aangezien u door middel van een zorgmachtiging vanuit de HTL naar Veldzicht werd geplaatst word u niet een geheel nieuwe HTL maatregel opgelegd, u dient de resterende periode van de aan u eerder opgelegde HTL maatregel te volbrengen”. In het plaatsingsbesluit is verder aangegeven dat het GZA op de achtergrond werkt aan een zorgmachtiging, dat de HTL nog steeds niet de meest geschikte locatie voor eiser is, maar de veiligheid van anderen zwaarder weegt en de HTL de enige locatie is die in staat is om opvang voor eiser te effectueren. Het COa geeft verder aan dat op basis van de genoemde afspraken er geen medische belemmeringen meer zouden moeten zijn voor overplaatsing van eiser naar de HTL en dat eiser zijn tijd in de HTL kan overbruggen totdat er een meer geschikte plek voor eiser beschikbaar is. Het GZA te Hoogeveen ziet in overleg met het GZA te Hardenberg geen bezwaar tegen eisers komst. Uit het verweerschrift blijkt tot slot dat eiser op 16 oktober 2024 vanuit de HTL is overgeplaatst naar de reguliere opvanglocatie in Drachten.

De rechtbank heeft begrip voor de inspanningen van het COa om eiser na zijn vertrek uit Veldzicht op 26 september 2024 tot aan zijn plaatsing naar de reguliere opvanglocatie in Drachten op 16 oktober 2024 een plek te bieden om deze periode te overbruggen en waar eveneens zorg en begeleiding aan eiser kan worden geboden. Deze omstandigheden zijn echter niet terug te vinden in een wettelijke grondslag op grond waarvan de voor eiser belastende besluiten als een plaatsingsbesluit en een vrijheidsbeperkende maatregel kunnen worden genomen. Ingevolge artikel 20, vierde lid, van de Opvangrichtlijn kunnen sancties alleen worden vastgesteld op ernstige inbreuken op de regels met betrekking tot de opvangcentra en op ernstige vormen van geweld. Dat daarvan sprake is geweest toen of nadat eiser uit Veldzicht is overgeplaatst, is niet gebleken. Het COa heeft ook niet gemotiveerd of tijdens eisers kortdurend vrijwillig verblijf in de HTL er nieuwe incidenten zijn voorgevallen. Het COa wijst louter op eerdere incidenten, in het bijzonder die van 7 mei 2024. Deze hebben echter al eerder feitelijk ten grondslag gelegen aan de op 9 en 10 mei 2024 aan eiser opgelegde maatregelen, waarna eiser bovendien enkele maanden in Veldzicht is opgenomen en behandeld. Het COa kan gelet daarop thans niet volstaan met terug te grijpen op de gedragingen van eiser van 4 maanden daarvoor, nu eiser nadien intensieve behandeling heeft ondergaan, een behandeling die bovendien kennelijk positief verlopen is, nu eiser naar de reguliere opvanglocatie in Drachten kon worden overgeplaatst. Het standpunt van het COa dat de resterende termijn van het plaatsingsbesluit van 9 mei 2024 doorloopt bij terugkomst in de HTL op 27 september 2024, kan de rechtbank niet delen. Er is geen sprake geweest van schorsing van het plaatsingsbesluit van 9 mei 2024 dan wel van opschorting van de termijn voor verblijf in de HTL toen eiser op 28 mei 2024 in Veldzicht werd opgenomen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat zowel het plaatsingsbesluit als de vrijheidsbeperkende maatregel niet op goede gronden zijn opgelegd en een deugdelijke motivering ontberen. De rechtbank verklaart de beroepen dan ook gegrond.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn gelet op het voorgaande gegrond. De rechtbank vernietigt de besluiten van het COa en de minister van 27 september 2024. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft verzocht om schadevergoeding. De rechtbank kent daarom geen schadevergoeding toe.

6. Gelet op de gegrondverklaring van de beroepen, ziet de rechtbank aanleiding om het COa en de minister ieder voor de helft in de proceskosten van eiser te veroordelen. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.625,- (2 punten voor het indienen van de beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier op 17 december 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N.M. van Waterschoot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JV 2025/158 met annotatie van drs. E.J.J.M. Bloemen, mr. dr. J.F. Dez
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?