uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. P. van Baaren),
en
de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 28 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2024 op zitting behandeld. Partijen zijn niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft op 13 oktober 2023 een aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven gedaan, omdat zij slachtoffer is geworden van huiselijk geweld door haar ex-partner. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Het standpunt van verweerder is dat eiseres op 31 december 2023 bij de politie aangifte heeft gedaan dat zij in de periode van 1 juli 2023 tot en met 1 november 2023 meerdere keren is mishandeld. Maar er zijn volgens verweerder onvoldoende objectieve aanwijzingen om aan te nemen dat deze mishandelingen ook stelselmatig (langdurig en frequent) plaatsvonden. Het letsel als gevolg van de mishandelingen kan op zichzelf ook niet worden aangemerkt als ernstig letsel als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg).
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres stelt aanspraak te maken op een uitkering uit het Schadefonds. Haar expartner heeft haar over een langere periode nagenoeg dagelijks geschopt en geslagen. Zij heeft aannemelijk gemaakt dat zij slachtoffer is geworden van frequent en herhaaldelijk huiselijk geweld. Daartoe heeft zij diverse stukken overgelegd, namelijk een proces-verbaal van aangifte bij de politie en verschillende stukken van haar huisarts. In beroep heeft zij een verblijfsvergunning “humanitair niet-tijdelijk geldig tot 29 juni 2028” van 22 juli 2024 overgelegd. Eiseres betoogt dat hieruit volgt dat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het aannemelijk vindt dat haar relatie is beëindigd vanwege huiselijk geweld. Omdat sprake is van stelselmatig huiselijk geweld moet ernstig psychisch letsel worden voorondersteld.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank beoordeelt of verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor een uitkering. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Zij overweegt daartoe als volgt.
6. Aan verweerder komt beleidsruimte toe bij de vaststelling van letselcategorieën en de bijbehorende uitkeringen en beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag binnen welke categorie het letsel valt. Verweerder heeft daaraan invulling gegeven in de Beleidsbundel en de Letsellijst. Als in de relationele sfeer frequent en langdurig fysiek geweld is gebruikt of met geweld is gedreigd, merkt verweerder dit volgens het beleid aan als stelselmatig huiselijk geweld. Verweerder vooronderstelt ernstig letsel als sprake is van stelselmatig huiselijk geweld. In dat geval wordt ernstig psychisch letsel ook altijd voorondersteld. Als het huiselijk geweld niet stelselmatig is, onderzoekt verweerder of door het geweld ernstig letsel is opgelopen.
7. Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling is het aan de aanvrager van een uitkering uit het Schadefonds om met voldoende objectieve aanwijzingen aannemelijk te maken dat zij slachtoffer is van een tegen haar opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Alleen de eigen verklaring van het slachtoffer is onvoldoende voor het vaststellen van de aannemelijkheid, en moet gelet op het beleid worden ondersteund met objectieve informatie.
8. Niet in geschil is dat eiseres in ieder geval twee keer slachtoffer is geworden van een mishandeling in de huiselijke sfeer. In geschil is uitsluitend of de mishandelingen stelselmatig zijn en daarmee kunnen worden aangemerkt als stelselmatig huiselijk geweld. Uit de overgelegde stukken volgt dat eiseres tegenover de politie en haar huisarts heeft verklaard dat zij al meerdere maanden slachtoffer is van huiselijk geweld. Het geweld varieerde volgens haar van kleine slagen in bed tot fors geweld. Op 7 augustus 2023 heeft de huisarts de verwondingen aan haar linkerpols en -middelvinger onderzocht. Uiteindelijk bleek sprake van een flinke kneuzing. Eiseres heeft tijdens dat bezoek verklaard dat zij was uitgegleden in de douche. Naderhand heeft zij de huisarts verteld dat haar ex-partner haar pols heeft omgedraaid, maar dat zij dit de huisarts eerder niet durfde te vertellen omdat haar ex-partner er toen bij zat. Op 5 oktober 2023 heeft de huisarts een verse blauwe plek geconstateerd op eiseres haar onderbeen, bovenbeen en op het rechter bovenooglid. Tegenover de politie heeft eiseres daarnaast verklaard dat zij circa twee keer is opgesloten in huis door haar ex-partner en dat zij verschillende keren door hem werd gedwongen om marihuana te gebruiken. Tijdens dit gebruik is zij naar eigen zeggen een aantal keer flauwgevallen. Uit informatie van verweerder volgt dat de politie heeft laten weten dat het strafrechtelijk onderzoek vroegtijdig is beëindigd vanwege het ontbreken van bewijs. De verblijfsvergunning van 22 juli 2024 heeft verweerder niet bij de beoordeling betrokken omdat deze van na de beslissing op bezwaar is.
9. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij slachtoffer is van stelselmatig huiselijk geweld. Eiseres heeft geen informatie van een andere (objectieve) bron overgelegd, welke informatie niet is gebaseerd op wat zij zelf heeft verteld. De aangifte en informatie van de huisarts bevatten geen andere informatie die erop duidt dat sprake was van stelselmatig huiselijk geweld, anders dan de verklaringen door eiseres daarover. Een heel concrete omschrijving van het aantal gewelddadige voorvallen, en van de duur en de frequentie ontbreekt daarin bovendien. De stelling door eiseres in beroep, dat zij nagenoeg op dagelijkse basis werd geschopt en geslagen, kan niet zonder meer worden gevolgd. Omdat niet vast is komen te staan dat eiseres het slachtoffer is van stelselmatig huiselijk geweld, kan op grond van het door verweerder gevoerde beleid psychisch letsel ook niet worden voorondersteld. De verblijfsvergunning van 22 juli 2024 doet hieraan niet af omdat voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven een zelfstandig en ander toetsingskader geldt.
10. De rechtbank merkt op dat eiseres verder niet opkomt tegen het standpunt van verweerder dat eiseres met de overgelegde stukken evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat zij ernstig fysiek of psychisch letsel heeft opgelopen als bedoeld in artikel 3 van de Wsg.
11. Verweerder heeft zich redelijkerwijs op het standpunt mogen stellen dat wat eiseres is overkomen, niet kan worden aangemerkt als stelselmatig huiselijk geweld. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de gedragingen door de ex-partner negatieve impact hebben gehad op eiseres, hoefde verweerder haar daarom geen uitkering toe te kennen.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2024.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.