RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.10679
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. J.G. Wattilete),
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Inleiding
Met het besluit van 13 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen uitgevaardigd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2024. Partijen zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen en hebben toestemming gegeven de zaak op de stukken af te doen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
2. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser na het uitvaardigen van het terugkeerbesluit naar Engeland is teruggekeerd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het terugkeerbesluit daarom zijn werking heeft verloren en dat eiser dus geen procesbelang meer heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen het terugkeerbesluit. De rechtbank volgt verweerder daarin niet. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 21 maart 2024 blijkt namelijk dat een vreemdeling altijd belang heeft bij beoordeling van een terugkeerbesluit, ook als dat is uitgewerkt doordat een vreemdeling de Europese Unie heeft verlaten. Het beroep is daarom ontvankelijk en de rechtbank komt toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser.
3. Eiser voert aan dat aan hem geen terugkeerbesluit had mogen worden uitgevaardigd. Hij verbleef namelijk in Nederland binnen de vrije termijn. Hij is op 28 december 2023 in Nederland gearriveerd en maakte derhalve aanspraak om gedurende de vrije termijn in Nederland te verblijven.
4. Anders dan eiser heeft aangevoerd, mocht verweerder naar het oordeel van de rechtbank een terugkeerbesluit aan hem uitvaardigen. Alhoewel eiser op 13 februari 2024 inderdaad nog verbleef in de vrije termijn, is tussen partijen niet in geschil dat eiser een gevaar opleverde voor de openbare orde omdat hij is aangehouden voor mishandeling. Hierdoor was het eiser niet langer toegestaan om in Nederland te blijven.
5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C.M. Schilder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.